Onderwijs in relatie tot P2P/Kwestie 1 - Gelijkheid

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Een schematisch overzicht van de verschillende kwesties.
Kwestie 1


Situering[bewerken]

De kwestie van gelijkheid en ongelijkheid is heel erg breed, en het is dus niet eenvoudig er vat op te krijgen. Algemeen gesteld, kunnen we zeggen dat we allemaal geloven in het belang van gelijke kansen in educatie en in de samenleving. Om vat te krijgen op het brede veld van gelijke kansen, kunnen heel schematisch drie soorten van ongelijkheid worden onderscheiden:

  1. Ongelijke toegang: niet iedereen heeft gelijke toegang door aspecten zoals taalverschil, verschil in sociaal-economisch-cultureel kapitaal, verschillende intelligentie, ...
  2. Ongelijke behandeling: misschien heeft iemand wel toegang, maar in educatieve praktijken kan het zijn dat niet iedereen gelijk wordt behandeld (en bijvoorbeeld owv aspecten die we onder 1 hebben opgesomd).
  3. Ongelijke waardering: personen worden niet gelijk gewaardeerd ten gevolge van bijvoorbeeld herkomst, stigmatisering, capaciteiten, gerichtheid op hoofdarbeid versus handenarbeid, bediende versus arbeider, etc.

De huidige samenleving pleit voor 'gelijke kansen', maar in de feiten zijn ongelijkheid en uitsluiting realiteit. In de huidige samenleving ligt de focus bijvoorbeeld op het 'kunnen' en 'prestaties', terwijl het 'willen' en 'inspanningen' er minder toe doet. Ook andere vormen van ongelijkheid (cultureel, sociaal, economisch, ...) zijn aanwezig. Het onderwijs speelt hier een belangrijke rol. De klassieke educatieve praktijken worden gekenmerkt door verschillende soorten van ongelijkheid, en reproduceren op die manier vaak ook de ongelijkheid in de samenleving. Enerzijds is er een ongelijkheid tussen leerling/cursist en leerkracht/docent, en deze ongelijkheid is vaak gebaseerd op weten/niet-weten, expertise/geen-expertise, kunnen/niet-kunnen. Deze ongelijkheid is tekenend voor een ongelijkheid in de gehele samenleving: een ongelijkheid tussen mensen die kennis/expertise (en vaak een diploma) hebben en mensen die daar niet over beschikken (of toch niet in termen van diploma). Anderzijds is er ook een ongelijkheid of uitsluiting in termen van ongelijke kansen. Dit laatste kan verschillende vormen aannemen. Er kan een afstand zijn tussen het culturele kapitaal van het gezin en het culturele kapitaal dat de school als startpunt of norm hanteert. Die afstand kan de toegang belemmeren, maar die afstand kan er ook voor zorgen dat bepaalde leerlingen anders - als minderwaardig - behandeld worden. Hier zien we een reproductie van economische ongelijkheid door de reproductie van cultureel kapitaal (zie ook Pierre Bourdieu). Educatie is in deze context een enorme selectie- en allocatiemachine die iedereen op basis van diploma (en dus kwalificatie/ certificaat/ credit) een plaats geeft in de (kapitalistische) samenleving (zie ook Parsons). Maar omdat niet iedereen gelijke kansen op toegang of doorstroming heeft, is die selectie en allocatie niet 'objectief'. Daarnaast geeft men ook vaak aan dat educatie (doorheen selectie, doorheen het curriculum, …) de bestaande machtsverhoudingen legitimeert, en bijgevolg geen emancipatorische rol opneemt (zie ook Michael Apple). Vakken en richtingen worden verschillend gewaardeerd. Op die manier is educatie een instrument in handen van de heersende klasse en dominante belangengroepen.

Bij P2P lijkt 'het kunnen' en 'prestaties' veel minder belangrijk te zijn. De focus lijkt te liggen op het 'willen', en meer bepaalde de intrinsieke motivatie. P2P gaat in die zin uit van gelijkwaardigheid: iedereen mag een individuele bijdrage leveren aan het gezamenlijke project op basis van eigen capaciteiten, zonder dat hiervoor kwalificaties (bv. diploma's, certificaten) vereist zijn. Bijdragen kunnen vrijwillig worden gedaan op basis van eigen kunnen en vooral eigen motivatie/willen, en die worden dus niet afgedwongen. P2P gaat uit van een gelijke toegang tot gemeengoed en werkt op basis van peers die op gelijke voet staan. Er is hier niet langer sprake van een hiërarchie, maar van een polyarchie; in plaats van credentialisme (credit en dus selectie nodig voor de toegang) is er sprake van waardering op basis van eerdere bijdragen. De kwestie van gelijkheid toont zich hier in termen van een gezamenlijke – en dus als ‘gelijke’ of ‘peer’ - betrokkenheid op een gemeengoed, de common, met als doel een bijdrage leveren tot iets met maatschappelijke nut (voor – in principe – iedereen toegankelijk). Maar ook hier rijst de vraag of er sprake is van ongelijke kansen, van ongelijkheid en van - mogelijks subtiele - uitsluitingsmechanismen.

