Leer jezelf ecologisch tuinieren/Nieskruid

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ecologisch tuinieren

Helleborus foetidus2.jpg
Inleiding
De tuinkalender
Register
Wat zijn planten
Algemene begrippen
Sorteringslijsten
Grondbewerking
Plantkunde
Vermeerderen
Plantenfamilies
Geslachten
Soorten
Plantenziekten
Problemen
Het dierenleven
De moestuin
De kruidentuin
De boomgaard
De siertuin
De speeltuin

Het geslacht Nieskruid (Helleborus) omvat 15 tot 22 soorten volgens de verschillende auteurs.

Algemene kenmerken

De Helleborus soorten zijn vaste winter- of lentebloeiende planten met vlezige wortels, soms rizomen (Helleborus vesicarius). De oudere wortels zijn dikwijls donkerder, zelfs zwart. De meeste soorten zijn afkomstig uit het onderhout van kalkrijke streken.

Vier soorten zijn caulescent, dwz. met bebladerde bloeistengels: Helleborus argutifolius, Helleborus foetidus, Helleborus lividus, en Helleborus vesicarius. De eerste drie zijn wintergroen en hebben slechts stengelbladeren. De andere soorten zijn acaulescent, dwz. met alleen eenjarige bloeistengels. De handvormige bladeren hebben drie primaire blaadjes, die ofwel ongedeeld zijn (Sectie Chenopus) ofwel gedeeld worden in soms tot meer dan 100 blaadjes van tweede orde bij Helleborus multifidus subsp. hercegovinus en Helleborus abruzzicus.

De bloemen bestaan uit 5 kelkbladen, die groen of gekleurd zijn. De kroonbladen zijn in hoornvormige nectariën veranderd. De vruchten zijn kokervruchten, die min of meer aan elkaar verbonden zijn. De zaden, die een mierenbroodje hebben, worden door mieren gezaaid.

Soorten
Kweek

De grond moet licht, humusrijk en vochthoudend zijn, wel goed doorlatend. Natte voeten in de winter zijn funeste voor vele soorten. Hoewel de meeste soorten afkomstig zijn uit kalkstreken, gedijen de meeste soorten en cultivars ook redelijk in zure grond.

Met de uitzondering Helleborus vesicarius staan de Helleborus-soorten niet graag in de volle zon tijdens de zomer. Eens goed gevestigd worden de planten niet graag gestoord of verplant.

De planten, vooral Helleborus niger en de geel bloeiende hybriden zijn vatbaar voor de bladvlekkenziekte, die zwarte vlekken op de bladeren veroorzaakt. Wanneer de aantasting ernstig is, kan zij de dood van de plant als gevolg hebben.

Botanische soorten

De iets gevorderde liefhebber zou zeker een paar exemplaren van het stinkende nieskruid, Helleborus foetidus, planten. Deze in België inheemse plant, die een meter kan worden, heeft een sierlijk wintergroen loof en een overvloed aan bloemen van januari tot mei. ‘Wester Flisk’, met rode stengels, is een mooie selectie ervan.

Onder de andere wilde soorten is Helleborus odorus zeker de moeite waard. Zij groeit goed en heeft mooie geelgroene bloemen die naar appels ruiken. Ze wordt echter het best op een wat meer beschutte plaats gezet, beschermd tegen de wind. In tegendeel is Helleborus torquatus niet direct de meest aangewezen tuinplant omdat zij veel te traag groeit.

Toxiciteit en vroeger gebruik

De naam nieskruid danken de planten aan de medicinale toepassing. De gedroogde en tot poeder vermalen wortels zorgen bij opsnuiven ervan dat er flink geniesd moet worden. De wortel is zeer giftig door het aanwezige helleborine, dat een diglycoside is en bitter smaakt. Verdere aanwezige gifstoffen zijn saponine en protoanemonine.

Door de Grieken werd het wortelpoeder gebruikt bij krankzinnigheid en aanvallen van epilepsie. Laxeermiddelen bevatten nog wel eens bestanddelen van de wortel van het nieskruid. Alexander de Grote (356 v.Chr. tot 323 v.Chr.) is mogelijk overleden aan een overdosis Nieskruid. Zekerheid is er niet, maar men speculeert al eeuwen over zijn eventuele overmatig gebruik van nieskruid.

In het Dictionnaire raisonné universel d'histoire naturelle[1] kan men lezen:
Nous devons, dit-on, la connoissance des propriétés de l’hellébore, & sur-tout du noir, à un certain Mélampus, qui étoit Médecin ou Berger, & qui inventa la purgation : il guérit avec ce remede les filles de Prœtus, qui étoient devenues furieuses. ... des Médecins prudens abandonnent aujourd’hui les hellébores à la Médecine vétérinaire, pour guérir le farcin ... (Nl: De kennis van de eigenschappen van het nieskruid, vooral van het zwarte nieskruid [N.d.R.: de kerstroos, Helleborus niger], zou afkomstig zijn van een zekere Melampus, die arts of herder was en het laxeren ontdekte. Met dit middel genas hij de dochters van Proetus, die aan razernij leden. ... voorzichtige artsen hebben heden het nieskruid overgelaten aan de diergeneeskunde om de paarden te genezen van huidworm ...).

Nota’s en referenties
  1. Jacques Christophe Valmont de Bomare, Dictionnaire raisonné universel d'histoire naturelle (4e uitgave), boekdeel VI, p. 501, 1791, Bruyset Frère, Lyon.
  • Leo Jellito & Wilhelm Schacht, Hardy herbaceous perrennials, Timber Press, 1990
  • Roger Phillips & Martyn Rix, Early Perennials, Pan Books Pan Books Ltd., London, 1993
  • Graham Rice & Elizabeth Strangman, The Gardener's Guide to Growing Hellebores, Timber Press, 1993
  • Paul Geerts, Verslaafd aan Helleborus – Passie, kennis en geduld, De Tuinen van Eden, 14: 30-35, 2000
Wikimedia Commons Meer afbeeldingen over dit onderwerp vindt u in Categorie Helleborus op Wikimedia Commons
Wikipedia Wikipedia heeft een encyclopedisch artikel over Nieskruid
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.