Onderwijs in relatie tot P2P/Kwestie 3 - Macht

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Een schematisch overzicht van de verschillende kwesties.
Kwestie 3



Situering[bewerken]

In klassieke educatieve praktijken is er sprake van een hiërarchische relatie tussen leerkracht/docent en leerling/cursist. Deze relatie van macht of sturing is vaak gebaseerd op het al dan niet bezitten van kennis en het mogen beoordelen van anderen over dat bezit. Als gevolg hiervan zijn er in een klassieke educatieve praktijk tal van machtsmechanismen aanwezig: systemen van straffen en belonen, regels omtrent orde, gehoorzaamheid en aanwezigheid, bindende examens waarin niet enkel uitspraken gedaan worden over geslaagd of niet-geslaagd, maar ook over al dan niet normaal zijn (zie ook Michel Foucault).

Het basismechanisme in klassieke schoolse praktijken is het puntensysteem waarbij gedrag, leren, inspanning, motivatie e.d. gestuurd worden door belonen/straffen. Deze praktijken hebben zelf ook een machtsfunctie: scholen en andere educatieve instellingen hebben – vaak ook door de experten die er werken - de neiging zichzelf als noodzakelijk voor te doen, en ons (als leerlingen, cursisten) allerhande behoeften aan te praten. Zoals we ‘mobiel-zijn’ geleidelijk aan gelijk zijn gaan stellen met ‘eigen-auto hebben’, zo zijn we ‘leren’ geleidelijk gelijk gaan stellen met ‘naar school gaan’ of ‘een cursus volgen’ (zie ook Ivan Illich).

In P2P is er niet langer sprake van verticale, hiërarchische relaties, maar van horizontale relaties gebaseerd op gelijkwaardigheid. Het vertrekpunt is niet de externe motivatie, gestimuleerd door beloningen of geld, maar de intrinsieke motivatie, gebaseerd op eigen kunde en passie.

Discussie[bewerken]

Volgens het P2P-model zal er meer vrijheid voor leren ontstaan, en zal een studiekeuze dus enkel vanuit intrinsieke motivatie gebeuren? Is deze vrije keuze wel een goede zaak voor de maatschappij? Welke gevolgen heeft het niet meer centraal staan van een puntensysteem?[bewerken]

Vrijheid voor leren kunnen we ook formuleren als de keuze van de mensen. Hiermee wordt bedoeld dat de mensen in een P2P-maatschappij zelf kunnen kiezen wat ze al dan niet leren/verspreiden. Is deze vrije keuze wel een goede zaak voor de maatschappij? De vraag is of alleen intrinsieke motivatie alle noden van een samenleving zal dekken. Misschien moeten sommige zaken toch verplicht worden. Bijvoorbeeld: Stel je voor dat de leerlingen in een secundaire school hun vakken zelf mogen kiezen. Dan zullen sommigen totaal geen kennis van geschiedenis, wiskunde en/of talen verwerven.

De vrijheid van keuze impliceert eveneens het wegvallen van een (punten)systeem waarbij de mensen beloond worden. Enerzijds kan dit systeem demotiverend werken. Externe motivatie kan ook intrinsieke motivatie verdringen. Anderzijds kan een beloning ook wel motiverend werken. Een systeem dat de mensen prikkelt moet blijven bestaan, ook in een P2P maatschappij. Dit systeem zal er wel anders uitzien dan het klassieke (punten)systeem. De focus op individuele resultaten moet verschuiven naar een meer maatschappelijke focus. Bijvoorbeeld: 1. Het toelatingsexamen voor geneeskunde is zeer hard gefocust op de punten die de studenten behalen. Maar wil één puntje meer of minder zeggen dat iemand een betere/slechtere dokter zal worden? De motivatie van de studenten is even belangrijk als de resultaten van het examen. 2. Van een tandarts verwacht je dat hij zijn vak kent (kwalificatie), en dus niet enkel de vakken kent waarvoor hij intrinsiek gemotiveerd was, anders heb je liever niet dat hij aan je tanden komt.

