Nederlands/Grammatica/Bijvoeglijke naamwoorden/Trappen van vergelijking
In het Nederlands kunnen we dingen en personen met elkaar vergelijken. Om dat te doen gebruiken we de trappen van vergelijking. De trappen van vergelijking zijn vormen van bijvoeglijke naamwoorden of van sommige bijwoorden die gebruikt worden om eigenschappen te vergelijken. Er zijn drie trappen van vergelijking: de stellende trap, de vergrotende trap en de overtreffende trap.
Voorbeelden
[bewerken]We beschouwen 3 boeken:
- Een dik, zwart boek dat 500 pagina's telt en 700 gram weegt;
- Een dun, wit boekje dat 15 pagina's telt en 25 gram weegt;
- Een dik, groen boek dat 500 pagina's telt en 700 gram weegt.
Met die drie boeken maken we enkele trappen van vergelijking:
- Het zwarte boek is even dik als het groene boek; (stellende trap = de positief)
- Het groene boek is zwaarder dan het witte boek; (vergrotende trap = de comparatief)
- Het witte boekje is het lichtste boek (overtreffende trap = de superlatief).
Even dik als, zwaarder dan en het lichtste zijn de drie trappen van vergelijking die het Nederlands kent (in volgorde): de stellende trap (= de positief), de vergrotende trap (= de comparatief) en de overtreffende trap (= de superlatief).
Vorming
[bewerken]1) De stellende trap of positief
[bewerken]De stellende trap is de trap die vaststelt dat iets is, bijvoorbeeld de grote man, d.w.z. de man is groot. De positief ziet eruit als de standaardvorm van een woord, voorafgegaan door "even" of "net zo". Het bijvoeglijk naamwoord heeft in de stellende trap twee vormen: de de/het-vorm en de een-vorm. In alle gevallen wordt de stellende trap gevolgd door "als":
- Hij is even oud als zij;
- Hij weegt net zo veel als zij.
De de/het-vorm wordt enkel gebruikt wanneer het bijvoeglijk naamwoord vóór het zelfstandig naamwoord staat in de verband met het lidwoord de of het en een, maar enkel als het woord mannelijk of vrouwelijk is. De de/het-vorm wordt in de meeste plaatsen vervoegd met de vuistregel bijvoeglijk naamwoord + -e. Bijvoorbeeld: klein wordt kleine.
Er zijn echter uitzonderingen. Wanneer de klinkers van de laatste lettergreep aa, ee, uu of oo zijn, wordt er één van die klinkers verwijderd. Bijvoorbeeld: groot wordt grote. Wanneer de klinker van de laatste lettergreep een a, e, i, u of o is, wordt de laatste medeklinker verdubbeld. Bijvoorbeeld: nat wordt natte. Wanneer het bijvoeglijk naamwoord al eindigt op een -e, wordt er géén extra -e meer toegevoegd. Bijvoorbeeld: luxe wordt luxe.
De een-vorm wordt gebruikt wanneer het naamwoordelijk gebruikt wordt in verband met een koppelwerkwoord en wanneer het vóór een onzijdig woord staat met het lidwoord een. De een-vorm wordt gemaakt met de vuistregel bijvoeglijk naamwoord. Bijvoorbeeld: groot.
2) De vergrotende trap of comparatief
[bewerken]De comparatief is de standaardvorm van een woord plus het achtervoegsel -ER. Na die vorm volgt "dan". Dat wordt dan:
- Hij is ouder dan zij;
- Hij is zwaarder dan zij.
3) De overtreffende trap of superlafief
[bewerken]Als de superlatief gevolgd wordt door het substantief waarnaar het verwijst, bestaat het uit het lidwoord van hetgeen waarnaar het verwijst en uit de standaardvorm van een woord, met het achtervoegsel -STE. Bijvoorbeeld:
- Hij is de oudste man;
- Hij is het zwaarste individu.
Als de superlatief niet gevolgd wordt door het substantief waarnaar het verwijst, dan bestaat de overtreffende trap uit het lidwoord "het" en uit de standaardvorm van een woord, met het achtervoegsel -ST. Bijvoorbeeld:
- Hij is het grootst;
- Hij is het oudst.
| stellende trap (positief) | vergrotende trap (comparatief) | overtreffende trap (superlatief) | |
|---|---|---|---|
| even ... als/ net zo ... als | ...er dan (bv. ouder dan) | ...ste (bv. de grootste)/ meeste ...e (bv. meest ironische) | |
| of | ...st (bv. het grootst) |