Onderwijs in relatie tot P2P/Kwestie 5 - Leren/vorming

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Een schematisch overzicht van de verschillende kwesties.
Kwestie 5


Situering[bewerken]

Klassieke educatie wordt veelal opgevat als een doelgericht of zelfs resultaatsgericht proces. Die doelen of resultaten hebben meestal te maken met één van de volgende aspecten: kennis en vaardigheden die een toegang geven tot samenleving/vervolgonderwijs of arbeidsmarkt (kwalificatie), waarden en normen die men moet internaliseren om in de maatschappij te kunnen functioneren (socialisatie) of vorm geven aan je zelf als zelfstandige persoon of burger (vorming). Vaak wordt aangegeven dat educatie vooral gereduceerd wordt tot socialisatie en kwalificatie, maar dat er weinig ruimte is voor vorming (zie ook Hannah Arendt). Daarnaast geeft men aan dat leerlingen in reguliere educatie veelal gesocialiseerd worden als ‘competitieve individualisten’ (d.w.z. de waarden en normen van competitie, winst, individuele opbrengsten staan centraal). Ook de kwalificatie is gericht op juist die kennis en capaciteiten die nodig is om in de huidige samenleving te kunnen functioneren. In P2P-leren ligt de nadruk op de constructie van artefacten (via leren) en meer bepaald een constructie met een gerichtheid op maatschappelijk nut. In die zin ligt het doel of het resultaat niet van meet af aan vast. Bovendien is de focus niet (enkel) gericht op het individu en zijn opbrengst of winst (en het verlies of de mindere winst van anderen), eerder de waarden en normen van samenwerking, maatschappelijk nut en collectieve opbrengsten staan centraal. Binnen P2P-educatie is sprake van 'coöperatief individualisme'.

Discussie[bewerken]

Moet je een bepaald leerproces doorlopen hebben om deel te kunnen nemen aan P2P-leren enerzijds en aan P2P-productie anderzijds? Kan dat leren zelf gebaseerd zijn op P2P-principes?[bewerken]

Bauwens laat in “De wereld redden” aan de hand van enkele concrete voorbeelden zien hoe p2p-productie concreet gestalte krijgt. Wat daarbij opvalt, is dat de mensen die vandaag bijdragen aan p2p-productie, 'kenniswerkers' zoals Michel Bauwens hen noemt, allemaal over kennis en over bepaalde (basis)vaardigheden beschikken die ze hetzij binnen een 'klassiek' of 'traditioneel' onderwijssysteem hebben verworven, hetzij daarbuiten. Ze kunnen lezen en schrijven, ze zijn in staat zichzelf te organiseren, ze hebben niet alleen toegang tot allerlei instrumenten (bijv. PC), maar kunnen daar ook op een zinvolle manier gebruik van maken. We kunnen stellen dat men reeds een bepaald leerproces moet doorlopen hebben en bepaalde basisvaardigheden verworven moet hebben, om deel te kunnen nemen aan p2p-productie (zie ook de kwestie ‘Gelijkheid’).

Gesteld dat men eerst een (basis-)leerproces doorlopen moet hebben, dan blijft de vraag of het leren van die basisvaardigheden zelf op p2p principes gestoeld kan zijn. Is het bijvoorbeeld mogelijk om 'iedereen' te leren lezen en schrijven volgens p2p-principes? Niet elke materie leent zich even goed om volgens p2p-principes aan te leren. Bovendien vertrekt men binnen p2p-leren steeds vanuit zelfmotivatie, en kan er dus geen garantie zijn dat iedereen deze leerprocessen wil doorlopen. Hoe kunnen mensen bovendien weten of ze al dan niet intrinsiek gemotiveerd zijn voor bepaalde zaken als ze nooit in aanraking komen met de brede waaier aan thema’s of vakken? En is niet juist dat wat je in eerste instantie niet zelf zou gaan onderzoeken, juist het meest leerzaam? Is het niet de taak van een (basis)school om juist dat wat mensen niet uit zichzelf gaan onderzoeken aan te reiken? Of is het denkbaar om ook de basisvorming van (jonge) kinderen, waarbij toch op één of andere manier wordt 'bewaakt' welke kennis en vaardigheden iedereen moet verwerven, vorm te geven volgens p2p-principes? Wie bepaalt vervolgens welke kennis en vaardigheden iedereen 'moet' verwerven? Stranden we bij de basisvaardigheden noodzakelijk om te kunnen deelnemen aan p2p-productie? Of zijn er andere belangrijke pedagogische doelstellingen die we willen bereiken? Zie ook de kwestie ‘Curriculum/doelen'. En hoe krijgt dit p2p-leren concreet en praktisch gestalte? Zie ook coöperatief leren.