Discussie[bewerken]

Zowel de huidige samenleving als een P2P-samenleving pleiten voor 'gelijke kansen'. De focus van beide systemen verschilt echter. Waar de huidige samenleving de focus legt op 'kunnen' en 'ruilen/belonen', legt P2P de focus op 'willen' en 'bijdragen/waarderen'. Door deze verschuiving kunnen bepaalde uitsluitingsmechanismen opgeheven worden, en wellicht zullen uitdrukkingen van de klassieke ongelijkheid als dusdanig verdwijnen. Maar toch kan men verwachten dat ook bij P2P bepaalde vormen van cultureel kapitaal nodig zijn, of minstens een bepaalde ingesteldheid. Zo is er bv. nood aan (intrinsieke) motivatie, aan sterk zelfvertrouwen, ... . Voor zover dat samenhangt met afkomst en herkomst, kunnen er hier ook risico's ontstaan tot uitsluiting. Ongelijkheid blijft dus spelen als je niet voldoet aan een bepaald profiel. Om een zicht te krijgen op die nieuwe vormen van ongelijkheid en nieuwe uitsluitingsmechanismen binnen een P2P-samenleving kan het helpen om een ideaaltypisch profiel van een P2P-deelnemer te omschrijven. Een P2P-deelnemer zou moeten beschikken over:

  • Zelfsturing – zelfstandig kunnen werken en zelfvertrouwen hebben;
  • Samenwerken – bereid zijn om je af te stemmen, te laten sturen door anderen;
  • Netwerken - sociale contacten hebben en/of kunnen leggen;
  • Maatschappelijke betrokkenheid/engagement – duurzaam vooruitstrevend zijn;
  • Delen – kunnen loslaten;
  • Motivatie - bepaalde uitgesproken interesses hebben.

Men kan zich afvragen of deze kenmerken niet overeen komen met een profiel of 'habitus' van iemand uit de hogere middenklasse (zie ook Pierre Bourdieu). Dus ook voor een P2P-samenleving schuilt hier het risico dat bepaalde mensen uitgesloten zullen worden omdat ze niet voldoen aan dit profiel. Aan de hand van de 3 dimensies worden mogelijke nieuwe vormen van uitsluiting of (kansen)ongelijkheid in een P2P-samenleving verkend:

1. Ongelijke toegang

Toegankelijkheid is traditioneel vaak beperkt door socio-economische factoren, cultureel kapitaal (reeds verworven diploma's) en intelligentie. Maar ook in een P2P-samenleving is er bepaald cultureel kapitaal nodig, bv. taal, motivatie, zelfvertrouwen, ... . Herkomst en thuismilieu kunnen hierbij van invloed zijn en kunnen bijgevolg ook in een P2P-samenleving tot ongelijkheid/uitsluiting leiden. Het voor de hand liggend voorbeeld is hier: wie niet over een computer beschikt of niet met de computer kan werken, krijgt geen kans om een bijdrage te leveren aan Wikipedia.

2. Ongelijke behandeling

In beide systemen wordt er eerder gestreefd naar ongelijke behandeling door zowel positieve als negatieve discriminatie te hanteren in functie van gelijke toegang. Voorbeelden van positieve discriminatie zijn: differentiëring, remediëring, alternatieve educatieve praktijken, extra financiële middelen, ... Voorbeelden van negatieve discriminatie zijn: uniforme aanpak, gelijke financiëring voor alle scholen (elitescholen versus concentratiescholen), ...

3. Ongelijke waardering

Binnen het klassieke onderwijssysteem primeert de waarde van het hoofd (kennis) op de waarde van de handen (kunde). Dit uit zich in een verschil in waardering van talenten, van capaciteiten, van studievakken (bv. wiskunde t.o. kunst), van richtingen en van studies en diploma's. Hooggewaardeerde diploma's leiden tot beter gewaardeerde en ook beter betaalde jobs. Ook tussen scholen en educatieve instellingen is er een verschillende waardering: de universiteit staat hoger dan de hogeschool en een ASO-school hoger dan een TSO-school. Een P2P-samenleving lijkt deze verschillende vormen van waardering op te heffen (al is het maar omdat diploma's minder van belang zijn). Maar toch lijkt de norm hier de 'kenniswerker' te zijn (zie ook het profiel hierboven), en bijgevolg een mindere of andere waardering van wie daar niet aan beantwoordt (bv. iemand die (nog) niet zelfstandig, een op kennis gebaseerde bijdrage kan leveren dat maatschappelijk nut heeft).

