Onderwijs in relatie tot P2P/Netwerkeconomie

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen



Netwerkeconomie is een term uit de informatietechnologie die duidt op samenwerking op micro-, meso- en macroniveau. Door deze samenwerkingsverbanden kunnen er netwerken ontstaan, waardoor er een grotere waarde gecreëerd wordt op gebied van informatieoverdracht, communicatie en productie (Howest, 2013). Op die manier is er een snellere groei, productie en verkoop (Wiktionary, 2014). De netwerken kunnen enerzijds in de echte wereld bestaan, al bestaan ze anderzijds steeds meer virtueel door het toenemende belang van sociale media.

Netwerkeconomie en P2P[bewerken]

De sociale media zijn een toepassing van netwerkeconomie op microniveau. Door online contacten te vormen kunnen er netwerken gevormd worden tussen individuen voor verschillende doeleinden, bijvoorbeeld om relaties te onderhouden. Deze online contacten zijn lokaal, maar het internet laat het toe om ook virtuele relaties over de wereld aan te gaan. In het microniveau is er in mindere mate sprake van netwerkeconomie, omdat deze zich vooral op meso- en macroniveau situeert.

Op het mesoniveau, zoals organisaties en ondernemingen, heeft de term zowel een letterlijke als figuurlijke betekenis. Enerzijds kan netwerkeconomie in de letterlijke zin gezien worden als het netwerken zoals hierboven beschreven werd, nl. aan de hand van sociale media. Zo kunnen ondernemingen virtuele relaties onderhouden dankzij de sociale media. Deze relaties tussen verschillende bedrijven kunnen zowel lokaal (eigen regio, België) als globaal (wereldwijd, ander continent) zijn. Het doel is om door het grotere netwerk een grotere waarde te creëren, waardoor de onderneming verder kan ontwikkelen. Door een virtueel netwerk kunnen ze bijvoorbeeld een common ontwerpen of kennis delen. In de figuurlijke zin is er sprake van een werknemer uit het business management die in een bedrijf linken ziet tussen verschillende afdelingen. Hij heeft een helikopterzicht en kan gezien worden als allrounder. Doordat hij de linken en verbanden ziet tussen de verschillende afdelingen, is hij multi-inzetbaar (Howest, 2013). Dit wordt beschouwd als een ruimtelijk voorbeeld op mesoniveau, omdat het handelen van deze persoon zich niet afspeelt op een bepaalde dienst, maar zich uitstrekt over de gehele organisatie.

Het macroniveau spitst zich toe op de rol van steden als economische knooppunten. De opkomst van netwerkeconomie is één van de aanwijzingen dat er sleet zit op de macht van nationale staten. Bauwens (2014) ziet immers in netwerkeconomie een fenomeen dat een logica aan het blootleggen is van een nieuw, coherent productie- en waardesysteem dat bepalend zal zijn voor een nieuw economisch en sociaal systeem. Hij doelt hiermee op het peer-to-peersysteem. Er is immers een evolutie naar een globale samenleving waar steden een centrale rol spelen. Doordat er steeds meer activiteiten de nationale wettelijke kaders en identiteiten overstijgen, is er een ondermijning van de natiestaat. Enkele belangrijke factoren hiervan zijn de internationalisering van het internet, capaciteit om globaal samen te werken en de globalisering van financiële markten. Twee andere aanwijzingen van de uitholling van de nationale staten zijn de globalisering en de evolutie van industrieel naar cognitief kapitalisme. In een P2P-samenleving verschuift het economische zwaartepunt van de nationale staten naar de steden als economisch zwaartepunt. Het is het onduidelijk wat de toekomstige rol van deze nationale staten dan (nog) is of in welke mate deze zal spelen in de globale economie (Bauwens, 2014).