Wat met de zogenaamde persoonsvorming in het kader van P2P-leren en een P2P-samenleving? Nog van tel? Anders van tel?[bewerken]

Zoals reeds in de situering werd aangehaald, wordt in onze huidige samenleving de nadruk vooral gelegd op het belang van het verwerven van kennis en vaardigheden die een toegang geven tot de samenleving/vervolgonderwijs of arbeidsmarkt. Onderwijs heeft vandaag met andere woorden een belangrijke kwalificatie-functie. Daarnaast verwacht men dat jongeren waarden en normen internaliseren die noodzakelijk zijn om in de huidige maatschappij te kunnen functioneren. Het onderwijs heeft met andere woorden ook een socialisatie-functie. Deze focus op kwalificatie enerzijds en socialisatie anderzijds maakt dat bepaalde auteurs (Furedi, Biesta, Arendt) van oordeel zijn dat een brede (persoon-)vorming vandaag te weinig aan bod komt in het onderwijs. Vorming wordt dan opgevat als de beweging waarin dat wat volgens de samenleving van belang is, aan jongeren wordt gepresenteerd of aangeboden op een manier die hen in staat stelt die samenleving tegelijkertijd te vernieuwen of opnieuw mee vorm te geven (nataliteit). Of anders geformuleerd, de tijd en ruimte voor vorming is de tijd en ruimte die de samenleving voor zichzelf vrij maakt om haar eigen grammatica te bestuderen en tegelijkertijd ook ter discussie te stellen.

Moet een P2P-samenleving, die de mogelijkheid wil behouden om ook haar eigen grammatica mee ter discussie te stellen, ook de tijd en ruimte voor vorming vrijwaren? Concreet wil dat zeggen dat ze leerlingen/studenten de kans geeft de basisgrammatica van P2P kritisch te bestuderen en deze mogelijkerwijs ook ter discussie te stellen of te vernieuwen. Wellicht zou dat wel met zich meebrengen dat het antwoord op de vraag 'wat behoort tot de basisgrammatica van P2P' welliswaar P2P gewijs geproduceerd kan worden, maar dat enkel volwassenen daarbij peers zijn.

Moet P2P-leren steeds een maatschappelijke opbrengst nastreven? Is dat wenselijk, essentieel, of slechts een mogelijkheid? Hoe kan je vermijden dat P2P-leren louter en alleen een instrument wordt om maatschappelijke problemen op te lossen? Of is dat helemaal geen probleem?[bewerken]

P2P productie processen moeten volgens Bauwens steeds gericht zijn op maatschappelijk nut (en dus niet louter op individuele opbrengst). De vraag die zich dan opwerpt, is: wat is maatschappelijk nut en wie bepaalt wat maatschappelijk nuttig of zinvol is? Bijv. Is een elektrische auto een product waar we als maatschappij volledig voor moeten gaan? Of moeten we helemaal niet inzetten op auto's maar op veel fietsen en openbaar vervoer? Moet de partnerstaat zich hierover buigen en op participatieve wijze de krijtlijnen hiervoor uitzetten?

Toch is het van belang voor ogen te houden dat maatschappelijk nut in de context van P2P-leren een specifieke betekenis heeft. Leren verbinden met maatschappelijk nut betekent immers niet (automatisch) dat P2P-leren louter en alleen een instrument wordt om maatschappelijke problemen op te lossen? Het betekenis ook niet dat onderwijs louter gericht moet zijn op het aanleveren van kwalificaties (zie kwestie ‘Kwalificatie’). In P2P-leren is er wel degelijk een gerichtheid op de maatschappij, of liever, is er ook een duidelijk relatie tussen educatie en samenleving. Maar eerder dan in termen van kwalificatie, lijkt het in P2P leren te gaan om maatschappelijk nut, en dus om het feit dat men doorheen educatie, co-constructief, mee het gemeen goed uitbreidt en reproduceert.

Externe linken[bewerken]

Zie het kernconcept coöperatief voor meer uitleg over coöperaties en coöperatief leren.

Via deze link vind je meer info over coöperatief leren. http://wij-leren.nl/cooperatief-leren-artikel.php

Leren via fablabs: http://www.fablabinternational.org/fab-lab/what-is-it-in-essence

Een uitgebreide video van de tiende conferentie van Fablabs. https://www.youtube.com/watch?v=MyMl_Qedd7c

"Apologie van de school" (Masschelein & Simons): https://ppw.kuleuven.be/ecs/onderwijs/klassiekers/boekpaginas/apologie en http://ppw.kuleuven.be/home/english/research/ecs/les/in-defence-of-the-school/jan-masschelein-maarten-simons-in-defence-of-the.html

Gerelateerde kwesties[bewerken]

De vraag wie bepaalt wat maatschappelijk nuttig is raakt aan de kwestie ‘Macht’.

De vraag of mensen al dan niet een leerproces doorlopen moeten hebben raakt aan de kwesties ‘Kwalificatie’ en ‘Kennis’.

Kernwoorden[bewerken]

Kernwoorden kwestie 5
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.