Naar inhoud springen

Onderwijs in relatie tot P2P/Staat

Uit Wikibooks
← Spiritualiteit Onderwijs in relatie tot P2P Stigmergische planning (versus planeconomie) →


Staat: een staat bezit een grondgebied met vastgelegde grenzen, een bevolking die binnen deze grenzen woonachtig is, en met speciaal voor die staat georganiseerde wetten en bestuur. Een natiestaat ontstaat wanneer het gros van de bevolking zich met die staat identificeert en er een grotere legitimiteit aan verleent.

De Nederlandstalige wikipedia bevat de volgende definities voor de begrippen ‘staat’ en ‘natiestaat’:

"Een staat is – op basis van het internationaal recht - de binnen een afgebakend grondgebied werkzame, in hoge mate soevereine organisatie die gezag uitoefent over de op dat grondgebied wonende bevolking, die deze bevolking naar buiten toe vertegenwoordigt en die over de benodigde machtsmiddelen beschikt, zoals het geweldsmonopolie."

"De term natiestaat wordt gebruikt om aan te geven dat binnen een staat slechts één natie (zeer dominant) aanwezig is en dient om een soeverein territorium te bieden aan een bepaalde natie (een culturele identiteit). Binnen deze staat leven geen of zeer weinig mensen van een andere natie, en buiten haar grenzen wonen geen of zeer weinig mensen van de eigen natie. Het bereiken van een natiestaat wordt meestal gezien als het doel van nationalisme. Het idee van natiestaten ontstond in de 19e eeuw."

Machtsmiddelen kunnen (vrijwillig of gedwongen) worden overgedragen naar een andere staat (bijv. kolonies of vazalstaten); staten kunnen samen overkoepelende verbanden opzetten (bijv. Verenigde Naties) of zich organiseren in overkoepelende staten die een groot deel van de machtsmiddelen overnemen (bijv. de Europese Unie). Ook natiestaten evolueren, bijv. België: de ontwikkeling van twee naties binnen een staat kan als een laboratorium voor de evolutie van de natiestaat worden beschouwd.


Staat en P2P

[bewerken]

Peer to Peer als ideologie moet de belangen van de commons verdedigen en zo wegen op het bestuur. Omvorming van de "welvaartsstaat naar een partnerstaat" is daarbij de te volgen weg, niet het afschaffen van de staat – inzonderheid de natiestaat - want die heeft zijn nut bewezen als emancipatorische kracht. P2P is een verdere stap in het democratiseringsproces, aangezien de welvaartsstaat al te zeer een onbetaalbare bureaucratische institutie is geworden, terwijl de burgers veel mondiger zijn en betutteling niet meer aanvaarden. P2P stelt een ander model voor: het zelf creëren van commons en het zelf oprichten van instituties om die commons te beheren tonen aan dat de civiele maatschappij productief is geworden (Bauwens & Lievens, 2014, p. 112). De staat moet zodanig worden gereorganiseerd dat sociale productie wordt aangemoedigd en een zo groot mogelijke civiele autonomie kan worden gerealiseerd; de partnerstaat wordt als nieuw staatsmodel vooropgesteld. Dit betekent geen anarchisme of libertarisme; overheidsdiensten of privé-initiatief worden niet weggedrukt, want de commons dienen uiteindelijk het belang van de deelnemende partners, niet het algemeen belang, en vormen net als de privé sector een markt die wetten en onafhankelijke regelgeving nodig heeft. De overheid moet echter niet organiseren zoals nu het geval is - dat doen de burgers wel - enkel faciliteren – ruimte maken voor een omgeving die stimulerend werkt en die uitrusten met aangepaste nutsvoorzieningen die burgers toelaat om samen waarde voort te brengen waarvan de hele gemeenschap profiteert (Bauwens & Lievens, 2014, p. 120). P2P heeft een proactieve overheid nodig, geen terugtrekkende overheid zoals tegenwoordig aan de orde is. De overheid moet zich niet bezighouden met wat in overvloed aanwezig is - dat wordt ontwikkeld door zelforganiserende P2P systemen - maar moet juist de productie van schaarse goederen mogelijk maken en de financiering hiervan aantrekken.

