Onderwijs in relatie tot P2P/Peer-productie

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Peer-productie is het samenwerken van personen op vrijwillige basis met als doel een gemeenschappelijk product te produceren of een gemeenschappelijke dienst te leveren. Deze samenwerking gebeurt in zelf-organiserende 'communities' van individuen. Deze individuen zijn onderling gelijk. Men spreekt dan ook over ‘peers’, wat Engels is voor ‘gelijken’. De opkomst en het groeiende succes van peer-productie werd mogelijk gemaakt door het ontstaan van nieuwe – vooral technologische - manieren om samen te werken zoals het internet (http://en.wikipedia.org/wiki/Peer_production, 2014).


Peer-productie en P2P[bewerken]

Peer-productie is een proces waarin één of meer mensen de handen in elkaar slaan om vrijwillig en meestal gratis een product te produceren of een dienst te verlenen. Deze mensen worden ‘peers’ genoemd omdat zij als ‘gelijken’ samenwerken. De term P2P, als benaming voor het peer-productieproces, wordt gebruikt naar analogie met B2B (Business-to-Business). B2B gebeurt evenwel niet gratis, noch vrijwillig (http://en.wikipedia.org/wiki/Business-to-business, 2014). Daar is het immers de bedoeling dat er geld verdiend wordt. Het P2P-productieproces verloopt in modules. Iedereen kan op elk moment een bijdrage leveren aan een module naar keuze en deze productievorming wordt gekenmerkt door een passionele manier van werken, waarbij er een verschuiving vastgesteld wordt van extrinsieke motivatie (iets doen vanuit een motivatie die buiten het individu ligt) naar intrinsieke motivatie (iets doen vanuit een motivatie die in het individu ligt) (Bauwens & Lievens, 2014). Deze verschuiving is het gevolg van drie productiviteitsrevoluties. In een eerste periode handelen mensen uit negatieve extrinsieke motivatie. Ze produceren uit angst die opgewekt wordt door onderdrukking van de werkgevers. De tweede revolutie leidt tot handelen vanuit positieve extrinsieke motivatie. De reden waarom mensen iets doen, ligt wel buiten henzelf (bv. de werkgever vraagt de medewerkers iets te doen voor het bedrijf), maar nu vinden ze die reden positief (de werknemer vindt de opdracht fijn om uit te voeren). Ten slotte zorgt de derde productiviteitsrevolutie voor een radicale ommekeer. Mensen gaan niet meer handelen vanuit een motivatie buiten zichzelf, maar vanuit een motivatie in zichzelf, intrinsiek dus. Het individuele belang verschilt in deze fase niet meer van het gemeenschappelijk belang, maar valt er mee samen.

Peer-productie gebeurt zowel globaal als lokaal. De plaatselijke productie is immers gekoppeld aan kennis die wereldwijd verspreid is (Bauwens & Lievens, 2014).

Iedereen die meewerkt aan peer-productie wordt als gelijke beschouwd. Iedereen heeft namelijk eenzelfde potentieel: iedereen is wel ergens goed in en kan zijn sterkte op de één of andere manier inzetten. Deze multi-inzetbaarheid van personen noemt men ‘equipotentialiteit’ (Bauwens & Lievens, 2014).

Bijkomend wordt er bij P2P geen onderscheid gemaakt tussen de producent en de gebruiker (user). De gebruikers maken immers niet alleen gebruik van het product, maar spijkeren ook het ontwerp van het product bij. Aangezien de rol van producent en de rol van gebruiker binnen peer-productie samenvallen, gebruikt men de term ‘produser’ (producent + user) om naar de deelnemers aan peer-productie te verwijzen.

Om de kwaliteit van de productie te bewaken, dient er altijd een vorm van controle te zijn. Bij peer-productie wordt de controle uitgevoerd aan het einde van het proces door personen die door de maatschappij als deskundigen erkend worden. Er is bij deze vorm van werken dus geen sprake van pure hiërarchie tijdens het productieproces, maar van meritocratische hiërarchie. De controlefunctie wordt met name toegekend op basis van deskundigheid, maar aangezien iedereen in principe in staat is expertise te verwerven, zijn deze deskundigen vervangbaar (Bauwens & Lievens, 2014).