Voorbeelden[bewerken]

Eén van de sociale media die gebruikt wordt om te netwerken op micro- en mesoniveau is LinkedIn. Op deze zakelijke netwerksite zijn er zo’n 300 miljoen gebruikers aangemeld, waarvan er 90 miljoen personen deze site maandelijks actief gebruiken. Het is gericht zowel voor werkenden, die hun professioneel netwerk willen verbreden en om advies uit te wisselen, als voor werkzoekenden, die zich kandidaat kunnen stellen voor een vacature of om de eigen marktwaarde te vergroten door een goed netwerk te ontwikkelen. Facebook heeft zeer recentelijk bekend gemaakt dat het meer wil integreren in organisaties en ondernemingen door een zakelijk Facebook@work te ontwerpen en ontwikkelen (Cultureel woordenboek, 2014).

Overheden kunnen ook hun voordeel halen uit sociale media. Zo kunnen ze in interactie treden met de burgers, online informatie posten en verbindingen maken tussen hun verschillende instellingen. Dit geeft de relaties weer tussen overheid, ondernemers en de mening/kijk op bepaalde zaken. Hierdoor kan de overheid meer transparant worden. Het is een katalysator voor netwerkeconomie door te investeren in informatie en interne communicatietechnologieën, zodat het overheidsbestel efficiënter gebruikt kan worden. Een voorbeeld hiervan is tax-on-web, waarbij de fiscale aangifte online kan gedaan en opgevolgd worden (Harvard University, 2014).

Theoretische duiding[bewerken]

In een netwerkeconomie draait alles om wereldwijde netwerken, waarin individuen, bedrijven en instellingen met elkaar verbonden zijn en waarin voortdurend wisselende en flexibele ketens van bedrijven en instellingen worden gevormd . De potentiële klanten bevinden zich vooral virtueel en ondernemingen besteden hun opdrachten wereldwijd uit. Wereldwijd kan men deze opdracht aannemen, waardoor de concurrentie op de arbeidsmarkt stijgt. Mensen werken over bedrijfs- en landgrenzen heen. Dit brengt echter wel met zich mee dat managers meer tijd dienen te investeren in de organisatie van opdrachten en werk, het krimpen van het vaste personeelsbestand van een bedrijf, toename van het werk bij Human Resource Management om personen te selecteren om een bepaald werk te doen, voortdurende spanning en concurrentie tussen mensen die op zoek zijn naar opdrachten etc. (Koninklijke KVGO, 2014).

In vergelijking met het huidige systeem verdwijnen enkele typerende eigenschappen. Het begrip 'vaste job' vervaagt en verdwijnt stilaan, maar wordt vervangen door contractwerk. Dit veroorzaakt de reeds genoemde voortdurende spanning en concurrentie tussen mensen, zowel binnen als buiten een team. Daarnaast is er meer keuzevrijheid om het eigen werk en de organisatie ervan te kiezen, aangezien men kan intekenen op bepaalde opdrachten. Verder krijgen vakmensen een moeilijkere positie om zich overeind te houden in deze netwerkeconomie. (Koninklijke KVGO, 2014).

Een van de tendensen binnen netwerkeconomie is het samengaan van consumentennetwerken met de zakenwereld, zoals bedrijven. Hoewel deze voorheen eerder strikt gescheiden waren van elkaar en veranderen de grenzen en relaties. Door een online marktplaats te hanteren, zoals eBay, is het immers ook voor een bedrijf mogelijk om zaken aan te kopen van particulieren. De relatie consument-producent zijn in dat geval omgekeerd (MIT Technology Review Custom, 2014).

De gevolgen van netwerkeconomie zullen in drie domeinen sterk merkbaar zijn.

Ten eerste zal netwerkeconomie ervoor zorgen dat consumenten een bepaalde loyaliteit ontwikkelen ten opzichte van een merk of bedrijf. Dit zal het enerzijds bereiken doordat bedrijven meer en betere gepersonaliseerde ervaringen ontvangen van verbruikers. Anderzijds zal er een personificatie van de ervaring zijn. Op elk gebied zal een organisatie de specifieke voorkeur van de consument kennen voor een bepaalde product of dienst. Deze specifieke voorkeur zal steeds verder kunnen evolueren aan de hand van de gegevens die het bedrijf verzamelt over deze consument (MIT Technology Review Custom, 2014).

