Melkwinning/Uierbouw/Melkinterval

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

milk2010

...
...



De meeste melkveebedrijven melken de koeien twee keer per dag. Ook zijn er bedrijven die de koeien drie keer per dag melken. Waarom kiest de ene veehouder nu voor twee en de andere veehouder voor drie keer melken per dag?

De melkproductie van een koe neemt af naarmate de tijd tussen twee melkbeurten langer duurt dan acht uur (melkinterval). Wordt het interval onderbroken met een langere tijd, bijvoorbeeld 16 uur dan heeft dit invloed op de productie van de dagen daarna. De melkproductie is dan een stuk lager. Dit komt doordat de melkblaasjes in het uier van de koe niet geheel leeg zijn geweest, waardoor de productie van nieuwe melk minder hard gaat. Daarnaast veranderen de melkblaasjes door de druk van de achter gebleven melk in het uier. Het uier herstelt zich meestal gauw van deze verandering. Op den duur zal het uier niet meer herstellen en treedt een blijvende verandering op, waardoor niet meer de maximale productie gehaald kan worden.

Drie keer per dag melken is niet alleen beter voor het uier, het zorgt ook voor een stijgende melkproductie van 10% tot 15%. Bij vaarzen is het verschil in melkproductie tussen twee en drie keer melken beter te merken dan bij oudere koeien. Drie keer daags melken zorgt ook voor minder restmelk bij de koeien. Hierdoor kan het uier zich sneller vullen, wat tot een hogere productie leidt.

Bij robot melken zijn melkintervallen heel belangrijk. Attentiekoeien die langer dan een bepaalde tijd niet in de robot zijn geweest, moeten bij de robot gebracht worden om een daling van de melkproductie tegen te gaan. Oorzaken van het te weinig bezoeken van de robot kunnen zijn: Overbezetting van de robot, teveel zetmeel in het rantsoen, te veel krachtvoer aan het voerhek waardoor koeien niet gestimuleerd worden om naar de robot te komen en angst voor andere koeien in de wachtruimte

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.