Naar inhoud springen

Scheikunde Opgaven/Mol en massa

Uit Wikibooks


Kijk eventueel ook in BINAS-tabel 99.[1]

Voor uitleg over deze pagina: klik op "uitklappen" rechts in dit kader.

Op onderstaande pagina zijn alleen de vragen zichtbaar in een kader op een afwijkende ondergrond. Binnen het kader is rechts een knop zichtbaar: "Uitklappen", vergelijkbaar met de knop om deze tekst te openen. Door op deze knop te klikken wordt het antwoord van de betreffende vraag zichtbaar.
Vaak, maar niet altijd is er ook een uitwerking bij de vraag aanwezig. Deze blijft bij het openen van het antwoord nog onzichtbaar, maar opnieuw is, als een uitwerking beschikbaar is, een knop "Uitklappen" aanwezig om de uitwerking zichtbaar te maken. Ontbreekt bij het antwoord de knop "Uitklappen", dan is geen uitwerking bij de vraag beschikbaar.

Indien gewenst kunnen antwoord en uitwerking ook weer onzichtbaar gemaakt worden door op de zelfde plek als waar de knop "Uitklappen" aanwezig was op de knop "Inklappen" te klikken.

Molaire massa

Bereken de molaire massa van
1.
natriumchloride (NaCl)
MANaCl=58,443 g/mol

De molaire massa van natriumchloride is de som van de molaire massa's van natrium en chloor:

MANaCl=MANa+MACl=22,990+35,453=58,443 g/mol
Afwijkingen in de laatste twee cijfers zijn doorgaans terug te voeren naar de precieze tabel waar de atomaire molaire massa's zijn gevonden.
2.
natriumsulfaat (NaA2SOA4)
MANa2SO4=142,041 g/mol

De molaire massa van natriumsulfaat is de som van de 2 keer de molaire massa van natrium, 1 keer de molaire massa van zwavel en vier keer de molaire massa van zuurstof:
MANa2SO4=2×MANa+MAS+4×MAO=2×22,990+32,06+4×15,999=142,041 g/mol

Afwijkingen in de laatste twee cijfers zijn doorgaans terug te voeren naar de precieze tabel waar de atomaire molaire massa's zijn gevonden.
3.
calciumchloride (CaClA2)
MACaCl2=110,986 g/mol
De molaire massa van calciumchloride is de som van 1 keer de molaire massa van calcium plus 2 keer de molaire massa van chloor:
MACaCl2=MACa+2×MACl=40,080+2×35,453=110,986 g/mol
Afwijkingen in de laatste twee cijfers zijn doorgaans terug te voeren naar de precieze tabel waar de atomaire molaire massa's zijn gevonden.
4.
ammoniumsulfaat ((NHA4)A2SOA4)
MA(NH4)2=132,139 g/mol
De molaire massa van ammoniumsulfaat is de som van twee keer de molaire massa van het ammonium-ion plus de massa van het sulfaat-ion:
MA(NH4)2=2×MANH4+MASO4=2×(14,0067+4×1,0079)+(32,064+4×15,999)=132,139 g/mol
Afwijkingen in de laatste twee cijfers zijn doorgaans terug te voeren naar de precieze tabel waar de atomaire molaire massa's zijn gevonden.
5.
ijzer(II)chloride (FeClA2)
MAFeCl2=126,753 g/mol
De molaire massa van ijzer(II)chloride is de som van 1 keer de molaire massa van ijzer plus 2 keer de massa van chloride:
MAFeCl2=MAFe+2×MACl=55,847+2×35,453=126,753 g/mol
Afwijkingen in de laatste twee cijfers zijn doorgaans terug te voeren naar de precieze tabel waar de atomaire molaire massa's zijn gevonden.
6.
koper(I)fosfaat (CuA3POA4)
MACu3PO4=285,609 g/mol
De manier van uitwerken wordt in de opgaven opgave 1 tot en met opgave 5 weergegeven.
Afwijkingen in de laatste twee cijfers zijn doorgaans terug te voeren naar de precieze tabel waar de atomaire molaire massa's zijn gevonden.
7.
koper(II)fosfaat (CuA3(POA4)A2)
MACu3PO4=380,581 g/mol
De manier van uitwerken wordt in de opgaven opgave 1 tot en met opgave 5 weergegeven.
Afwijkingen in de laatste twee cijfers zijn doorgaans terug te voeren naar de precieze tabel waar de atomaire molaire massa's zijn gevonden.
8.
bariumjodide (BaIA2)
MABaI2=391,1 g/mol
De manier van uitwerken wordt in de opgaven opgave 1 tot en met opgave 5 weergegeven.
Afwijkingen in de laatste twee cijfers zijn doorgaans terug te voeren naar de precieze tabel waar de atomaire molaire massa's zijn gevonden.