Deelname van de burger aan deze staat kan niet beperkt blijven tot representatieve democratie, eenmaal om de zoveel jaar een partij of een vertegenwoordiger verkiezen die dan alle tussentijdse problemen moeten oplossen, maar vertrekt vanuit een polyarchie, waar voor ieder probleem dat een burger aanbelangt een oplossing op maat wordt gezocht. De ingrijpende systeemaanpassing die hiervoor nodig is wordt goed verwoord door Rotmans (2012, in Bauwens & Lievens, 2014, p. 121-122): "Ook de samenleving kantelt; van een centraal, van bovenaf georganiseerde, verzuilde samenleving naar een decentrale, van onderop gestuurde netwerksamenleving. Dit vraagt om een nieuwe manier van sturing. Niet langer vanuit controle, beheersing en zekerheid, maar uitgaan van onzekerheid, complexiteit en constante aanpassing. De weg naar deze nieuwe samenleving is bezaaid met onrust, onzekerheid, angst en onmacht. Het inzicht zal ontstaan dat het én-én is: én een krachtige beweging van onderop én een krachtig beleid van bovenaf." De evolutie naar de partnerstaat is onvoorspelbaar en kan dus ook volgens een doemscenario verlopen (Bauwens & Lievens, 2014, p. 85). Er bestaat immers geen klaar en duidelijk draaiboek voor overgang van het huidige staatsbestel naar de P2P partnerstaat.

Voorbeeld: de piratenpartij

[bewerken]

De verworvenheden van de collectieve commons moeten worden verdedigd maar ook beschermd tegen sluipende tendensen tot ongelijkheid. De rechtsstaat moet hiervoor garant staan. Daartoe zijn politieke partijen nodig waarvan het programma aanknopingspunten vertoont met het P2P model. De Piratenpartij is opgericht voor de bescherming van de digitale commons en sluit daarmee het nauwst aan bij het P2P model van de digitale kenniswerkers. Piraten vinden dat bij collectieve verantwoordelijkheid individuele vrijheid hoort en focussen daarom op het recht op privacy en het recht op vrije meningsuiting. Moderne informatietechnologie heeft de mensen een nooit geziene welvaartsstijging bezorgd maar kan ook worden ingezet als onderdrukkingsmiddel. De piratenpartij is opgericht in 2006 in Zweden en is van daaruit uitgezwermd naar andere landen uit verontwaardiging over de excessen in de patentwetgeving en copyright restricties die ertoe leidden dat levende organismen (of hun DNA) en toegang tot cultureel erfgoed werden geprivatiseerd. Alhoewel de piratenpartijen als één-thema partijen zijn opgestart past hun programma ook op vlak van algemene principes zoals solidariteit en gelijkwaardigheid of actiepunten zoals anti-monopolievorming en directe democratie in een brede maar diffuse sociaal-progressieve stroming die in Europa opgang maakt.

Theoretische duiding

[bewerken]

In de dagelijkse praktijk worden staten ervaren als landen wanneer de geografie beeldbepalend is, als rijken wanneer de bestuursvorm continuïteit nastreeft, of als naties wanneer de bevolking zich als een groep gedraagt. Alhoewel de bevolkingssamenstelling, grenzen en wetten – dus alle grondslagen voor een staat – mettertijd kunnen wijzigen beroepen de meeste staten zich op een lange geschiedenis of beschouwen zich als erfgenamen van vorige rijken, en baseren er hun legitimiteit op. Zo heeft de nieuwe Belgische natiestaat zich van een vaderlandse geschiedenis voorzien die teruggaat tot de Oude Belgen om vanaf het grondvesten van het rijk van Karel de Grote in 800 naadloos aan te sluiten bij het ontstaan van de Belgische staat in 1830 (Pirenne, 1902-1933).

Een staat kan pas evolueren naar een participatiemaatschappij wanneer de grondrechten van de staatsonderdanen op democratische wijze zijn georganiseerd. De opkomst van de democratie was een proces van vallen en opstaan, aanvankelijk succesvol op schaal van de stadstaat (cf de gouden eeuw van Perikles in Athene, met toegankelijkheid van overheidsfuncties en zo deelname aan het bestuur voor burgers uit alle bevolkingsklassen), determinant als staatsmodel bij de stichting van de Verenigde Staten van Amerika (de Tocqueville, 1835-1840), waarbij de nadruk wordt gelegd op het belang van de ontwikkeling van de civiele maatschappij. Verstedelijking, toegenomen opleidingsniveau en participatie in het bestuur droegen vanaf de 19de eeuw bij tot sociale cohesie en groei van een nationale identiteit, met het ontwikkelen van de natiestaat tot gevolg.

