Onderwijs in relatie tot P2P/Geld

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Geld is een object dat binnen een gegeven sociaaleconomische context wordt aanvaard als betaling voor goederen en diensten en als de terugbetaling van schulden. De voornaamste functie van geld is die van ruilmiddel (Wikipedia, 2014).

Geld en P2P[bewerken]

Binnen het peer-to-peermodel ligt de focus niet enkel op de uitwisseling van gelijke waarden, zoals bij het kapitalisme, maar speelt de intrinsieke motivatie een grotere rol. Bijvoorbeeld Wikipedia: als iemand een tekst schrijft voor Wikipedia, doet hij/zij dat niet voor geld of onder dwang, maar uit vrije wil, uit zijn/haar passie voor het onderwerp. Het probleem van peer-to-peer is dat het wel collectief, maar niet individueel duurzaam is. Om dit probleem op te lossen moet de peer-productie zich verbinden met een vorm van kapitaal (Bauwens & Lievens, 2013).

Het kapitalisme werkt zo dat men goederen of diensten produceert om ze te verkopen, niet noodzakelijk omdat ze nuttig zijn. De koopwaar is de reden waarom men iets maakt. In peer-productie daarentegen maakt men iets omdat men het echt wil, vanuit de passie voor de goederen of diensten. Een peer-producent moet echter ook een inkomen hebben. Men heeft nu eenmaal nood aan geld, zonder ben je machteloos in deze samenleving. Maar het verdienen van geld is voor de peer-producent slechts een bijzaak. Hier is er sprake van een ontkoppeling tussen productie en loon. Het produceren gebeurt immers niet noodzakelijk in functie van het loon. Met andere woorden: geld verdienen is niet het primaire doel van peer-productie (Bauwens & Lievens, 2013).

Naar aanleiding van de financiële crisis is er een discussie ontstaan over de functie van geld. Geld is geen neutraal middel maar heeft altijd een ontwerp, hier speelt interest een belangrijke rol in. Het probleem bij interest is dat de ‘lener’ altijd meer geld moet terugbetalen dan het bedrag dat hij/zij geleend heeft. Waar komt dat extra geld vandaan? De kapitalistische visie lost dit probleem op door groei, maar dit betekent dat er ook werkelijk groei nodig is, anders komt de samenleving in gevaar. Het centrale probleem is de manier waarop geld vandaag ontworpen en gecreëerd wordt. Geld wordt voornamelijk gecreëerd door private banken. Slechts een beperkt percentage van het geld dat bij hen gedeponeerd wordt, moeten de banken beschikbaar houden, de rest leent of geeft men uit. De bank creëert dus geld door het maken van schulden (Bauwens & Lievens, 2013). Met andere woorden kan men stellen dat de banken geld uitgeven dat ze niet bezitten, en daardoor creëren ze schulden.

Voorbeelden[bewerken]

Een voorbeeld van de rol van geld binnen het peer-to-peermodel is crowdfunding. Dit is een alternatieve manier om een project of productieproces te financieren. Als iemand een project of productieproces wil starten, maar een gebrek heeft aan voldoende financiële middelen, stelt hij/zij zijn/haar project voor en vermeldt hij/zij hierbij welk bedrag nodig is om het te kunnen starten. Iedereen die dit wil, kan investeren in het project of de productie. Wanneer de ondernemer voldoende financiële middelen heeft, kan hij/zij starten. Het basisidee is dat iedereen een klein bedrag investeert en zo bijdraagt tot het project of het productieproces (Blom, 2012).

Een ander voorbeeld van de rol van geld binnen het peer-to-peermodel zijn verschillende computerprogramma’s, bijvoorbeeld Prezi of Office Starter, die hun programma gratis ter beschikking stellen, of toch de basis ervan. Als men meer functies wil kunnen gebruiken binnen het programma, moet men er wel voor betalen. Door de software gratis weg te geven, krijgt men een breed publiek van gebruikers. Zelfs als slechts enkelen hiervan betalen voor de extra functies, heeft men al een leefbaar bedrijfsmodel (Bauwens & Lievens, 2013).