Massa van een aantal mol

Hoeveel gram is
9.
2 mol natriumchloride, NaCl
116,886 gram

Om de massa NaCl uit te kunnen rekenen heb je een formule nodig waarin die massa voorkomt. Er is een gegeven over het aantal mol en de stof waar je mee werkt: natriumchloride. Daar weet je de molaire massa van, of die kun je uitrekenen. We hebben de formule voor de molaire massa, waarin een relatie gelegd wordt tussen de drie grootheden massa, aantal mol en molaire massa:

Molaire massa = massaaantal mol

     

 

verg. 1

of in symbolen:

M = mn

     

 

verg. 2

Met behulp van wiskunde (of het 2, 3, 6-ezelsbruggetje) kun je deze algemene formule omzetten in:

m = n ⋅ M

     

 

verg. 3

Om de massa NaCl uit te rekenen vermenigvuldig je dus het aantal mol met de Molaire massa van NaCl. In formules wordt het aantal mol weergegeven met een kleine letter "n", de massa met een kleine letter "m" en de molaire massa met een hoofdletter "M". Toegepast op natriumchloride wordt de formule:

mAn mol NaCl = n× MANaCl

     

 

verg. 4

De molaire massa van NaCl is de som van de molaire massa's van natrium en chloor:

MANaCl= MANa+MACl

     

 

verg. 5

Invullen (in omgekeerde volgorde, begin bij formule 5) geeft nu:

MANaCl= MANa+MACl=22,A990+35,A453=58,A443 g⋅molA−1

     

 

verg. 6

Het resultaat van vergelijking 6 (gebruik de knop Ans op je rekenmachine) invullen in vergelijking 4 geeft dan:

mA2 mol NaCl =2×MANaCl = 2× 58,A443 =116,A886 gram

     

 

verg. 7

10.
7 mol kaliumbromide, KBr
833,042 gram

Om de massa KBr uit te rekenen vermenigvuldig je het aantal mol met de Molaire massa van KBr. In formules wordt het aantal mol weergegeven met een kleine letter "n", de massa met een kleine letter "m" en de molaire massa met een hoofdletter "M". De formule wordt dus:

mAn mol KBr =nAKBr×MAKBr

     

 

verg. 1

De molaire massa van KBr is de som van de molaire massa's van kalium en broom:

MAKBr= MAK+MABr

     

 

verg. 2

Invullen (in omgekeerde volgorde, begin bij formule 2) geeft nu:

MAKBr= MAK+MABr= 39,A102+79,A904=119,A006 g⋅molA−1

     

 

verg. 3

Het resultaat van vergelijking 3 invullen (gebruik de knop Ans op je rekenmachine) in vergelijking 1 geeft dan:

mA7 mol KBr =7×MAKBr = 7× 119,A006 =833,A042 gram

     

 

verg. 4

11.
5 mol waterstofgas HA2
10,080 gram

Om de massa HA2 uit rekenen vermenigvuldig je het aantal mol met de molaire massa van HA2. In formules wordt het aantal mol weergegeven met een kleine letter "n", de massa met een kleine letter "m" en de molaire massa met een hoofdletter "M". De formule wordt dus:

mn mol H2 =  nH2×MH2

     

 

verg. 1

De molaire massa van HA2 is 2 keer de molaire massa van H:

MH2 =  2  ×MH

     

 

verg. 2

Invullen (in omgekeerde volgorde, begin bij formule 2) geeft nu:

