Onderwijs in relatie tot P2P/Productiemiddelen

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen



Omschrijving van het concept productiemiddelen

In het woordenboek Van Dale wordt productiemiddelen omschreven als ‘Goederen die in een productie herhaaldelijk zijn te gebruiken bv. machines’. (Van Dale, 2004) In het WikiWoordenboek wordt de definitie van productiemiddelen als volgt omschreven ‘Middelen voor de productie van goederen’. Natuur en arbeid zijn de oorspronkelijke productiefactoren. Kapitaal is het totaal van kapitaalgoederen in een maatschappij. Kapitaalgoederen (of productiegoederen) zijn goederen die gebruikt worden om andere goederen te produceren. Hiervoor wordt ook wel de term productiemiddelen gebruikt.

Productiemiddelen en P2P[bewerken]

Peer-to-peer is een begrip uit de computerwereld dat letterlijk gelijke-tot-gelijke betekent. Michel Bauwens beschouwt peer-to-peer als een sociale structuur en het betreft voor hem de capaciteit van mensen om als gelijken en zonder toestemming samen waarde te creëren. Hij gelooft dat onze huidige kapitalistische samenleving met peer-to-peer kan evolueren naar een postkapitalistische maatschappij waar individuen beschikken over hun eigen productiemiddelen zodat ze vrij met elkaar in verbinding kunnen treden. Veel jongeren gebruiken hun vaardigheden om problemen op te lossen en alternatieven te zoeken. Ze zijn de kenniswerkers van de peer-to-peer economie. Hun productiemiddelen – hun hoofd, hun computer, hun netwerk en in toenemende mate de nieuwe gedistribueerde productiemiddelen zoals 3D-printers – neem je hen niet zomaar af. Het is een diverse en dynamische groep die macht opbouwt door samen te werken in projecten. De belangrijke vraag is dan ook hoe ze zich kunnen verenigen om strijd te voeren voor een verdere emancipatie. Momenteel leeft er heel wat onzekerheid binnen de groep door de afbraak van solidariteitsmechanismen in de welvaartsstaat (Bauwens, 2014). Het boek ‘De wereld redden’ van Michel Bauwens en Jean Lievens (2014) staat in de eerste plaats voor het delen van kennis, software en design. Ook het delen van bezit, van materialen en producten komt aan bod. Door de miniaturisering van productiemiddelen komt de productie van materiële goederen onder invloed te staan van de peer-to-peer-dynamiek. Het is tevens een pleidooi voor een paradigmaverschuiving: erkenning van de eindigheid van productiemiddelen en afbouw van kunstmatig gecreëerde kennis door middel van copyright, intellectuele rechten en patenten. Met andere woorden, de ecologische en duurzame voordelen van de transitie naar een peer-to-peer-economie spreken voor zich. Door meer producten te delen hebben we minder energie en materialen nodig en dat is meteen ook goed voor het milieu. In plaats van concurrentie wordt samenwerking de dominante logica. Om dit alles te realiseren heeft de dynamiek van peer-to-peer nood aan de vrije of zeer gemakkelijke toegang tot productiemiddelen, en dat dit vooral werkt voor de productie van niet-rivaliserende immateriële goederen. Voor de productie van fysieke goederen -zelfs als ze een open en vrij ontwerp hebben- zijn mechanismen nodig om de kosten te recupereren. Deze initiatieven passen vooral in de ontwikkeling van global commons. Bij global commons wordt de gebruikswaarde gegenereerd door de gebruikers, maar ook de output of winst keert naar de gebruikers terug. Een goed voorbeeld hiervan is Couchsurfing. Je biedt een reiziger een slaapplaats aan in jouw huis. Couchsurfing is wat Michel Bauwens omschrijft als een globaal-lokaal systeem. Het systeem is wereldwijd universeel, maar de output is erg lokaal gericht (Wouters, 2014).


Voorbeeld[bewerken]

Begin oktober 2014 vond in Rome de Maker Faire beurs plaats. Honderden makers van over de hele wereld waren samengestroomd om hun uitvinding voor te stellen. De exposanten ontwikkelden hun uitvinding in een Fablab of Fabricaton Laboratory dat uitgerust is met de modernste productiemiddelen zoals 3D- printers en lasersnijders. Met een lasersnijder kan men een aantal metalen en niet-metalen zoals kunststoffen, glas en textiel snijden. Een laser is een elektromagnetische stralingsbron die licht uitzendt. De intensiteit van de straal is zo groot, dat door smelten en verdampen van het materiaal zeer smalle en nauwkeurige gleuven kunnen worden gemaakt. Met een 3D-printer kan men met computerbestanden heel snel driedimensionale voorwerpen maken. Het voorwerp wordt laag per laag opgebouwd met een fijn poeder of gesmolten plastic.

