Naar inhoud springen

Quenya/Adjectieven

Uit Wikibooks

Inleiding

[bewerken]

Quenya heeft 3 types adjectieven die we kunnen herkennen aan de eindletter:

  • adjectieven op -a:
alta "groot"
corna "rond"
larca "snel"
raica "gebogen"
farëa "voldoende"
  • adjectieven op -ë:
leucë "ziek"
ninquë "wit"
carnë "rood"
  • adjectieven op -n; de meeste eindigen op -in, enkele op -en:
marin "rijp"
qualin "dood"
peren "geduldig"


Adjectieven worden meestal voor het substantief waarbij ze horen geplaatst:

larca sírë "een snelstromende rivier"
i ninquë fanya "de witte wolk"

Je kan het adjectief benadrukken door het achter het substantief te plaatsen:

mallë raica "een kromme (en niet rechte) straat"

Bij een eigennaam plaatsen we het adjectief altijd achteraan:

Elendil Voronda "Elendil (de) Trouwe, Trouwe Elendil"


Adjectieven kunnen ook als gezegde gebruikt worden bij het werkwoord :

i parma ná carnë "het boek is rood"

In zulke korte zinnen wordt (of nar) dikwijls weggelaten:

i parma carnë "het boek is rood"


Meervoud

[bewerken]

Adjectieven hebben slechts één meervoudsvorm; deze wordt gebruikt indien het substantief niet in het enkelvoud staat (dus duaal, meervoud en partitief meervoud maken geen verschil voor de vorm van het adjectief):

carni parmar "rode boeken"
carni parmat "een paar rode boeken"
carni parmali "enkele rode boeken"

Adjectieven in het gezegde staan in het meervoud van zodra het onderwerp naar meer dan één persoon of voorwerp verwijst:

i ciryar nar ninqui "de schepen zijn wit"
i aran ar i tári nar altë "de koning en de koningin zijn groot"


Vorming van het meervoud:

  • adjectieven op -a maar niet op -ëa:
altaaltë "groot"
cornacornë "rond"
raicaraicë "gebogen"
  • adjectieven op -ëa:
farëafarië "voldoende"
laurëalaurië "gouden"
  • adjectieven op -ë:
leucëleuci "ziek"
ninquëninqui "wit"
  • adjectieven op -n hebben twee mogelijke vormen:
marinmarini/marindi "rijp"
qualinqualini/qualindi "dood"
perenpereni/perendi "geduldig"

Er is één onregelmatig adjectief:

maitëmaisi "handig"


Verbogen adjectieven

[bewerken]

In Quenya zijn er 2 gevallen waarin een adjectief verbogen wordt:

  • als het adjectief als substantief gebruikt wordt
  • als het adjectief onmiddellijk volgt op het substantief waarbij het hoort

In alle andere gevallen heeft een adjectief enkel de hogervermelde vormen: enkelvoud en meervoud.

Voorbeelden en paradigma's kan je vinden op de pagina: Quenya/Verbogen adjectieven.


Comparatief

[bewerken]

In Quenya worden twee soorten comparatief (vergelijkende trap) gebruikt: de relatieve en de absolute comparatief.


relatieve comparatief

[bewerken]

Om een adjectief te gebruiken in een relatieve vergelijking laten we het voorafgaan door , de vorm van het adjectief verandert echter niet:

Oromë ná halla lá Mandos "Orome is langer dan Mandos"
Anar ná calima lá Isil "De zon is helderder dan de maan"


Merk op: wordt ook gebruikt bij de ontkenning van sommige werkwoordsvormen. Beide betekenissen kunnen samen in één zin voorkomen:

lá carilyes maica lá macilerya "jij maakt het niet scherper dan jouw zwaard"


absolute comparatief

[bewerken]

Als daarentegen de vergelijking absoluut is, dan gebruiken we een speciale uitgang –lda:

Oromë ná hallalda "Orome is langer"

Deze comparatieven eindigen altijd op –a en volgen de regels van dit type adjectieven:

laiqualdë peleri "groenere velden"


Als we deze uitgang toepassen op adjectieven op –ë dan gebruiken we hun I-stam:

ninquë "wit" → ninquilda

en adjectieven op –in/-en krijgen –ilda:

melin "lief" → melinilda


Enkele zijn onregelmatig:

mára/manë "goed" → malda "beter"
vanya "mooi, eerlijk" → valda "mooier, eerlijker"
ulca "slecht, verkeerd" → ulda "slechter, verkeerder"
faica "slecht, gemeen" → felda "slechter, gemener"
limba "veel" → lilda "meer"
olya "veel" → olda "meer"

en het diminutief:

manca "weinig" → mitsa "minder"



Superlatief

[bewerken]

Het superlatief (overtreffende trap) wordt gevormd door het voorvoegsel an- aan het adjectief te hechten:

calima "helder" → ancalima "helderst"
vinya "nieuw" → anvinya "nieuwst"


Het voorvoegsel kan niet zo maar bij elk adjectief gebruikt worden omdat anders ontoelaatbare medeklinkercombinaties zouden ontstaan (zie Quenya/Fonologie). We kunnen het onveranderd gebruiken bij adjectieven beginnende met: een klinker, c-, n-, qu-, t-, v-, w-, y-, f-, h-.

alta "groot" → analta "grootst"
nindë "fragiel" → annindë "fragielst"
quanta "vol" → anquanta "volst"
wilwa "vaag" → anwilwa "vaagst"
yelwa "verachtelijk" → anyelwa "verachtelijkst"
furin "geheim" → anfurin "meest geheim"
halla "lang" → anhalla "langst"


Als het adjectief begint met p- dan wordt het voorvoegsel am-:

pitya "klein" → ampitya "kleinst"


Voor l-, m-, r-, s- the n of an- verdubbelt de beginmedeklinker:

lauca "warm" → allauca "warmst"
ringa "koud" → arringa "koudst"
sarda "hard" → assarda "hardst"
marin "rijp" → ammarin "rijpst"


Als we ook de historische ontwikkeling van Quenya in rekening brengen, dan zal er een grote groep adjectieven 'historische' onregelmatigheden vertonen, bvb.

vanya "mooi" → ambanya "mooist"

Deze worden op een aparte pagina behandeld: historische superlatieven.



>> Quenya >> Quenya/Adjectieven

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.