MH2 = 2 ×MH = 2 ×1,008=2,016g⋅mol−1

     

 

verg. 3

Het resultaat van vergelijking 3 invullen (gebruik de knop Ans op je rekenmachine) in vergelijking 1 geeft dan:

m5 mol H2 = 5× 2,016 = 10,080 gram

     

 

verg. 4

12.
0,25 mol suiker CA12HA22OA11
85,576 gram

Om de massa CA12HA22OA11 uit te rekenen vermenigvuldig je het aantal mol met de molaire massa van CA12HA22OA11. In formules wordt het aantal mol weergegeven met een kleine letter "n", de massa met een kleine letter "m" en de molaire massa met een hoofdletter "M". De formule wordt dus:

mn mol C12H22O11 =nC12H22O11×MC12H22O11

     

 

verg. 1

De molaire massa van CA12HA22OA11 is 12 keer de molaire massa van C plus 22 keer de molaire massa van H plus 11 keer de molaire massa van O:

MC12H22O11=12 ×MC+22 ×MH+11 ×MO

     

 

verg. 2

Invullen (in omgekeerde volgorde, begin bij formule 2) geeft nu:

MC12H22O11=12 ×12,011+22×1,008+11×15,999=342,303/g⋅mol−1

     

 

verg. 3

Het resultaat van vergelijking 3 invullen (gebruik de knop Ans op je rekenmachine) in vergelijking 1 geeft dan:

m0,25 mol C12H22O11 = 0,25× 342,303 =85,576 gram

     

 

verg. 4

13.
0,007 mol gootsteenontstopper, NaOH
0,280 gram

Om de massa NaOH uit te rekenen vermenigvuldig je het aantal mol met de molaire massa van NaOH. In formules wordt het aantal mol weergegeven met een kleine letter "n", de massa met een kleine letter "m" en de molaire massa met een hoofdletter "M". De formule wordt dus:

mn mol NaOH =nNaOH×MNaOH

     

 

verg. 1

De molaire massa van NaOH is 1 keer de molaire massa van Na plus 1 keer de molaire massa van O plus 1 keer de molaire massa van H:

MNaOH=MNa+MO+MH

     

 

verg. 2

Invullen (in omgekeerde volgorde, begin bij formule 2) geeft nu:

MNaOH=MNa+MO+MH=22,990+15,999+1,008+=39,997/g⋅mol-1

     

 

verg. 3

Het resultaat van vergelijking 3 invullen (gebruik de knop Ans op je rekenmachine) in vergelijking 1 geeft dan:

m0,007 mol NaOH = 0,007× 39,997 =0,280 gram

     

 

verg. 4

14.
5,7×10A−4 mol kalk CaCOA3
5,A7 × 10A−2 chemgram

Om de massa CaCOA3 uit te rekenen vermenigvuldig je het aantal mol met de molaire massa van CaCOA3. In formules wordt het aantal mol weergegeven met een kleine letter "n", de massa met een kleine letter "m" en de molaire massa met een hoofdletter "M". De formule wordt dus:

mn mol CaCO3 =nCaCO3×MCaCO3

     

 

verg. 1

De molaire massa van CaCOA3 is 1 keer de molaire massa van Ca plus 1 keer de molaire massa van C plus 3 keer de molaire massa van O:

MCaCO3=MCa+MC+3× MO

     

 

verg. 2

Invullen (in omgekeerde volgorde, begin bij formule 2) geeft nu:

MCaCO3=MCa+MC+3 ×MO=40,080+12,011+3× 15,999=100,089/g⋅mol−1

     

 

verg. 3

Het resultaat van vergelijking 3 invullen (gebruik de knop Ans op je rekenmachine) in vergelijking 1 geeft dan:

mn mol NaOH = 5,7×10−4× 100,089 =5,7× 10−2 gram

     

 

verg. 4




  1. ↑ BINAS 5e druk tabel 99, BINAS, Informatieboek voor natuurwetenschappen en wiskunde vijfde druk, BINAS-commissie van de NVON, Noordhoff Uitgevers
Informatie afkomstig van Wikibooks NL, een onderdeel van de Wikimedia Foundation.