Onderwijs in relatie tot P2P/Basisinkomen

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen



Het basisinkomen is een geldbedrag dat door de overheid onvoorwaardelijk aan de burgers wordt toegewezen als bijkomende uitkering. Dergelijk geldbedrag kan aan iedereen worden toegekend, die een inkomen heeft van minder dan 2.000,00 bruto euro per maand, en dat voor de gehele duur van zijn leven (Basisinkomen, 2003). Bovendien houdt de toekenning geen verplichting in tot het zich beschikbaar stellen voor de arbeidsmarkt. Dit in tegenstelling tot een werkloosheidsuitkering waarvoor je je wel moet beschikbaar stellen voor de arbeidsmarkt. Het bedrag is voldoende voor voeding, onderdak en de basisbehoeften (Sheahen, 2006).


Basisinkomen en P2P[bewerken]

Michel Bauwens haalt in zijn boek De Wereld Redden aan dat een gewaarborgd basisinkomen kan bijdragen tot een ontkoppeling van arbeid en kapitaal om zo een samenwerkingseconomie te creëren oftewel peer-productie.

Peer-productie stelt dat burgers op vrijwillige basis een bijdrage leveren aan gemeenschappelijke goederen met een maatschappelijk nut. De burgers doen het vrijwillig omdat ze het graag doen. Ook omdat ze het nuttig vinden of omdat ze een probleem willen oplossen. Ze werken samen om een bepaald concept te verbeteren of uit te breiden. Het concept, bijvoorbeeld een Wikipedia concept, moet een nuttige gebruikswaarde zijn. Iedereen moet er gebruik van kunnen maken. Een samenwerking rond een gemeenschappelijk goed kan ook Object-Oriented Sociality genoemd worden (Bauwens & Lievens, 2013). De burgers die binnen een peer-productie werken en hun bijdrage leveren, worden hier slechts af en toe voor betaald. Hierdoor zijn ze verplicht om in een kapitalistisch systeem te blijven werken indien ze geld willen verdienen.

Een peer-producent moet een basisinkomen hebben om te voldoen aan zijn behoeften. Een ontkoppeling van arbeid en kapitaal ontstaat als een ontwikkelaar vrije software ontwikkelt voor algemeen nut en hier niet voor betaald wordt. De ontwikkelaar bepaalt zelf de manier waarop hij wenst bij te dragen aan het gemeenschappelijke project (Bauwens & Lievens, 2013). Wanneer iemand betaalt voor dit werk, is er geen sprake meer van peer-productie. Dan spreekt men van kapitalisme en een koppeling van arbeid en kapitaal. Alleen een ontkoppeling van arbeid en kapitaal kan garanderen dat peer-producenten kunnen blijven ontwikkelen op het gebied van een nuttige gebruikswaarde voor iedereen. Wanneer peer-producenten en productie afhankelijk zijn aan een loon, dan zou het niet meer in aanmerking komen als peer-productie (Lievens, 2012).

Een peer-project, dat zowel materieel (Wikispeed) als immaterieel (kennis) kan zijn, moet zorgen voor sociale reproductie (Bauwens & Lievens, 2013). Met sociale reproductie wordt bedoelt dat iemand, die niet meer wil bijdragen aan een project, vervangen kan worden. Dit houdt in dat iedereen zich steeds 100 % vrijwillig inzet. Maar die vrijwilligheid zorgt niet voor brood op de plank. Hierdoor moet peer-productie zich op een andere manier verbinden met het kapitaal (Bauwens & Lievens, 2013).