Zelfs binnen een democratisch bestel kunnen natiestaten op verschillende wijze zijn gestructureerd: gecentraliseerd of gedecentraliseerd. In de gecentraliseerde staten (bijv. Frankrijk, Groot Brittannië) zijn in de hoofdstad de belangrijkste functies geconcentreerd zonder dat andere metropolen ontstaan. De gedecentraliseerde staten van het Rijnlandse type (bijv. Nederland, Duitsland, Italië) worden gekenmerkt door een weefsel van talrijke, elkaar beconcurrerende middelgrote steden, waardoor een verdeling van functies maar ook een overlegmodel tot stand is gekomen. Het is mogelijk dat alternatieve organisatievormen (zoals P2P) sterker kunnen uitgroeien en meer invloed verwerven in een Rijnlandmodel, ook al staat dit model voortdurend onder druk.

De staat heeft bovenop basistaken zoals rechtspraak en veiligheid, steeds meer diensten overgenomen van religieuze of privé-instellingen die het welzijn en de gelijkheid van al zijn burgers op het oog hebben: onderwijs, openbare werken, gezondheid, pensioenen. Het overheidsbeslag op het globale inkomen werd steeds groter en bereikt in België 55%, bovenop een schuldgraad die niet kan worden afgebouwd. Deze evolutie van de welvaartsstaat is niet duurzaam en wekt zelfs zonder ideologische bijbedoelingen steeds meer weerstand op wat leidt tot desinvestering die de efficiëntie van de overheid althans in België onder druk zet: overheidsinvesteringen zijn in België teruggevallen tot 1,7% van het BNP terwijl ze in de buurlanden nog 3% bedragen en zelfs in landen met uitgesproken neoliberaal beleid hoger liggen. De Belgische staat wordt ‘uitgeteerd’ (Rik Van Cauwelaert, Paleis der Natie, De Tijd, 8.11.2014).

Sinds een 20 tal jaren kan de welvaartsstaat zijn aspiraties niet meer waarmaken en neemt de ongelijkheid weer toe (Piketty, 2014). Op ideologische gronden streeft het neoliberalisme (meer specifiek Reaganomics) naar afbraak van staatsmonopolies of meer algemeen van de dienstenstaat, en deze laatste heeft geen verweer tegen de globalisering van de financiële markten (Niskanen, 2002). Het overheidssysteem komt in staat van crisis, waardoor alternatieve organisatiemodellen meer ruimte krijgen, en ook P2P een steeds aantrekkelijker alternatief wordt.

Dit betekent niet dat de natiestaat snel zal worden opgegeven. Slechte vooruitzichten op vlak van dienstverlening en fiscaliteit ten spijt is de identificatie en samenhorigheid van de burger als culturele en politieke gemeenschap binnen een natiestaat nog sterk en komt tot uiting onder de vorm van nationalisme. Verzet tegen ontmanteling van de natiestaat wordt ruim ondersteund. Thierry Baudet, Nederlands publicist, historicus en jurist, betoogt dat de democratische rechtsstaat alleen kan functioneren binnen de context van de natiestaat. Supranationalisme, zoals dat onder meer in de Europese Unie tot uitdrukking komt, is volgens hem fundamenteel onverenigbaar met de democratische rechtsstaat. Dit zou zo zijn, omdat de democratische rechtsstaat grenzen nodig heeft, een zekere sociale cohesie onder de bevolking en soevereiniteit in de vorm van een parlement dat verantwoording verschuldigd is aan de bevolking. Baudet ziet een supranationale staat zoals de Europese Unie als ‘onoverbrugbaar‘ wegens de verschillen ’in taal, geschiedenis en cultuur‘. ’Europese integratie‘, aldus Baudet, ‘zal altijd een elitair, technocratisch project zijn dat op weinig enthousiasme onder de bevolking kan rekenen’ (Baudet, 2012). Baudet en andere actievoerders voor de nationale staat hebben ertoe bijgedragen dat referenda in Nederland en Frankrijk over de Europese grondwet tot afwijzing ervan leidden.

