Onderwijs in relatie tot P2P/Externaliteiten

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Externaliteiten of externe effecten zijn onbedoelde effecten van een (economische)activiteit. Dit kan bv. optreden als personen, bedrijven of overheden geen rekening houden met de effecten op de welvaart van derden. Dit effect kan zowel positief als negatief zijn. Externe effecten hebben drie hoofdkenmerken:

  • De effecten zijn onbedoeld.
  • Ze veroorzaken schade of baten.
  • De effecten zijn niet meegerekend in de marktprijs; het is een vorm van marktfalen.

Externaliteiten hebben dan ook meestal geen invloed op de afwegingen die een bedrijf of persoon maakt bij zijn economische beslissingen.


Externaliteiten en P2P[bewerken]

Binnen het kapitalisme worden bij een transactie gelijke waarden uitgewisseld. Zowel de koper als de verkoper zijn tevreden met de onderlinge transactie. Maar ze houden geen rekening met de externe effecten. Iemand kan wapens verkopen of bij wijze van spreken een atoombom. Wat ermee gebeurt, zijn zijn zaken niet. Alleen de uitwisseling van gelijke waarden is belangrijk. De grote zwakheid van het systeem is dat het de externe effecten afwentelt op de samenleving. Bauwens geeft vier redenen waarom het kapitalisme immoreel is: omdat het externe effecten negeert, sociale ongelijkheid creëert, instabiliteit veroorzaakt en onze biosfeer vernietigt (Michel Bauwens, 2013, p29). Zo zal een bedrijf er bv. voor kiezen om kledij in lage-loonlanden te produceren, waardoor de productiekost klein blijft. Hierbij houden ze geen rekening met de arbeidsomstandigheden (kinderarbeid?) in die landen. Wat voor hen primeert is een product aan een lage prijs te kunnen aanbieden, zelfs als dit ten koste gaat van kwaliteit van het product, de lokale bevolking, luchtvervuiling door transport, ...

In peer-to-peer systemen is dat niet het geval. Daar werken mensen samen omdat ze vrijwillig gekozen hebben om bij te dragen tot een sociaal doel. Ze streven eenzelfde ideaal na. Op die manier winnen niet alleen de partijen die bijdragen (win-win), maar ook de hele groep (win-win-win) en zelfs de hele samenleving (win-win-win-win). De vierde ‘win’ vloeit voort uit het feit dat p2p-samenwerking gericht is op het produceren van directe nuttige gebruikswaarde en zodoende rechtstreeks een positief maatschappelijk resultaat heeft. Vraag is of we bij peer-to-peer nog wel kunnen spreken over externaliteiten aangezien peer-to-peer streeft naar duurzaamheid en naar maatschappelijk nut. Door te streven naar maatschappelijk nut, zal men proberen te vermijden dat externe kosten worden afgewenteld op de maatschappij. Peer-to-peer streeft dus naar geen externe negatieve effecten, maar zoveel mogelijk positieve externe effecten. Hetzelfde bedrijf zou in een peer-to-peer samenleving eerst al de vraag stellen of dit product een maatschappelijk nut heeft. Ze zouden kledij afleveren die van goede kwaliteit is, rekening houdend met alle effecten van de productie op de samenleving.

Voorbeeld[bewerken]

Voorbeelden van positieve externaliteiten zijn: iemand verfraait zijn tuin en voorbijgangers genieten daarvan zonder ervoor te hoeven betalen. Of: een bedrijf dat zich vestigt in een gebied waar eerder gevestigde ondernemingen voor een goede infrastructuur, voor geschoolde arbeid en dergelijke hebben gezorgd, profiteert daarvan zonder ervoor te hoeven betalen.

Bij negatieve externaliteiten gaat het om handelingen waarbij de betreffende consument of producent andere actoren, de omgeving of de maatschappij schade toebrengt zonder dat hij die hoeft te vergoeden. De maatschappelijke kosten van zijn handelingen zijn hoger dan de private kosten; dat zijn de kosten die hij zelf calculeert. Een voorbeeld van een negatief extern effect is de kosten voor het milieu die het gebruik van fossiele brandstoffen met zich meebrengen. De private kost is hier de kost die de gebruiker van de fossiele brandstoffen betaalt voor het opwekken van deze energie, zonder dat er rekening gehouden wordt met de milieu-impact. Alle extra kosten die de milieuverontreiniging met zich meebrengen worden niet meegerekend, waardoor de maatschappelijke kost hoger is dan de private kost.