Enerzijds heeft het kapitalisme peer-productie nodig om te overleven. Anderzijds helpt het kapitalisme mee aan de opbouw van peer-to-peer productie (Bauwens & Lievens, 2013). Er zijn bedrijven (Facebook) die investeren in de uitbouw van peer-to-peer netwerken, maar de winst zelf opstrijken. De bedrijven maken winst op kosten van de gebruikers die een bijdrage leveren, maar daarentegen zorgen ze wel dat er een hoge mate van onderlinge communicatie en samenwerking mogelijk wordt. Deze bedrijven helpen mee aan een overgang naar meer peer-to-peer productie (Bauwens, 2014). Dit is een nieuw sociaaleconomisch systeem en hiermee wordt bedoeld dat burgers producten gaan produceren, zowel materieel als immaterieel, die bruikbaar zijn voor iedereen. De ruilwaarde van deze producten zijn slechts een middel om een sociaal doel te realiseren (Bauwens & Lievens, 2013).

Sociaal entrepreneurs helpen mee aan het realiseren van dat doel alsook in de transformatie-overgang. Het zijn sociale ondernemers die trachten innovatieve oplossingen te zoeken voor maatschappelijke problemen. Ze streven namelijk een doel na en daarvoor hebben ze middelen nodig. Om aan die middelen te geraken gebruiken ze marktmechanismen, zoals ruilhandel. Bijvoorbeeld: mensen storten geld om winkelruimtes te huren en krijgen koffie hiervoor in de plaats. Zo werkt het Curto Café in Brazilië. Ze produceren koffie om een sociaal doel te vervullen en niet om winst te maken (Bauwens & Lievens, 2013, p.67). Een ander voorbeeld van een sociaal entrepreneur is bijvoorbeeld een VZW. Het is een vereniging zonder winstoogmerk dat een maatschappelijk doel nastreeft. Bovendien kan het ook geen winsten uitkeren aan de leden en werkt het dus in de lijn van peer-to-peer (Vereniging zonder winstoogmerk, 2012). Het basisinkomen geeft de entrepreneurs de mogelijkheid om een waardevol leven te leiden alsook om bijdragen te leveren van maatschappelijk nut (Bauwens & Lievens, 2013).

Voorbeeld[bewerken]

De berekening van een basisinkomen of modaal inkomen in België (Basisinkomen, 2003). Het is een bron die pleit voor een basisinkomen zoals Michel Bauwens en momenteel nog niet in voege is.

Het modale inkomen per Belg bedraagt 2.000,00 euro bruto per maand. Dit bedrag is gebaseerd op een gehuwde werknemer met 2 kinderen en die een maandelijks inkomen verdient net beneden de grens van het ziekenfonds.

Het werkelijke inkomen wordt gebruikt om te kijken of iemand boven of onder het modale inkomen komt. Hierdoor is de maandelijkse bijdrage afhankelijk van de werkelijke verdienste, want wie hoger dan 2.000,00 euro bruto per maand verdient zal geen extra maandelijkse bijdrage ontvangen.

De maandelijkse bijdrage is het bedrag dat gelijk is aan de helft van het verschil tussen het modale inkomen en het werkelijke inkomen bruto per maand.


(1) Voorbeeld van iemand met een bruto maandelijks inkomen:

Piet verdient 1.300,00 euro bruto per maand. Het modale inkomen is 2.000,00 euro bruto per maand. Piet zit onder het modale inkomen. Hierdoor heeft hij recht op een extra maandelijkse bijdrage.

Berekening:

Het modale inkomen (2.000,00 euro) - inkomen bruto per maand (1.300,00 euro) = 700,00 euro

700,00 euro / 2 = 350,00 euro

De maandelijkse bijdrage is dus het bedrag dat gelijk is aan de helft van het verschil tussen het modale inkomen en het werkelijke inkomen bruto per maand (in vorige berekening uitgevoerd).

De extra maandelijkse bijdrage bedraagt dan 350,00 euro. Hierdoor zal Piet een basisinkomen van 1.650,00 euro ontvangen (1.300,00 euro + 350,00 euro).


(2) Voorbeeld van iemand zonder inkomen:

Dieter heeft geen inkomsten. Het modale inkomen is 2.000,00 euro. Dieter zit onder het modale inkomen. Hierdoor heeft hij recht op een extra maandelijkse bijdrage.