Neil Gershenfeld ontwikkelde het eerste FabLab aan het Massachusetts Institute of Technology met als doel een technologische leeromgeving te creëren waarbinnen uiteenlopende doelgroepen eigen productideeën kunnen uitwerken. Zo'n coöperatieve werkplaats is een kenniscentrum, een ontmoetingsplek en een digitale ontwerp- en productiewerkplaats die fungeert als ontwikkelpartner voor de industrie, als leeromgeving voor het onderwijs, als laboratorium voor de kunsten, als organisatie die startende bedrijven en ontwerpers snel op weg helpt en als openbare werkplaats voor ambachtslieden en modelbouwers. Een Fablab is een soort bibliotheek en is voor iedereen toegankelijk. Er worden recente digitale productiemiddelen opengesteld waar actief aan de toekomst gewerkt kan worden. Door met machines te werken wordt de ‘goesting’ aangewakkerd om op zoek te gaan naar nieuwe mogelijkheden. Voor sommige mensen zijn deze productiemiddelen een teleurstelling omdat die nog volop in ontwikkeling zijn en waar soms minder mee kan dan gehoopt (Hamaker,2009). In een Fablab leer je van anderen door het uitvoeren van projecten maar er wordt van je verwacht om opgedane kennis weer over te dragen aan anderen en bij te dragen aan de beschikbare documentatie en gebruiksaanwijzingen. Alle ontwerpen en processen die ontwikkeld worden in een Fablab komen vrij beschikbaar voor persoonlijk gebruik. Er zijn niet alleen verschillende disciplines bij elkaar maar je bent ook onderdeel van een wereldwijd netwerk van ruim 360 FabLabs. Dat betekent dat je makkelijker kennis krijgt van technische ontwikkelingen elders wat de innovatie enorm versnelt. Op die manier kunnen innoverende ideeën wereldwijd verspreid worden. De productiemiddelen worden meestal aangekocht met overheidssubsidie. Ze worden vaak gebruikt in samenwerking met hogescholen en universiteiten.


Theoretische duiding[bewerken]

In deze paragraaf ligt de focus op de betekenis van ‘productiemiddelen’ zoals het door Michel Bauwens (Bauwens & Lievens, 2014) en de peer-to-peer-foundation geïnterpreteerd wordt. Productiemiddelen is een term uit de economie. Een belangrijk probleem voor de economie is vooral de schaarste en het beheer van productiemiddelen. Schaars betekent in deze zin niet zeldzaam, maar beperkt beschikbaar. Een product als ijzer is niet zeldzaam, maar wel beperkt beschikbaar, dus ook schaars. In de economie moet men keuzes maken omdat men niet alles tegelijk kan hebben. Het maken van die keuzes en de gevolgen van die keuzes worden behandeld in de economie.

De evolutie van de primitieve vormen van samenleving, die berusten op de productie van gebruikswaarden voor rechtstreeks verbruik, wordt gekenmerkt door een lang historisch proces. Al in de meest primitieve types van menselijke samenleving treft men vormen van arbeidsorganisatie aan. De mens is een maatschappelijk wezen dat als dusdanig slechts kan overleven dank zij zijn arbeid, die een sociaal verschijnsel is. Bij de oude Grieken had Aristoteles al een duidelijke mening over economie. Hij dacht na over het vergaren van rijkdom en de vraag of bezit best in particuliere of publieke handen kan zijn.

In de vroege middeleeuwen in Europa zoeken dorpsgemeenschappen bescherming bij machtige krijgsheren. De hiermee gepaard gaande schuldopbouw is een belangrijke factor bij de vorming en de ontwikkeling van de lijfeigenschap. Hierdoor ontstaat een zogenaamde feodale productiewijze, waarin boeren lijfeigenen worden. Door de kruistochten, ontdekkingsreizen en de opkomst van de rijke steden vermindert de greep van het feodale systeem. Bij de overgang naar het kapitalisme ontstaat het inzicht dat vrijhandel veel voordelen biedt. De vrijheid van het individu staat centraal aangezien het nastreven van eigenbelang de motor van de welvaart van de hele samenleving zal zijn. De staat moet in heel dit proces zich beperken tot de garantie daarvan en op het vlak van productie en handel een politiek voeren van laisser faire (Peeters & Gilsing, 2009).

In het kapitalistisch systeem zijn de productiemiddelen meestal privaat eigendom van een kleine groep producenten. Ze maken veelal gebruik van loonarbeid om een meerwaarde te creëren, maar deze productie voldoet niet aan de benodigdheden en verlangens van alle mensen. Dit sociaal-economisch systeem is gebaseerd op investeringen van geld in de verwachting om winst te maken. Kapitalisme kan enkel overleven door te groeien. Geld en kapitaalaccumulatie hebben hierbij de primaire rol overgenomen van de behoeftebevrediging in het economische proces. Door het winstbejag ontstaat er concurrentie die de kapitalisten dwingt tot een verdergaande concentratie van de industriële en financiële macht.

