Taal/ATW/Levende en dode talen

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Taal

Inleiding
ATW
Taal en cognitie
Tekens, tekensystemen en semiotiek
Toegepaste taalkunde
Historische taalkunde
Taalfilosofie


Levende taal[bewerken]

Het enige verschil tussen enerzijds Latijn en Oud-Grieks en anderzijds Nederlands, Duits, Engels, ... is dat die eerste talen zich niet meer ontwikkelen en door niemand als moedertaal worden gesproken. Daarom noemen we talen als Latijn en Oudgrieks ook wel dode talen. De tegenhangers van dode talen zijn de levende talen. Het Nederlands is dus een voorbeeld van een levende taal. Om van een levende taal te spreken, moet minstens 1 iemand die taal als zijn moedertaal beschouwen. Doordat de wereld van de taalgebruiker verandert, vallen delen van een levende taal weg, de taal verandert mee met de wereld van de taalgebruiker.

De kenmerken van een levende taal kunnen als volgt samengevat worden:

  • Binnen een natuurlijke taal vindt er taalverandering plaats: de wereld van de taalgebruiker verandert en daardoor slijten bepaalde "onlogische" delen af;
  • Minstens 1 persoon spreekt deze taal als moedertaal.

Uitsterven van talen[bewerken]

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.