Naar inhoud springen

Engels/Les 3: Op vakantie gaan

Uit Wikibooks

Info[bewerken]

Lessen[bewerken]

Alfabet[bewerken]

Klankleer[bewerken]

Grammatica[bewerken]

Woordenlijsten[bewerken]

Spreken en luisteren[bewerken]

Speciaal voor leerkrachten[bewerken]

Externe links[bewerken]

Tekst[bewerken]

(Situatie: Mark en John bespreken vakantieplannen).

  • M: Hi! Are you planning to go on holiday this year?
  • J: Surely. Together with my wife and children.
  • M: When are you going?
  • J: Next month.
  • M: Where are you going?
  • J: To the south of France.

Vocabulary[bewerken]

  • holiday - vakantie
  • surely - zeker, beslist
  • next - volgende
  • month - maand
  • south - zuiden
  • France - Frankrijk
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.