In de 2de helft van de 19de eeuw ontstaat er een nieuwe ideologie in de arbeidersbeweging; het communisme. Marx acht het kapitalisme als niet harmonieus. Hij vindt de tegenstelling tussen eigenaren van productiemiddelen en de loonarbeiders die geen productiemiddelen in bezit hadden heel groot. Marx stelt een klasseloze samenleving voorop die opgebouwd is op gemeenschappelijk eigendom van de productiemiddelen waarbij iedereen zou produceren naar vermogen en naar behoefte kan nemen (Communistische staat, 2014). De arbeidersklasse kan enkel de macht overnemen als deze een politieke eenheid vormt. Hij stelt voor dat de productiemiddelen van de kapitalisten onteigend worden door de socialisering. De productiemiddelen komen in handen van de overheden die de economie kunnen beheersen. De overheid bepaalt welke bepaalde producten meer of minder geproduceerd moeten worden.

Michel Bauwens beschouwt het marxisme als de uitdrukking van een tweedeling binnen het industrieel kapitalistische systeem, die een ander logica voorstelt om het industrieel model te beheren. Marxisme is in essentie antikapitalistisch en was niet echt een nieuw productief model voor de organisatie van de productie. Socialisme was een hypothese, maar de voorbeelden in het echte leven draaiden uit op een teleurstelling. Peer-to-peer is de uitdrukking van de evoluerende sociale dynamiek onder het kapitalisme. De peer-to-peer-beweging verwijst naar bestaande modellen die superieur zijn op het vlak van samenwerking en competitiviteit, modellen die eigenlijk postkapitalistisch zijn. De peer-to-peer-beweging maakt dingen mogelijk die de sociale bewegingen van de negentiende en twintigste eeuw niet konden bereiken omdat ze geen hyperproductief alternatief hadden (Lievens, 2012). De politiek van peer-to-peer vloeit voort uit een reeds bestaande sociale praktijken. Er worden nieuwe fundamenten gelegd van een nieuw economisch systeem. Bauwens ziet peer-to-peer als een derde soort productiemethode, naast de markt en de overheid. Deze productiemethode heeft drie eigenschappen:

1. de productie van waarde geschiedt doordat producenten allemaal toegang hebben tot eigen productiemiddelen en daarmee vrijwillig samenwerken om tot resultaat te komen;

2. de sturing vindt plaats door de gemeenschap van deelnemers, niet door marktwerking of hiërarchische sturing.

3. het resultaat is vrijelijk te gebruiken en eigenaarschap is geregeld via een gemeenschappelijk eigenaarsmodel, (dus niet via privé- of staatseigendom).

Externe links[bewerken]

Productiemiddelen Bij de P2P foundation staan alle artikels met de term 'productiemiddelen' vermeld. http://p2pfoundation.net/Special:Search/Productiemiddelen

Op deze blog staat een artikel over deeleconomie, grootkapitaal en de nieuwe sociale klasse. http://blognl.p2pfoundation.net/?cat=199

Deze blog bevat een interessant artikel over de grondstoffenhonger van China. http://www.sg.uu.nl/nieuwsblog/2012/09/06/de-chinezen-komen-eraan

In dit artikel van Dirk Holemans wordt het boek 'De wereld redden' van Michel Bauwens besproken. http://www.rektoverso.be/artikel/het-collectieve-heruitvinden

Een artikel waarin 'sharing economy'voorgesteld wordt als een bedreiging of een kans. http://merkelijkheid.nl/2014/09/11/b2b-sharing-economy-bedreiging-kans/


Referenties[bewerken]

Bauwens, M. &Lievens, J. (2014). De wereld redden. Met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving. Antwerpen, België: Uitgeverij Houtekiet.

Bauwens, M. (2014). Deeleconomie, grootkapitaal en de nieuwe sociale klasse. Retrieved from http://www.mopaper.be/en/node/39551

Communisme. (2014). Retrieved from http://nl.wikipedia.org/wiki/Communisme

Hamaker, M. (2009 juli 7). Maak je eigen product. Retrieved from http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1167020/2009/07/30/Maak-je-eigen-product.dhtml

Peeters, M. & Gilsing, R. (2009 -2010). Makkelijker kunnen we het niet maken, wel leuker. Retrieved from http://www.vaklokaaleconomie.nl/inhoud.php?Page=2&Sub=54

Van Dale Uitgevers. (2004).Groot woordenboek der Nederlandse taal,Utrecht/Antwerpen, België

Wikipedia. (2014). Fab_lab. Retrieved from: http://nl.wikipedia.org/wiki/Fab_lab

Wikipedia. (2014). Jean Lievens. Retrieved from: http://www.dewereldmorgen.be/blogs/jean-lievens/2012/01/06/occupy-peer-peer-en-marxisme-overeenkomsten-en-verschillen

Wikipedia. (2014). Lasersnijden. Retrieved from: http://nl.wikipedia.org/wiki/Lasersnijden

Wouters,R.(oktober 2 2014) De Helling Leest: 'De wereld redden' Retrieved from http://bureaudehelling.nl/blog/de-helling-leest-de-wereld-redden

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.