Berekening:

Het modale inkomen (2.000,00 euro) - inkomen bruto per maand (0,00 euro) = 2.000,00 euro

2.000,00 / 2 = 1.000,00 euro

De maandelijkse bijdrage is dus het bedrag dat gelijk is aan de helft van het verschil tussen het modale inkomen en het werkelijke inkomen bruto per maand (in vorige berekening uitgevoerd).

Het basisinkomen van Dieter bedraagt dan 1.000,00 euro (0,00 euro + 1.000,00 euro).


(3) Voorbeeld van iemand die geen recht heeft op een extra maandelijkse bijdrage:

Anne heeft 2.250,00 euro bruto inkomsten per maand. Het modale inkomen bedraagt 2.000,00 euro. Anne verdient dus meer dan het modale inkomen en heeft daarom geen recht op een extra maandelijkse bijdrage.


De bedragen, waarmee de berekeningen zijn gemaakt, zijn bruto bedragen en veranderen niet, ongeacht wie met wie is gehuwd, samenwoont of alleenstaande is. Deze bedragen gelden enkel voor Belgen. Andere landen hanteren andere modale inkomens.

Theoretische duiding[bewerken]

Hoewel hij voorstander is van een basisinkomen, ziet Bauwens het niet onmiddellijk politiek haalbaar. Zijn doel van het basisinkomen komt overeen met dat van Christian Arnsperger (2011): het ‘Economic Transition Icome’.

Een duurzame economie is volgens Arnsperger (2011) een sociaal netwerk van diverse gemeenschappen die experimenteren met duurzame manieren van leven. Michel Bauwens (2013) geeft hierin een voorbeeld van Transition Towns. Het is een netwerk van burgers die hun manier van leven, wonen alsook werken duurzamer en socialer willen maken. Deze netwerken zijn bedoelt om de overgang naar een duurzame wereld te versnellen. De hoofdreden van een duurzame wereld is de schaarste van energiebronnen en grondstoffen.

Degenen die zich het minst betrokken voelen ten aanzien van een kapitalistische economie, zullen zich als eerste bewegen in de richting van duurzaamheid. De meest constructieve manier voor het verwezenlijken van de overgang is om beide manieren van leven naast elkaar te laten bestaan. Met andere woorden, ideaal zou zijn dat de duurzame economie parallel functioneert met de reeds bestaande kapitalistische economie. Zo kunnen mensen, die duurzame manieren van leven willen creëren, worden bijgestaan door een gezonde kapitalistische economie. Wanneer de kapitalistische economie langzaam genoeg naar de achtergrond treedt, kunnen degenen die nog gewend zijn aan deze economie de tijd krijgen om een overstap te maken. De pioniers zijn hiervoor verantwoordelijk. Zij zijn de eersten die de overstap maken naar een duurzame economie. Ze moeten hun taak goed uitvoeren, zodat de mensen die zullen volgen weten wat hen te wachten staat als de economie vertraagt. Deze duurzame economie is een droombeeld, tenzij een manier van stimuleren wordt gehanteerd.

Het Economic Transition Income (ETI) vormt de basis voor het realiseren van die duurzame economie. Het kan beschouwd worden als een premie voor diegenen die overstappen naar een duurzame economie. Het is een stimulans die ervoor zorgt dat mensen die overstap maken. Bovendien zal het ETI de economie als geheel in balans houden met behoud van een stabiele arbeidsmarkt, die essentieel is voor een soepele overgang.

Katarzyna Gajewska (2014) volgt Bauwens in zijn pleidooi voor een basisinkomen en ziet daarin niet alleen een middel tot verdere expansie van de p2p productiewijze, maar ook een instrument dat kan bijdragen tot actief burgerschap. Ze doen aan zelforganisatie omdat ze ondersteunt worden met een basisinkomen. Hierdoor kunnen ze actiever deelnemen aan peer-to-peer.