Soms kan eenzelfde activiteit zowel positieve als negatieve externaliteiten voortbrengen: een consument besluit op vakantie te gaan naar Kreta met het vliegtuig (is de activiteit). De consument houdt bij het besluit deze activiteit te ondernemen onvoldoende rekening met het feit dat hij of zij (onbedoeld) luchtverontreiniging en geluidshinder veroorzaakt bij omwonenden van de luchthavens (de derden). Dit zijn de negatieve externe effecten. Ook veroorzaakt de reiziger plezier bij een aantal mensen die houden van vliegtuigspotten en daar niet voor hoeven te betalen (positief extern effect).

Theoretische duiding[bewerken]

People, Planet en Profit zijn de drie P's van duurzame ontwikkeling. Bij MVO (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen), als concrete toepassing van duurzame ontwikkeling voor het bedrijfsleven, kunnen deze P's niet genegeerd worden. Ondernemingen moeten daarom, naast de invloed die ze hebben op economische vlak, ook rekening houden met hun impact op de milieukwaliteit en de maatschappij. John Elkington vestigde hierop in 1997 de aandacht met zijn boek Cannibals with forks. The triple bottom line of 21st century business. Daarin stelt hij dat de verantwoordelijkheid van bedrijven verder reikt dan zuiver het maken van winst en het maximaliseren van de aandeelhouderswaarde. Bedrijven zorgen immers voor externaliteiten, ofwel externe effecten: economische, sociale en milieukosten die niet verrekend worden in de bedrijfsvoering, maar daarentegen worden afgewenteld op de maatschappij. Het in acht nemen van deze externaliteiten, door ze te verrekenen in de bedrijfsvoering, maakt dat een onderneming zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid opneemt. Dit impliceert dat het bedrijf zijn resultaten afweegt tegenover de economische, sociale en milieudimensie. MVO houdt bijgevolg in dat een bedrijf streeft naar een meerwaardecreatie op elk van deze vlakken. Ondernemingen kunnen dit in praktijk brengen door de 3 P’s op een gestructureerde en integrale manier deel te laten uitmaken van de bedrijfsvoering en bedrijfsstrategie. Een dergelijke handelswijze leidt tot positieve gevolgen voor mens, milieu en maatschappij (Basisbeginselen van MVO, 2014).

De milieueconomie is een wetenschap waarin het begrip externaliteiten een grote rol speelt. Er zijn een enorm aantal dergelijke effecten die consumenten en producenten veroorzaken, waarvan de meeste negatief zijn. Een belangrijke reden waarom er zoveel externaliteiten optreden is dat het milieu vaak lijdt onder een tragedie van de meent (Engels: tragedy of the commons). Dit houdt in dat in de meeste gevallen niemand eigendomsrechten heeft van het milieu en de natuur en dat niemand zich daarom verantwoordelijk voelt. Het milieu zal op deze manier door iedereen gebruikt worden om een zo groot mogelijke winst te behalen, zonder daarbij te denken aan zaken als duurzaamheid en populatiegroottes van dieren en planten.

Voorbeelden van negatieve externaliteiten in de milieu-economie:

  • het vangen van vis door een individueel bedrijf zorgt voor een afname van de totale vispopulatie waardoor de hele visserijsector schade ondervindt (zie boek Bauwens pag 87);
  • het uitstoten van CO2 door een fabriek draagt bij aan de opwarming van de Aarde met alle schade die derden hiervan ondervinden;
  • het lozen van afval- en koelwater in een rivier veroorzaakt vervuiling waardoor zuivering voor drinkwater duurder wordt;
  • bij de productie van elektriciteit uit een verouderde bruinkoolcentrale komen zwavelgassen vrij. Dit veroorzaakt zure regen. De zure regen tast de gevels van huizen aan. Herstel van de schade komt voor rekening van de huizenbezitters en niet voor rekening van de centrale. Deze externe kosten zijn vaak niet verwerkt in de elektriciteitsprijs;
  • transport en verkeer veroorzaken externe kosten door luchtvervuiling en ook door ongevallen en files.