Heeft P2P-leren een emancipatorische betekenis? Laat het toe om bestaande machtsconcentraties of belangen in vraag te stellen, en doorheen leren en vorming gestalte te geven aan een meer rechtvaardige, minder ongelijke samenleving?[bewerken]

In het huidige denken ligt de focus op het 'kunnen', en het bereiken van welomschreven einddoelen wordt opgelegd. Er kan hier gedacht worden aan de eindtermen van het onderwijs. Bij P2P ligt de focus eerder op vrijwilligheid, en met name iets samen 'willen' doen met oog op het creëren van een maatschappelijk nut. Is hier sprake van emancipatie? Klassiek verwijst emancipatie naar loskomen van een juk, en met name het loskomen van iemand of iets dat beslag legt, dat toe-eigent, dat in bezit neemt. Klassieke educatie wilde emanciperend zijn door (universele) kennis en een kritisch oordeelsvermogen te verspreiden over de gehele bevolking. Dit betekent wel dat er mensen (leerkrachten, experten) nodig zijn die al beschikken over deze (universele) kennis en dit oordeelvermogen. Er kan misschien gesteld worden dat P2P op een andere manier emanciperend werkt, met name door de open toegang die wordt geboden om een bijdrage te leveren en gebruik te maken van gemeen goed (common). In P2P wordt de macht (en het juk) dat uitgaat van eigendommen doorbroken. Eigendommen worden tot gemeengoed gemaakt. Misschien gaat het hier niet meer om het zogenaamde universele, maar steeds om concrete commons. Er is dan eerder sprake van een soort van lokale emancipatie waartoe men bijdraagt omdat men steeds werkt aan iets met maatschappelijk nut. Het gaat immers heel vaak om concrete dingen bv. het oprichten en onderhouden van collectieve tuintjes. Mensen creëren iets samen en dat iets wordt een common, een gemeengoed waar voortdurend iedereen vrijwillig een bijdrage mag leveren en waartoe iedereen gelijke toegang krijgt (eventueel ook degene die niet bijdragen). Emancipatie is dan misschien niet langer een (verworven) toestand (van vrijheid), maar een proces van voortdurend meewerken aan het creëren van gemeen goed en de vruchten kunnen en mogen plukken van dat gemeen goed.

Slotoverwegingen[bewerken]

Als we P2P volledig doordenken, blijkt dat er nood is aan een nieuwe mindset. In de huidige samenleving heerst er nog vaak de idee "ik werk eraan, dus ik moet er iets voor in ruil krijgen, en de anderen moeten er dus zelf maar voor werken". Dit is wat Bauwens ook omschrijft als het competitief individualisme: zelf beter willen zijn dan de rest, niet delen, win-verlies logica, en dus ook uitgaan van schaarste. De vereiste mindset is die van het coöperatief individualisme; en dus uitgaan van win-win, van 'geef een steen, en krijg een huis', van samenwerking, ... . Vanuit deze mindset is het niet nodig dat iedereen hetzelfde of evenveel bijdraagt (en terugkrijgt), maar gaat het erom alles en dus iedere bijdrage tot het gemeen goed te waarderen. Zo kan er bijvoorbeeld sprake zijn van een houding om diegenen die wat minder bijdragen leveren ook te betrekken en te prikkelen, en dit door bijvoorbeeld constructieve feedback en waardering. Enkel door iedereen te betrekken in het proces, kom je tot een product dat vanuit alle invalshoeken 'sterk' is. Het uitgangspunt lijkt te zijn dat als iedereen vanuit zijn of haar eigen kwaliteiten en competenties bijdraagt, men komt tot een beter gezamenlijk resultaat.

Externe linken[bewerken]

Voor meer informatie over de visie op diversiteit in het Vlaamse onderwijs, zie http://www.ond.vlaanderen.be/diversiteit/visie

Voor meer informatie over de visie op gelijkwaardigheid binnen Kif Kif, zie http://www.kifkif.be/over-kif-kif/standpunten/gelijkwaardigheid

Voor een voorbeeld van een aanzet tot een P2P samenleving, zie http://meerspanje.nl/samenleving/30701/revolutionair-dorp-als-antwoord-op-de-spaanse-crisis/

Gerelateerde kwesties[bewerken]

Voor de problematiek van ongelijkheid op basis van hiërarchie in kennis/expertise, zie de kwestie ‘Kennis

Voor de problematiek van macht die gericht is op het in stand houden van ongelijkheid, zie de kwestie ‘Macht

Kernwoorden[bewerken]

Kernwoorden kwestie 1
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.