Geld kan ook als een vorm van commons bekeken worden. Dan wordt het ontworpen op basis van menselijke activiteit. Hier speelt bitcoin een belangrijke rol in. Bitcoin is een vorm van elektronisch geld. Het is een gedistribueerd geldsysteem waarbij computers geld creëren volgens een bepaald algoritme. Het wordt binnen de IT-gemeenschap aanvaard als echt geld. Het concept is gebaseerd op goudwinnen: men ontgint munten op de computer, maar het aantal stukken die in omloop gebracht kunnen worden, is beperkt tot 21 miljoen. Hierdoor wordt het steeds moeilijker om nieuwe stukken te ontginnen, waardoor de waarde van de munten stijgt. Michel Bauwens vindt bitcoin een enorme stap vooruit omdat het bewijst dat het mogelijk is om een alternatief geldsysteem te ontwerpen, buiten de overheid en de markt. Bij de overgang naar peer-to-peer is het cruciaal dat men nadenkt over het ontwerp van geld en de controle erop. De vraag is of we de waarde van geld eigenlijk wel moeten koppelen aan de intrinsieke waarde van een materieel goed. De waarde van bitcoin wordt bijvoorbeeld bepaald door het spel van vraag en aanbod, en heeft niets met de goudwaarde te maken (Bauwens & Lievens, 2013).

Theoretische duiding[bewerken]

Vroeger betaalde men vooral met munten, gemaakt van onder andere goud en zilver. Circa tussen de 12e en 15e eeuw kwamen er ook papieren bankbiljetten bij, omdat grote hoeveelheden munten ronddragen onhandig en gevaarlijk was. Kooplieden gaven hun munten in bewaring bij een goudsmid. Als de koopman een verkoper moest betalen, gaf hij hem een brief waarin stond dat de verkoper zijn geld kon ophalen bij de goudsmid. Dit werd een geldwissel genoemd, de voorloper van de cheque. Omdat het wel eens voorkwam dat men geldwissels uitschreef zonder dat men genoeg munten had, ging de goudsmid zelf wissels uitschrijven. Dit heeft geleid tot het onderscheid binnen geld dat vandaag gemaakt wordt, met name het onderscheid tussen chartaal en giraal geld. Chartaal geld verwijst naar tastbare munten en/of biljetten. Giraal geld is niet tastbaar, maar wel zichtbaar op een bankrekening. Chartaal geld kan omgezet worden in giraal geld en vice versa. (Wikipedia, 2014).

Doorheen de geschiedenis zijn er verschillende ruilmiddelen gehanteerd die uiteindelijk hebben geleid tot het dagdagelijkse gebruik van geld in de samenleving (Bauwens & Lievens, 2013). Met de opkomst van de slavernij in Egypte ontstond het idee van levensschuld. Men wordt een slaaf en moet de rest van zijn leven werken voor zijn baas. Deze periode noemt men de productiviteitsrevolutie. De levensschuld moest wijken voor de beschermingsschuld, met de herlokalisering van de productie op feodale domeinen. Beschermingsschuld houdt in dat de lijfeigene een deel van de vrucht van zijn arbeid afstond aan de heer, en in ruil bescherming tegen gevaren van de buitenwereld kreeg (Bauwens & Lievens, 2013). Nu leven we echter in een kapitalistische samenleving. Dit systeem steunt niet op levensschuld of beschermingsschuld maar op een contract. De basisidee is dat men alleen nog voor zichzelf werkt, en voor de rest gelijke waarden uitwisselt. Men wordt verplicht zijn arbeid te verkopen in ruil voor een loon. Deze uitwisseling van arbeid tegen loon en die van geld tegen goederen noemt men neutrale transacties. Dit omdat goederen of diensten altijd worden geruild tegen iets met dezelfde waarde (Bauwens & Lievens, 2013).