Het peer-productieproces wordt bestempeld als hyperproductief. Volgens Bauwens en Lievens (2014) liggen drie wetten aan de basis hiervan. De eerste wet luidt als volgt: als je alles afschermt (gesloten systeem), krijg je minder resultaat dan wanneer je alles deelt (open systeem). Wanneer open en gesloten systemen concurreren, zal het open systeem winnen. Een voorbeeld van deze wet is de strijd Microsoft vs. Linux en Android, waarin Microsoft, als gesloten systeem, weggeconcurreerd wordt door de twee andere. De tweede wet zegt dat het meest open systeem wint wanneer twee open systemen met elkaar concurreren. De derde wet houdt in dat wanneer twee open systemen (zoals Linux en Android) met elkaar concurreren en één van beide gaat een alliantie aan (bijvoorbeeld Linux met privébedrijf IBM), dan speelt deze samenwerking zowel in het voordeel van het open systeem als van zijn alliantiepartner. IBM kan in dit voorbeeld dankzij de alliantie met Linux, zijn positie versterken en het door beide instanties ontworpen hybride systeem heeft meer kans op slagen. Het productieproces binnen P2P creëert een win-win-win-win-situatie. Vooreerst zullen twee systemen bij de uitwisseling van gelijkwaardige processen, ideeën, e.d. allebei winnen (win-win). Ze streven immers hetzelfde ideaal na. Vervolgens wint de gehele groep door de bijdrage van beide systemen (derde ‘win’). Tot slot haalt de gehele samenleving uit deze samenwerking voordeel (vierde ‘win’). P2P is immers gericht op een positief maatschappelijk resultaat. Het product moet direct een nuttige gebruikswaarde hebben (Bauwens & Lievens, 2014).

Wat geproduceerd wordt bij P2P, kan zowel materieel als immaterieel van aard zijn. Een voorbeeld van een materieel goed is Wikispeed, een modulaire wagen. Een immaterieel goed kan kennis zijn (bijvoorbeeld Wikibooks). Ongeacht of het product dat afgeleverd wordt materieel of immaterieel is, het is voor iedereen open, zichtbaar en transparant. Die openheid, zichtbaarheid en transparantie wordt ook ‘holoptisme’ genoemd (Bauwens & Lievens, 2014).

Voorbeeld[bewerken]

Een voorbeeld van peer-productie is het besturingssysteem Linux. In 1991 gebruikte Linus Torvalds, zoals vele anderen, Minix, een versie van het besturingssysteem Unix, van de hand van Andrew Tanenbaum. Tanenbaum kreeg veel vragen van gebruikers om zijn systeem te verbeteren. Tot grote ontgoocheling van deze gebruikers ondernam hij geen actie. Daarom ontwikkelde Torvalds een nieuw besturingssysteem dat gelijkenissen vertoonde met Unix. Hij gaf het de naam Linux. In tegenstelling tot Tanenbaum baseerde Torvalds zich wel op de mening, ervaring en tips van de gebruikers om zijn besturingssysteem te verbeteren. In 1992-1993 kreeg Linux steeds meer aandacht. Verschillende bedrijven schreven elk hun eigen versies van Linux. Die werden gratis ter beschikking gesteld voor iedereen die ze wilde gebruiken. Linux is een voorbeeld van een P2P-netwerk dat tot stand kwam via peer-productie. Het netwerk heeft geen vaste klanten of producenten (‘servers’ genoemd), maar wel ‘peers’ die zowel de klanten als de producenten zijn (http://whirlpool.net.au/wiki/p2p, n.d.).


Theoretische duiding[bewerken]

In de 19e eeuw ontstond het marxisme als reactie tegen het industrieel kapitalisme. Deze sociale theorie en ideologie is gebaseerd op de ideeën van Karl Marx. De centrale idee van het marxisme was de klassenstrijd die moest leiden tot gelijkheid tussen mensen uit alle lagen van de bevolking (zie Infu.nl: Karl Marx en Max Weber, religie en het kapitalisme, 2014).

Na verloop van tijd was het gedachtegoed van het marxisme echter voorbijgestreefd en bleek het kapitalisme als enige te overleven. Dit economisch systeem is gebaseerd op het idee van ‘geven en nemen’ of ‘voor wat hoort wat’. Iedereen die een inspanning doet voor iemand anders verwacht hiervoor een beloning in ruil (http://nl.wikipedia.org/wiki/Kapitalisme, 2014).

