Naar inhoud springen

Oudgrieks/Werkwoorden/Optatief

Uit Wikibooks

-- Inleiding --

-- Basiscursus --

Inleiding
Een korte geschiedenis
Blok 1
Blok 2
Blok 3
Blok 4
Blok 5
Blok 6
Samenvatting
Afsluiting

-- Taaloverzicht --

Klankleer
Alfabet
Vormleer
Lidwoorden
Zelfstandige naamwoorden
Adjectieven
Bijvoeglijke naamwoorden
Werkwoorden
Indicatief | Praesens
Conjunctief | Aoristus
Optatief | Perfectum
Imperatief | Plusquamperfectum
Participium | Imperfectum
Infinitief | Futurum
Voornaamwoorden
Bijwoorden
Telwoorden
Syntaxis
De zin

-- Woordenlijst --


De optatief diende in het Grieks oorspronkelijk om een (vervulbare) wens uit te drukken ("Γενοιτο ταυτα." = "Moge dat (toch) gebeuren.".) Later werd de optatief ook gebruikt om, vergezeld van het partikel ἄν, een potentialis-schakering weer te geven, dit is een veronderstelling die voorgesteld wordt als theoretisch niet onmogelijk. ("Γενοιτο ἄν ταυτα." = "Dat zou best eens kunnen gebeuren.") en in allerhande bijzinnen waarvan het hoofdwerkwoord in een verleden tijd staat. ("Ἠγνοουν ὅτι ταυτα γενοιτο." = "Ze wisten niet dat dat zou gebeuren.") (Dit verschijnsel noemt men de optativus obliquus.)

Informatie afkomstig van Wikibooks NL, een onderdeel van de Wikimedia Foundation.