In onze hedendaagse samenleving wordt er ook ruimschoots gebruik gemaakt van de complementaire munt (Bienstman, 2010). Deze munt heeft betrekking op een overeenkomst tussen een groep mensen en/of ondernemingen om een niet-traditionele munteenheid als ruilmiddel te accepteren (Fairfin, 2009). Het tracht de conventionele munteenheid (bijvoorbeeld dollar of euro) niet te vervangen, maar moet dienen om bepaalde functies te vervullen, namelijk een commerciële, sociale of beleidsmatige functie (Fairfin, 2012). Voorbeelden van de commerciële functie van gemeenschapsmunten zijn kortingspunten in een supermarkt en de Bongobonnen, die ingeruild kunnen worden tegen onder andere een verblijf in een hotel, een maaltijd in een restaurant en dergelijke (Bienstman, 2010). Door specifieke verdien- en verzilvervoorwaarden vervullen de gemeenschapsmunten een bepaalde commerciële doelstelling, beter dan gewoon geld (Bienstman, 2010). Zie het voorbeeld van de kortingspunten in een supermarkt, deze kan men vaak enkel ontvangen onder bepaalde voorwaarden, bijvoorbeeld bij een aankoop van een minimumbedrag. Het doel hiervan is dat mensen voor een hoger bedrag gaan kopen, zodat ze deze punten ontvangen, wat een positief effect heeft op de verkoopcijfers van de supermarkt (Bienstman, 2010). Bovendien kan de complementaire munt ook een sociale functie hebben. Dan heeft de munt als doel het creëren of versterken van sociale relaties (Fairfin, 2012). Bijvoorbeeld de Japanse Fureai Kippu, wat letterlijk 'zorgrelatietickets' betekent, zijn elektronische tickets die worden betaald aan personen die ouderen of gehandicapten helpen, bijvoorbeeld bij het koken of winkelen, zodat deze langer in hun eigen huis kunnen blijven. Deze tickets kunnen gespaard worden voor persoonlijk gebruik of overgemaakt worden aan iemand naar keuze en kan ingeruild worden tegen conventionele munteenheden (Fairfin, 2009). Tot slot kan de munt ook een beleidsmatige rol op zich nemen, dan heeft het als doel het realiseren van bepaalde beleidsdoelen (Fairfin, 2012). Een voorbeeld hiervan is een project waarbij stedelingen munten verdienen door zich in te zetten in de buurt. Deze munten zijn inzetbaar in bepaalde winkels, bijvoorbeeld voor de aankoop van energiebesparende of duurzame producten. De stedelingen worden beloond voor hun acties, en deze beloningen worden omgezet in producten die bijdragen tot de beleidsdoelstelling, namelijk werken aan een beter milieu (Fairfin, 2009).

Externe links[bewerken]

Voor meer informatie over ‘crowdfunding’ zie: http://www.worldofcrowdfunding.com/

Voor meer informatie over ‘bitcoin’ zie: https://bitcoin.org/nl/

Voor meer informatie over ‘ontginnen’ zie: https://www.weusecoins.com/nl/ontginnings-gids

Voor meer informatie over ‘giraal en chartaal geld’ zie: http://www.creditcard-informatie.nl/creditcard-begrippen/giraal-geld.php

Voor meer informatie over 'complementaire munt' zie: http://www.fairfin.be/complementaire-munten

Referenties[bewerken]

Bauwens, M., & Lievens, J. (2014). De wereld redden. Met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving. Antwerpen, Belgium: Uitgeverij Houtekiet.

Bienstman, M. (2010). Tijd voor een andere munt. Over het potentieel van een elektronische gemeenschapsmunt voor diensten. Retrieved December 17, 2014, from http://www.oikos.be/tijdschrift/archief/doc_details/684-52-03-bienstman-tijd-voor-een-andere-munt?tmpl=component

Blom, E. (2012). Crowdfunding. Den Haag, The Netherlands: Einstein Books.

Fairfin (2009). De gids voor een gemeenschapsmunt. Retrieved from December 17, 2014, http://www.fairfin.be/actueel/publicaties/de-gids-voor-een-gemeenschapsmunt

Fairfin (2012). Complementaire munten. Retrieved December 17, 2014, from http://www.fairfin.be/complementaire-munten

Wikipedia (2014). Geld. Retrieved October 27, 2014, from http://nl.wikipedia.org/wiki/Geld

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.