Daarnaast zal netwerkeconomie open innovatie in de hand werken. De relaties tussen werknemers en werkgevers zullen immers sterk veranderen door de zogenaamde millennials. Deze term staat voor de mensen die geboren zijn vanaf de vroege jaren 80 tot begin 2000. Deze generatie wordt de ‘digital native’ genoemd, omdat ze opgegroeid zijn in een wereld met computers en internet. Ze kunnen beschouwd worden als natuurlijke netwerkers. Op het gebied van werk heeft deze generatie tegen 2025 een groot deel van de babyboomgeneratie vervangen en maken ze het grootste deel van de arbeidsmarkt uit. Hun invloed op de economie en de manier waarop er gewerkt wordt zullen de netwerkeconomie een boost geven. Zo zal het concept 'werk' minder gerelateerd worden met een plaats, maar eerder met een activiteit. Ondernemingen zijn namelijk steeds op zoek naar kennis en selecteren op basis hiervan hun medewerkers. Deze medewerkers kunnen echter, door de mogelijkheid van online netwerken, van overal afkomstig zijn en via online technologieën een meerwaarde betekenen (MIT Technology Review Custom, 2014).

Als laatste wordt een vergroting en optimalisatie van de hulpbronnen genoemd als gevolg van netwerkeconomie. Schaarste zal evolueren naar overvloed, aangezien er steeds een verborgen capaciteit is: er dient niet meer gemaakt te worden, er dient meer efficiëntie te zijn. Eén domein waar dit principe dringend toegepast moet worden, is de landbouw. Tegen 2050 worden er immers twee miljard mensen meer verwacht op de wereld. Door optimalisatie van de landbouwmiddelen en –technieken zal er een stijging van 70% van de voedselproductie zijn, wat nodig is om voldoende voedsel te voorzien voor de wereldbevolking. Netwerkeconomie is het middel om netwerken tot stand te brengen en door hyperconnectiviteit kunnen de landbouwtechnieken, maar ook goederen op andere gebieden, meer efficiënt en effectief worden (MIT Technology Review Custom, 2014).

Externe links[bewerken]

Artikels over Facebook@work: http://www.demorgen.be/technologie/binnenkort-verplicht-facebooken-op-het-werk-a2122548/ http://www.standaard.be/cnt/dmf20141117_01380020

Artikel 'Networked economy forcing new directions for collaboration': http://www.zdnet.com/networked-economy-forcing-new-directions-for-collaboration-7000009836

Filmpje ‘What is the networked economy and why it matters to you’: http://www.youtube.com/watch?v=wUljP7B-6us

Hoe een sterk professioneel netwerk ontwikkelen: https://www.mne.psu.edu/PSNES/Networking.pdf

Link naar opleiding ‘Netwerkeconomie’ aan HoWest: http://www.howest.be/Default.aspx?target=simonstevin&lan=nl&item=178

Referenties[bewerken]

Bauwens, M., & Lievens, J. (2014). De wereld redden. P.92, 122. Antwerp, Belgium: Houtekiet.

Cultureel woordenboek. (2014). LinkedIn. Retrieved November 20, 2014 from http://www.cultureelwoordenboek.nl/index.php?lem=4768

Harvard University. (2014). Networked economy. Retrieved November 20, 2014 from http://cyber.law.harvard.edu/readinessguide/economy.html

Howest. (2013). Netwerkeconomie studeren aan Howest. Retrieved November 19, 2014 from http://www.howest.be/Default.aspx?target=simonstevin&lan=nl&item=1303

Koninklijke KVGO. (2014). Netwerkeconomie zet bedrijven en werken op zijn kop. Retrieved December 2, 2014, from http://www.kvgo.nl/personeel-organisatie/netwerkeconomie-zet-bedrijven-en-werken-op-zijn-kop/

MIT Technology Review Custom. (2014). Revolution in Progress: The Networked Economy. Retrieved from http://www.technologyreview.com/view/530241/revolution-in-progress-the-networked-economy/

Wiktionary. (2014). Netwerkeconomie. Retrieved November 20, 2014 from http://nl.wiktionary.org/wiki/netwerkeconomie

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.