Belgische jazz/1940 - 1950

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Tenorsax.jpg
Belgische jazz



Voor verwante Wikibooks zie Portaal:Jazz

Jazz gaat underground[bewerken]

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was jazzmuziek door de bezettende Duitsers verboden. Slechts weinig jazzplaten bereikten Europa, en natuurlijk waren er nu geen Amerikaanse bands meer die toerden in België. Clandestien bloeide deze muziek echter meer dan ooit. Belgische orkesten bleven platen opnemen en er kwamen ook nieuwe bands bij. Doordat het publiek zich noodgedwongen moest richten op muzikanten van eigen bodem kenden deze formaties zelfs veel succes. De nummers van de platen die ze opnamen werden aangepast om het officiële verbod op Amerikaanse muziek te omzeilen. Zo werd Honeysuckle Rose bijvoorbeeld omgedoopt tot 'Rose de Miel' en Stardust stond op plaat als 'Poussière d'étoile'. Er ontstonden ook nieuwe jazzorganisaties zoals de Swing Club de Belgique en de club 'Sweet and Hot'. De belangrijkste bigbands zoals 'Robert de Kers and his Cabaret Kings' concerteerden regelmatig in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten en in de zaal van de Antwerpse Dierentuin.

Amerikaanse bands op bezoek[bewerken]

Louis Armstrong

Na de bevrijding in 1945 bleek dat het jazzlandschap in de Verenigde staten veranderd was, en dat 'bop' (of bebop) "the New thing" was geworden. Gekenmerkt door zijn virtuositeit, harmonische complexiteit en tempowisselingen, leidde bebop tot niet minder dan een stilistische revolutie. De grote namen waren nu Dizzy Gillespie en Charlie Parker, en de Europeanen leerden ook deze nieuwe jazzstijl kennen doordat Amerikaanse platen het land binnenstroomden.

In België beleefde de swing nochtans een hoogtepunt. De Belgische 'Lady of swing' was Lucy Barcey. Ze liet zich onder meer begeleiden door de band van De Kers. Jazz werd na de oorlog in heel Europa populair. In 1946 toerde het orkest van Don Redman in Europa, in 1947 gevolgd door Sidney Bechet (Antwerpen en Brussel) en Louis Armstrong. Ook de bands van Duke Ellington, Lionel Hampton, Count Basie en anderen zouden geregeld België bezoeken. Jazz in de vorm van dansmuziek, meestal swing, werd nu gespeeld in bars, clubs en allerlei zalen door Belgische bands als die van Boyd Bachmann, The Jump College, Henry Segers and his Belgian stars, Ernst van 't Hof, Jeff De Boeck en anderen. Deze orkesten konden rekenen op volle zalen waar ze ook kwamen, want ook de soldaten van de bevrijdingslegers konden de muziek van de vaak bijzonder professionele Belgische bands appreciëren. Een aantal jazzmusici keerden zich ook naar de nieuwe bop-stijl. In de periode na 1950 ontstond er in Europa een hernieuwde belangstelling voor de oude stijlen, met name voor New Orleans muziek. Op het New Orleans dixieland festival in Parijs in 1954 speelden onder meer de Dixie Stompers uit Bergen.

Heel wat Amerikaanse muzikanten trokken begin jaren 50 naar Europa, ook naar België, om daar te wonen en op te treden. Andersom genoten ook Belgische jazzmusici in de V.S. succes, onder wie gitarist en mondharmonicaspeler Toots Thielemans, vibrafonist Sadi, trompettist Herman Sandy en saxofonist Jack Sels. Andere Belgen traden in Europa op met Amerikaanse bands, zoals zangeres Yettie Lee met het orkest van Roy Eldridge in Parijs.

Bop in België[bewerken]

Bop, de moderne jazz, vond ook een voedingsbodem in België. Gitarist Bill Alexander nam samen met bassist John Warland Ornithology van Charlie Parker op in 1946, een van de eerste bebop-opnames in Europa. Een van de voornaamste bebop-bands was The Bob Shots uit Luik, waar ook Toots Thielemans even als gitarist aan verbonden was. In deze modernste groep van het land speelden enkele van de beste jazzmuzikanten van België zoals de getalenteerde fluitist en saxofonist Bobby Jaspar, saxofonist Jacques Pelzer en gitarist René Thomas. Bobby Jaspar zou zich later onder invloed van muzikanten als Stan Getz 'bekeren' tot de cool jazz en in zijn te vroeg afgebroken carrière (hij stierf op 37-jarige leeftijd) samenspelen met groten als Chet Baker, Kenny Burrell, Miles Davis, John Coltrane en Donald Byrd.

Django Reinhardt en jazz manouche[bewerken]

De Belgische zigeunergitarist Django Reinhardt vormde met de Franse violist Stéphane Grappelli in 1934 het kwintet Hot Club de France, waar ook Django's broer Joseph (gitaar), de gitarist Roger Chaput en de contrabassist Louis Volla deel van uitmaakten; Bij het uitbreken van de oorlog bleef Grappelli tijdens een tournee in Engeland achter en Django keerde terug naar Parijs, waar hij in 1940 samen met jazzsaxofonist en klarinettist Hubert Rostaing zijn bekendste nummer Nuages opnam. Django Reinhardt trok na de oorlog in 1946 naar de Verenigde Staten waar hij optrad en opnam met de groten van de jazz zoals Duke Ellington. Samen met Charlie Christian en Wes Montgomery wordt hij nu -ook buiten de jazz- beschouwd als een van de invloedrijkste gitaristen die er hebben bestaan. Django's stijl, de Jazz manouche of gipsy jazz oefent nog steeds een grote aantrekkingskracht uit op jazzmuzikanten over de hele wereld, getuige het aantal orkesten dat in deze stijl speelt en optreedt. In België is Fapy Lafertin waarschijnlijk de bekendste moderne vertegenwoordiger van jazz manouche. De Django d'Or awards, oorspronkelijk in Parijs georganiseerd als eerbetoon aan Django Reinhardt, behoren nu tot de meest prestigieuze jazzprijzen die worden toegekend aan verdienstelijke jazzmuzikanten. Sinds de jaren 90 organiseren behalve Frankrijk steeds meer landen hun eigen Django d'Or awards. In België presenteren Gent Jazz Festival en Dinant Jazz Nights in samenwerking om beurt de Django d'or awards, waarbij het ene jaar Nederlandstalige en het andere jaar Franstalige talenten worden bekroond.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.