Oudgrieks/Blok 1/5-Grammatica: genitivus

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

--Inleiding--


--Basiscursus--

  1. Inleiding
  2. Een korte geschiedenis
    1. De Donkere Eeuwen
    2. Een bloei van beschaving
    3. Oorlogen en conflicten
    4. De Klassieke Periode
    5. Alexander de Grote en de Hellenistische Periode
  3. Blok 1
  4. Blok 2
  5. Blok 3
  6. Blok 4
  7. Blok 5
  8. Blok 6
  9. Samenvatting
  10. Afsluiting


--Taaloverzicht--

  1. Klankleer
    1. Alfabet
  2. Vormleer
    1. Lidwoorden
    2. Zelfstandige naamwoorden
    3. Adjectieven
    4. Bijvoeglijke naamwoorden
    5. Werkwoorden
    6. Voornaamwoorden
    7. Bijwoorden
    8. Telwoorden
  3. Syntaxis
    1. De zin


--Woordenlijst--



WSBN nl-4-42-422-00001


In de vorige lessen zijn de naamvallen nominativus, accusativus, vocativus en dativus behandeld. Nu komt daar de laatste naamval bij: de genitivus.

De genitivus is een naamval die hoofdzakelijk als bijvoeglijke bepaling wordt gebruikt. Deze bijvoeglijke bepaling wordt in het Nederlands meestal vertaald met van en geeft extra informatie over een zinsdeel, vaak in de vorm van een bezitsrelatie. Een bijvoeglijke bepaling is dus, omdat ze extra informatie geeft over een zinsdeel, zelf onderdeel van dat zinsdeel. In het Grieks werkt dat precies hetzelfde, alleen hebben de Grieken iets andere manieren van noteren:

1. του Ἀχαιου δολος. (De list van de Grieken.)
  • De genitivus staat hier tussen het lidwoord en het zelfstandig naamwoord waarover deze genitivus extra informatie geeft. Deze methode wordt het meest gebruikt.
2. Ὁ πατηρ της παρθενου. (De vader van het meisje.)
  • Hier wordt de genitivus op dezelfde manier als in het Nederlands gebruikt, direct achter het zelfstandig naamwoord waarover de genitivus extra informatie geeft.

De genitief wordt echter ook op andere manieren gebruikt, bijvoorbeeld voor voorwerpen van werkwoorden die een begin uitdrukken

3. τοῦ λόγου ἤρχετο ὧδε (De toespraak begon hij zo.)

Verbuiging[bewerken]

Ook de genitivus heeft aparte uitgangen per geslacht, hieronder staan de verbuigingen met de normale verbuigingen (ὁ δουλος, ἡ μαχη, το θηριον), de tabel daaronder bevat de mannelijke woorden met (meestal) vrouwelijke uitgangen (ὁ δεσποτης) en de vrouwelijke woorden met een stam eindigend op -ρ, -ε, -ι (de ρει-regel) (ἡ χωρα).

naamval mannelijk vrouwelijk onzijdig
genitivus enkelvoud του δουλου της μαχης του θηριου
genitivus meervoud των δουλων των μαχων των θηριων
naamval mannelijk vrouwelijk
genitivus enkelvoud του δεσποτου της χωρας
genitivus meervoud των δεσποτων των χωρων
  • De genitivus meervoud gaat altijd, bij elk geslacht op -ων.
  • Let op bij de genitivus enkelvoud van ὁ δεσποτης, de uitgang is hier wel mannelijk en eindigt dus op -ου!
  • Let ook op bij de genitivus enkelvoud van ἡ χωρα, de uitgang is -ας, net als de accusativus meervoud. Uit de context moet blijken of dit een genitivus enkelvoud of accusativus meervoud is, dit gebeurt het beste door naar het lidwoord of functie in de zin te kijken.

Functie[bewerken]

De genitivus heeft naast de functie als bijvoeglijke bepaling nog twee andere functies in een zin, namelijk:

1. Een aanvulling op werkwoorden
  • Zodra er een werkwoord +gen. in de woordenlijst staat, komt na dat werkwoord altijd naast het onderwerp een genitivus, de accusativus en dativus hoeven beide niet in de zin te staan.
2. Een aanvulling op voorzetsels
  • Zodra er een voorzetsel +gen. in de woordenlijst staat, komt na dat voorzetsel altijd een genitivus, de accusativus en dativus hoeven beide niet in de zin te staan.

Met deze twee overige functies wordt meestal een bijwoordelijke bepaling in het Nederlands aangegeven.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.