Binnen het kapitalisme kan een onderscheid gemaakt worden tussen drie vormen. Het ‘individueel kapitalisme’ is terug te vinden in for-profit bedrijven zoals Microsoft. Dergelijke bedrijven zijn erop gericht om zoveel mogelijk winst te maken en om dit doel te bereiken, werken ze bijvoorbeeld met patenten. Alle kennis en elk product dat ze produceren, elke methode die ze hanteren wordt geregistreerd en vastgelegd als hun eigendom, om zo hun ideeën en producten te beschermen. Iedereen die er gebruik wil van maken, moet ervoor betalen. Naast het ‘individueel kapitalisme’ is er het ‘gemeenschappelijk kapitalisme’. Overheidsbedrijven zoals de NMBS, Proximus en Brussels Airport zijn hier voorbeelden van. Zij doen aan publieke productie. Een ander voorbeeld van dit ‘gemeenschappelijk kapitalisme’ zijn ‘community houses’. Dit zijn huizen die bv. een tuin, garage, wagen of wasmachine delen. Een deel van het bezit in deze vorm van kapitalisme is gemeenschappelijk. Tot slot is er het ‘open kapitalisme’. P2P wordt beschouwd als een voorbeeld van deze laatste vorm. Hoewel men P2P liever situeert in een post-kapitalistische samenleving, lijkt het kapitalistische ideeëngoed voorlopig nog niet volledig los te denken van P2P, aldus Bauwens en Lievens (2014). In deze derde, nieuwe en open vorm van produceren, vinden we naast het kapitalistische gedachtegoed ook enkele ideeën uit het marxisme terug. Peer-productie is gebaseerd op gelijkheid. Iedereen die wil, kan en mag een bijdrage leveren. De 'controle' gebeurt door de community van de producers zelf, eerder dan door de dynamiek van de markten (Bauwens, 2005). De producten die voortkomen uit peer-productie hebben niet, zoals bij het ‘individueel’ – en het ‘gemeenschappelijk kapitalisme', een ruilwaarde op de markt, maar een gebruikswaarde voor de gemeenschap. Daarnaast is het resultaat van peer-productie niet de eigendom van één persoon of een groep personen, zoals bij de twee andere productieprocessen, maar behoort het iedereen toe die er gebruik van wil maken. Bauwens (2005) spreekt hier van ‘peer eigendom’ in tegenstelling tot private eigendom (onder de eerste vorm van kapitalisme) en publieke of staatseigendom (onder de tweede vorm).

Theoretisch kader

Ten slotte wordt er beknopt ingegaan op de infrastructuurvoorwaarden die nodig zijn om aan P2P te doen. Een eerste voorwaarde volgens Bauwens (2005) is technologische infrastructuur, bijvoorbeeld het World Wide Web. Daarnaast is er nood aan softwaresystemen (blogs, wiki’s, e.d.) die het mogelijk maken om wereldwijd te communiceren en samen te werken. Vervolgens moet er een wettelijk kader zijn om producten met een gebruikswaarde te produceren zonder dat de kans bestaat dat ze geprivatiseerd gaan worden. Als voorbeeld geeft Bauwens (2005) hier het ‘open sourcing’ initiatief. De laatste voorwaarde is een cultuurverandering waarbij mensen kennis als iets gemeenschappelijks beschouwen, een andere van een manier van denken en leven dan het kapitalisme dat privaat bezit centraal stelt (Bauwens, 2005).

Externe links[bewerken]

Voor meer informatie over wat peer-productie inhoudt zie http://mako.cc/academic/benkler_shaw_hill-peer_production_ci.pdf

Voor meer informatie over wat peer-productie inhoudt zie http://p2pfoundation.net/Category:Peerproduction

Voor meer informatie over wat Linux inhoudt zie http://www.linux.org/threads/what-is-linux.4076/

Voor meer informatie over wat het Marxisme inhoudt zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Marxisme

Voor meer informatie over wat het Kapitalisme inhoudt zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Kapitalisme


Referenties[bewerken]

Bauwens, M. (2005). 1000 days of theory: The political Economy of Peer Production. In A., Kroker, & M. Kroker (Eds.). Ctheory. Retrieved October 27, 2014, from http://www.ctheory.net/articles.aspx?id=499


Bauwens, M., & Lievens, J. (2014). De wereld redden: met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving. Antwerp: Houtekiet


Buiness-to-business. (2014). Retrieved October 27, 2014, from http://en.wikipedia.org/wiki/Business-to-business


Communisme. (2014). Retrieved October 27, 2014, from http://nl.wikipedia.org/wiki/Communisme


Kapitalisme. (2014). Retrieved October 27, 2014, from http://nl.wikipedia.org/wiki/Kapitalisme


Karl Marx en Max Weber, religie en het kapitalisme. (2014). Retrieved October 27, 2014, from Infonu.nl


Marxisme. (2014). Retrieved October 27, 2014, from http://nl.wikipedia.org/wiki/Marxisme


Peer production. (2014). Retrieved October 27, 2014, from http://en.wikipedia.org/wiki/Peer_production


Wright, S. (n.d.). Peer to peer FAQ. Retrieved October 27, 2014, from http://whirlpool.net.au/wiki/p2p

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.