Naar inhoud springen

Oudgrieks/Blok 1/A-Tweeklanken

Uit Wikibooks

-- Inleiding --

-- Basiscursus --

Inleiding
Een korte geschiedenis
De Donkere Eeuwen
Een bloei van beschaving
Oorlogen en conflicten
De Klassieke Periode
Alexander de Grote en de Hellenistische Periode
Blok 1
Blok 2
Blok 3
Blok 4
Blok 5
Blok 6
Samenvatting
Afsluiting

-- Taaloverzicht --

Klankleer
Alfabet
Vormleer
Lidwoorden
Zelfstandige naamwoorden
Adjectieven
Bijvoeglijke naamwoorden
Werkwoorden
Voornaamwoorden
Bijwoorden
Telwoorden
Syntaxis
De zin

-- Woordenlijst --


Hier zie je links de Oud-Griekse tweeklank staan en rechts hoe je de tweeklank in het Nederlands uitspreekt.

1. αι ai
2. οι oi
3. ει ei
4. αυ au
5. ευ ui
6. ου oe

Sommige klinkers vormen, als deze naast elkaar in een zin staan, een tweeklank. Dit hoeft niet altijd, bij werkwoorden gebeurt dit soms niet om zo de uitgang en de stam van elkaar te scheiden. Ook bij zelfstandige naamwoorden hoeft dit niet per se te gebeuren om de stam en uitgang van elkaar te scheiden.

← Blok 1/Het alfabet || Blok 1/Het alfabet/Accenten || Blok 1/Het alfabet/Accenten →
Informatie afkomstig van Wikibooks NL, een onderdeel van de Wikimedia Foundation.