Fries/Bijvoeglijke naamwoorden

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Bijvoegelijke naamwoorden[bewerken]

Hier vindt u een overzicht van de bijvoegelijke naamwoorden in het Fries.


bijvoeglijke naamwoorden goed, âld, jong, nij, drok, fol, min, fier, sêd, wiet, mâl, lang, koart, aardich, eigen, Frysk, grut, heech, lêstich, maklik, skjin, smoarch, betiid, kâld, let, moai, siik, lúks, oar, ryk, stikken, stil, frij, los, wier, benaud, frjemd, nuver
verbogen nije, tichte, ferline, hiele, lytse, oerstallige, djoere, oare, rjochte, bêste, elke, nuete, krekte, orizjinele, sprutsene
vergelijkend fierder, âlder, moaier


Note.svg Fries grammatica

Lidwoorden 25%.pngZelfstandige naamwoorden 25%.pngbijvoeglijke naamwoorden 25%.pngvoornaamwoorden 25%.pngtelwoorden, bijwoorden, voorzetsels, voegwoorden, tussenwerpsels 25%.pngwerkwoorden 25%.pngklinkers 25%.png

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.