Natievorming (nation-building) werkt; nationalisme is een kracht die de natiestaat overeind houdt op basis van culturele lotsverbondenheid en die moeilijk verenigbaar is met het P2P principe van vrije keuze in het organiseren van commons. Anderzijds kan de natiestaat fungeren als een alternatieve commons door betrokkenheid van de burgers (bijv. vrijwillige dienstneming in geval van oorlog als extreem voorbeeld).

Het referentiekader waarin de postmoderne samenleving evenwel gestalte krijgt is dat van de grootstad, niet van de staat: "De grootstad, waar het individu en zijn leven niet opgenomen is in een gemeenschap en een geschiedenis, maar opgaat in een massa en in het moment, leeft zonder wereldbeeld. Maar de grootstadervaring wordt slechts een gangbare mode de vie op het moment dat de ruimte postmodern geworden is, en de grootstad zich bijna heeft opgelost in de netwerkruimtes: de concentratie is circulatie en opstopping geworden, de dichtheid leegte, de massa veelheid, het mengen het rechtstreeks verbonden zijn, het tactiele is beeld geworden" (Verschaffel, 1995, p. 119).

De postmoderniteit vloeit voort uit een erkenning van de fragmentatie van de mens onder de kapitalistische moderniteit. De collectiviteit is grotendeels stuk. De nationale staat functioneert niet langer om ons een identiteit te geven. We zijn aangewezen op onszelf en moeten een identiteit opbouwen op basis van onze eigen keuzes. Peer-to-peer reikt alle middelen van sociale technologie aan om op basis van affiniteit nieuwe, vrije waardengemeenschappen op te bouwen (Bauwens & Lievens, 2014, p. 163). De voorwaarden voor de doorbraak van het P2P model zijn aldus geschapen, maar het pad is met doornen bezaaid. Een crisis van de bestaande staatsstructuren kan daarbij als katalysator optreden.

[bewerken]

Informatie over de piratenpartij: http://piratenpartij.be/piratenpartij-belgie

Een wervelend overzicht over 1000 jaar staatkundige evolutie in Europa: The Centennial Historical Atlas door Frank Reed (CentenniaSoftware, 2002-2014) op http://www.HistoricalAtlas.com

Een niet-officiële videoweergave: http://www.dailymail.co.uk/sciencetech/article-2424361/As-time-goes-The-mesmerising-video-documents-MILLENNIUM-European-history-just-minutes.html

Voor achtergrondinformatie over de processen die tot de vorming van staten leiden: Diamond, J. (1999). Guns, germs and steel. The fates of human societies. Norton, New York. Download (oktober 2014) van http://www.ahshistory.com/wp-content/uploads/2013/04/GUNS-GERMS-AND-STEEL.pdf

Informatie over het Rijnlandmodel: http://www.rijnlandmodel.nl/modellen/anglicisme-rijnland/inleiding.htm

Referenties

[bewerken]

Baudet, T. (2012). De Aanval op de Natiestaat. Bert Bakker, Amsterdam.

Bauwens, M. & Lievens, J. (2013). De wereld redden. Met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving. Houtekiet, Antwerpen.

De Tocqueville, A. (1835-1840). De la démocratie en Amérique, 2 tomes. Pagnerre éditeur, Paris (uitgave 1848 online).

Niskanen, W.A. (2002). Reaganomics. In: The Concise Encyclopedia of Economics. Download (oktober 2014) van http://www.econlib.org/library/Enc1/Reaganomics.html

Piketty, T. (2014). Kapitaal in de 21ste eeuw. De Bezige Bij, Amsterdam.

Pirenne, H. (1902-1933). Geschiedenis van België (7 delen), vertaling H. Delbecq. Samenwerkende Maatschappij Volksdrukkerij, Gent.

Rotmans, J. (2012). In het oog van de orkaan. Nederland in transitie. Aeneas, uitgeverij van vakinformatie, Boxtel.

Verschaffel, B. (1995). Figuren/Essays. Van Halewyck, Leuven.

Wikipedia (2014). Staat http://nl.wikipedia.org/wiki/Staat

Wikipedia (2014). Natiestaat http://nl.wikipedia.org/wiki/Natiestaat

Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.