Het basisinkomen kent niet alleen positieve percepties om het in te voeren. Er is ook een belangrijk negatief perspectief. Het basisinkomen vereist een enorme hap uit de overheidsuitgaven. De kostprijs van een basisinkomen is afhankelijk van de maandelijkse bijdrage. Een basisinkomen van 1.000,00 euro bedraagt in totaal een jaarlijkse kost van 103 miljard euro op Belgisch niveau. Deze berekening is gebaseerd op een schatting van de jaarlijkse uitgave aan basisinkomsten (Economieblog, 2014). In tegenstelling tot dat beweert het Basic Icome Earth Network (BIEN) (Basic income, 2014) net dat het basisinkomen zorgt voor lagere totale kosten dan die van de huidige sociale uitkeringen. Het OCMW en de werkloosheidsuitkeringen zijn hier voorbeelden van.

Externe links[bewerken]

Onderstaande link geeft meer uitleg omtrent het 'Economic Transition Income'.

http://p2pfoundation.net/Introducing_an_Economic_Transition_Income


Onderstaande link bevat een review van Michel Bauwens die extra uitleg biedt over peer-to-peer en het basisinkomen.

http://www.informatik.uni-leipzig.de/~graebe/Texte/Bauwens-06.pdf


Onderstaande link bespreekt de mogelijkheden van een combinatie van peerproductie en basisinkomen.

https://goteo.org/project/basic-income-and-peer-production


Basisinkomen kan volgens Katarzyna Gajewska het actief burgerschap veranderen. Voor meer duidelijkheid hieromtrent wordt er verwezen naar onderstaande link.

http://biencanada.ca/congress/wp-content/uploads/2014/05/BIEN2014_Gajewska.pdf

Referenties[bewerken]

Arnsperger, C. (2011, 17 May). ECO-transitions. Exploring the next-step economy [Blog]. Retrieved 23 October 2014 from http://eco-transitions.blogspot.be/2011/05/what-transition-part-4-renewing_17.html


Basisinkomen. (2003). Retrieved 27 November 2014 from http://www.prodemo.be/basisinkomen.htm


Basic income. (2014). Retrieved 27 November 2014 from http://en.wikipedia.org/wiki/Basic_income#cite_note-15


Bauwens, M., & Lievens, J. (2013). De wereld redden. Met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving. Antwerpen, Belgium: Houtekiet.


Bauwens, M. (2014). Voorwoord bij de circulaire economie. Retrieved 11 December from http://bureaudehelling.nl/auteur/michel-bauwens


Economieblog. (2014, 1 august). Een schatting van de kostprijs van een basisinkomen voor alle belgen [Blog]. Retrieved 28 November from http://www.economieblog.be/wordpress/kostprijs-universeel-basisinkomen-belgie/


Gajewska, K. (2014). How basic income will transform active citizenship? A scenario of political participation beyond delegation. Retrieved 24 October 2014 from http://biencanada.ca/congress/wp-content/uploads/2014/05/BIEN2014_Gajewska.pdf


Introducing an economic transition income. (2011). Retrieved 24 October 2014 from http://p2pfoundation.net/Introducing_an_Economic_Transition_Income


Lievens, J. (2012). De politieke economie van peer-productie. Retrieved 11 December 2014 from http://www.jeanlievens.be/van_B2B_naar_P2P/Dutch/Artikelen/2012/12/21_De_politieke_economie_van_peer-productie.html


Sheahen, A. (2006). It’s time to think big. How to simplify the tax code and provide every american with a basic income guarantee (Unpublished paper). Retrieved 23 October 2014 from http://www.usbig.net/papers/144-Sheahen-RefundableTaxCredit.pdf


Vereniging zonder winstoogmerk. (2012). Retrieved 11 December 2014 from http://www.belgium.be/nl/economie/onderneming/oprichting/vennootschapsvormen/VZW/

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.