Voorbeelden van positieve externaliteiten in de milieu-economie:

  • sommige delen van de wereld profiteren van de door de mens veroorzaakte/versterkte klimaatverandering. Zij zien bijvoorbeeld hun voedselproductie stijgen;
  • landeigenaren maken winst door bomen te planten, maar ze genereren hiermee ook publieke baten door het verminderen van erosie, het verbeteren van de luchtkwaliteit, het tegengaan van klimaatverandering en het 'schoonheidseffect' van de bomen.

Internaliseren van externaliteiten?

Zolang de natuur niemands bezit is, zo luidt de redenering van milieueconomen, zal de kost van de vervuiling niet worden gedragen door de individuele vervuiler, maar wel door de gemeenschap (Kenis, 2012). Milieueconomen hebben hier een punt: bedrijven brengen producten op de markt tegen een prijs die niet de reële kost (= productiekost + externe kosten) weerspiegelt. De kost van de vervuiling is niet ingecalculeerd, en komt op de rekening van de maatschappij als geheel of van toekomstige generaties. De conclusie van milieueconomen is dat de markt moet worden bijgestuurd: de reële milieukosten moeten worden geïnternaliseerd in de prijs. Geef de natuur een prijs en ze zal beter worden beschermd, zo luidt de achterliggende gedachte. De vraag is dan hoe je die milieukosten internaliseert in de prijs. Er zijn enkele manieren waarop dit mogelijk is:

  • de standaardoplossing in de economie is om regelingen te treffen waardoor het externe voordeel toch ten goede, of het externe nadeel toch ten laste komt van degene die externaliteiten veroorzaakt. Voorbeelden zijn rechten van belastingen en intellectueel eigendom, accijns op brandstof en milieuheffingen. Soms is internalisatie echter niet haalbaar, omdat de kosten de opbrengsten overtreffen;
  • instellen van quota, zoals bijvoorbeeld in de visserij of melkproductie (zie boek Bauwens pag 87)
  • uitgeven van rechten, zoals bijvoorbeeld CO2-rechten (zie boek Bauwens pag 88)
  • wetgeving/regulering (bijvoorbeeld boetes geven voor ongewild gedrag);
  • het instellen van een ecotaks ter hoogte van de externe kosten ;
  • onderlinge afspraken tussen actoren;
  • publieke bewustwording van de problemen.

Externe links[bewerken]

Verschillende definities voor externe kosten: http://www.encyclo.nl/begrip/externe%20effecten

Maatschappelijke kosten- en batenanalyse: http://www.mkba-informatie.nl/mkba-basics/abc-van-de-mkba/externe-effecten/

Inleiding op de economie, publieke goederen en externe kosten: http://upers.kuleuven.be/sites/upers.kuleuven.be/files/page/files/h12_publieke_goederen_en_externaliteiten.ppt

Onderzoek over de internalisering van externe kosten in het verkeer in Vlaanderen: http://tmleuven.be/project/miraexternekosten/index.htm

Studie van het bedrijf Puma, dat in 2011 over heel zijn productieketen de kostprijs van het bedrijf aan de natuur berekend heeft: http://about.puma.com/en/sustainability/environment/environmental-profit-and-loss-account


Referenties[bewerken]

Backus, G.B.C. , Mil, E.M. van , Meeusen, M.J.G. (2012). Kosten die de kassabon niet halen : verborgen kosten van negatieve externe effecten in de voedselketen. Den Haag : LEI, onderdeel van Wageningen UR, 2012 (LEI-rapport, onderzoeksveld Consument & Gedrag 2012-041) - 96 p.

Bauwens, M. & Lievens, J. (2013). De wereld redden. Antwerpen, Houtekiet.

Elkington, J. (2002). Cannibals with forks. The triple bottom line of 21st century business Cap-stone, Oxford, Reprint, 2002, 410 p.

Kenis A. & Lievens M. (2012). De mythe van de groene economie. Valstrik, verzet, alternatieven. Antwerpen, EPO.

Basisbeginselen van MVO. Geraadpleegd op 27 november 2014, van http://www.mvoaanhetroer.be/Documenten/Intranet/Onderzoek/Onderzoekscentra/CEDON/Duurzaamheid/Duiding%20MVO%20deel%202.pdf

Wikipedia (2014). Externaliteiten. Geraadpleegd op 13 november 2014, van https://nl.wikipedia.org/wiki/Externaliteit

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.