Is het wenselijk dat P2P dominant wordt voor samenleven en leren? Is er een risico dat P2P-experten ons behoeften aanpraten, en dat gedaan wordt alsof produceren/leren samenvalt met peer-produceren en peer-leren?[bewerken]

Indien we ervan uit gaan dat een P2P maatschappij een goed werkend maatschappijmodel is, gebaseerd op gelijkwaardigheid, dan kan dit als gevolg hebben dat het P2P model een dominant model wordt. Het gevaar hiervan is dat de mensen gestuurd worden door de experten die men blindelings gaat volgen. Dit is zeker niet het opzet/doel van P2P. Er zijn nog andere vormen van educatie die niet gebaseerd zijn op P2P, die ook noodzakelijk zijn. Bijvoorbeeld: Nu aanvaarden sommigen bvb. wikipedia (of andere bronnen) als enige juiste bron. Maar wie zegt dat de auteur het juist heeft? Een kritische houding blijft noodzakelijk. Er moet steeds controle/correctie mogelijk blijven.

Welke soort van sturing en macht is er in P2P praktijken/leren, is deze wenselijk of niet?[bewerken]

In deze stelling wordt gevraagd wie er recht heeft om een (deel van een) P2P maatschappij te leiden en op welke basis deze persoon aan die macht komt.

Zoals we al hebben aangetoond is er enige vorm van sturing nodig, dus is de vraag hoe deze sturing eruit zal zien in een maatschappij die gebaseerd is op P2P kenmerken. Die soort macht zal op een andere wijze ontstaan dan in een klassieke maatschappij. De mensen in een P2P samenleving zullen macht kunnen verkrijgen die gebaseerd is op volgende kenmerken: vertrouwen, expertise, technische kennis e.d. Door middel van een democratisch overleg wordt een leider aangeduid. Deze soort macht moet men echt verdienen en kan men niet zomaar opeisen. Hieruit leidt eveneens een ander soort sturing, namelijk een sturing gesteund op feedback en evaluatie. Is deze wijze van aanduiding wel altijd de wenselijke manier? Het kan zijn dat er in sommige situaties een formele leider nodig is. Dit moet niet altijd op een democratische wijze gebeuren. Bijvoorbeeld: In een fabriek waar iedereen slechts deel uitmaakt van een deeltje van het arbeidsproces, is er een duidelijke leider nodig om de werknemers te sturen. Deze leider wordt benoemd door het management en niet door de werknemers. Het is wel te hopen dat men rekening houdt met de kennis, vaardigheden en houdingen die nodig zijn voor een goed leiderschap in die specifieke situatie. Bij dit voorbeeld kan ook de vraag worden gesteld wat er zou gebeuren indien het management geen leider aanduidt...zou er dan toch niemand door de groep naar voor worden geschoven omdat die de meeste deskundigheid (inhoudelijk of communicatief) heeft?

Soms gebeurt in menselijke systemen sturing vaak onopgemerkt of heel subtiel, voorbeeld door de gespreksleider die mensen wel of niet aan het woord laat, of meer of minder ingaat op bepaalde thema’s. De relatie tussen Peers worden daarom beter in afspraken gegoten, in een P2P netwerk worden beheersovereenkomsten afgesloten om machtsmisbruik te voorkomen (cf P2P foundation). Maar is dit wel voldoende?

Externe linken[bewerken]

Vraag voor gelijke onderwijsvormen http://www.skolo.org/spip.php?article594&lang=fr

Over verschillende generaties van leraren (hun werkmethoden, relaties met leerlingen, opvoeding,...) http://www.canvas.be/programmas/de-leraarskamer/95e723e4-59fb-4a3e-9e39-be169de70b01

Over hiërarchie en P2P, verwoord door Jean Lievens (het onderdeeltje met de titel P2P en Hiërarchie) http://www.jeanlievens.be/van_B2B_naar_P2P/Dutch/Artikelen/2012/12/21_De_politieke_economie_van_peer-productie.html

Gerelateerde kwesties[bewerken]

Kwalificatie : Kwalificatie van een persoon zorgt voor een bepaalde expertise van die persoon. Wie bepaalt (macht!) wanneer iemand geschikt is voor een bepaalde taak?

Gelijkheid : Het P2Pmodel is vooral gebaseerd op gelijkheid/gelijkwaardigheid. Bestaat echte gelijkheid en wanneer is er sprake van macht?

Feedback: Wie heeft het recht om feedback te geven in een P2Pmaatschappij. Welke gevolgen brengt dit met zich mee?

Curriculum: Wie bepaalt wat er in het curriculum moet staan? Door wie worden de doelen bepaald?

Kennis: Expertise kan een persoon macht geven.

Kernwoorden[bewerken]

Kernwoorden kwestie 3
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.