EHBO/Dringende hulpverlening

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De dienst '112'[bewerken]

Nog steeds zoeken mensen in een noodgeval eerst hulp bij buren, familie, bekenden, vrienden, huisarts, ... Die zijn niet steeds bereikbaar of beschikbaar en hun tussenkomst is misschien niet voldoende. De eerste reflex zou dus steeds moeten zijn om de hulpdiensten meteen op te roepen.

Noodnummers[bewerken]

Sinds 1964 bestaat er in België de mogelijkheid om via een eenvoudig oproepnummer de hulpdiensten te verwittigen. Dit nummer werd enkele jaren geleden aangepast omwille van de Europese harmonisatie en is 112 geworden.

Je kan vanaf elk telefoontoestel (Belgacom, Telenet, Proximus, Mobistar, Base, ...) de brandweer en de medische hulpdiensten oproepen via het nummer 100 of (in heel Europa) 112. Wie uitsluitend politiehulp wenst, gebruikt het nummer 101.

De telefoonmaatschappijen zorgen ervoor dat de oproep rechtstreeks toekomt in de desbetreffende centrale.

Centrales[bewerken]

Het telefoonnummer van de oproeper verschijnt meteen op het computerscherm. Bij oproepen vanaf een vaste telefoon (huis, publieke cel) verschijnt ook het adres (niet voor geheime nummers). Aan de hand van de gegevens, verstrekt door de oproeper, stuurt de centralist of telefonist de nodige hulpdiensten ter plaatse. Bij ongevallen op de openbare weg wordt ook de politie verwittigd.

Ziekenwagens[bewerken]

De 112-centrale stuurt bij elke oproep voor ziekte of ongeval meteen de dichtstbijzijnde ziekenwagen uit. De ziekenwagens voor DGH (Dringende Geneeskundige Hulp) worden bemand door minstens 2 ambulanciers. Zij kregen een basisopleiding van 160 uren en volgen jaarlijks 24 uren bijscholing in de provinciale opleidingscentra.

Na de eerste zorgen ter plaatse, wordt het slachtoffer door de ziekenauto naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis met een erkende spoedgevallendienst gebracht.

De Mobiele Urgentie Groep (MUG)[bewerken]

Dit is de MUG van het AZ Sint-Dimpna te Geel, bekend onder roepnaam DELTA 20

Indien de ernst of de omvang van de situatie reeds van bij de oproep duidelijk is, dan stuurt de 100-centrale ook een MUG-team uit. Zo niet kan dit later nog gebeuren na verdere oproepen of op vraag van de toegekomen ziekenwagenbemanning.

Een MUG-team bestaat uit minstens een geneesheer en een verpleegkundige, beiden werkzaam op de spoedgevallendienst. In een MUG-wagen is er geen brancard voorzien, er rijdt dus nog apart een ziekenwagen naar het slachtoffer.

De MUG-arts start ter plaatse de eerste behandeling en beslist over het vervoer van het slachtoffer (eventueel een gespecialiseerd ziekenhuis). Hij begeleidt het slachtoffer in de ziekenwagen.






Kosten[bewerken]

Voor het vervoer per ziekenwagen van de 'dienst 100' wordt een vergoeding per kilometer aangerekend (minimum forfait 10 km). Deze prijzen worden bij Ministerieel Besluit vastgelegd. De terugbetaling van vervoerskosten door het ziekenfonds behoort tot de 'vrije verzekering' : elk ziekenfonds hanteert eigen tarieven.

De arts van het MUG-team wordt vergoed door elke geleverde prestatie volgens de geldende tariefcode. De terugbetaling van vervoerskosten door het ziekenfonds behoort tot de 'verplichte verzekering' : deze tarieven liggen bij Ministerieel Besluit vast.

Buiten de 'dienst 100' gelden geen vaste prijzen voor het ziekenwagenvervoer. Informeer bij uw ziekenfonds of bij de ziekenwagendienst naar de tarieven.

De kosten voor een 'nutteloze' uitruk van de ziekenwagen, worden gedragen door het 'Waarborgfonds'. Dit fonds wordt gevoed door een belasting van 0,5% op de premie van de autoverzekering. Dit fonds betaalt de kosten indien :

  • Er blijkbaar geen gekwetsten zijn.
  • Het slachtoffer geen vervoer wenst.
  • De MUG-arts oordeelt dat er geen vervoer nodig is.
  • Het slachtoffer overleden is.
<<<Inhoudsopgave--Dringende hulpverlening--Les 3: Benadering van het slachtoffer>>>
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.