Het eerste geval van een merkwaardig product is dat waarbij beide factoren eenzelfde term hebben. Dat is in de titel van deze paragraaf aangegeven doordat het symbool "a" in beide factoren voorkomt. Voordat je met de wiskundige notatie gaat werken eerst een getallenvoorbeeld: "" waarbij "10" de gemeenschappelijke term is.
Niet moeilijk doen
Uiteraard is dit sommetje onder het motto "niet moeilijk doen" met je rekenmachine zo uit te rekenen: . Om te zien hoe het in een wiskundige vermenigvuldiging werkt gaan we wel moeilijk doen.
Niet moeilijk doen
Wiskundig doen
Je kunt veertien en zeventien allebei schrijven als tien plus een aantal eenheden. De vermenigvuldiging wordt dan:
1: stilzwijgend hoort hier bij: term van de eerste factor
2: stilzwijgend hoort hier bij: term van de tweede factor
Je kunt nu gaan rekenen, maar schrijf je de eerste term eerst als een kwadraat en breng je bij de tweede en derde term "10" buiten haakjes, dan vind je:
Vergelijking 3
In woorden staat hier:
de gemeenschappelijke term in het kwadraat plus
de som van de twee niet gemeenschappelijke termen maal de gemeenschappelijke term plus
het product van de twee niet gemeenschappelijke termen.
Letters die gebruikt worden voor getallen die vermenigvuldigd moeten worden, worden alfabetisch geschreven. Voor een getal dat je met zichzelf vermenigvuldigt wordt de macht gebruikt:
Verg. 6
Bovendien kan bij de twee middelste termen de "a" buiten haakjes gebracht worden:
Verg. 7
Dit lijkt nog steeds erg op een gewoon product Er staan eigenlijk nog steeds vier termen. Het wordt anders als voor "b" en "c" getallen worden genomen.
Verg. 8
Na het laatste gelijkteken in vergelijking 8 staan maar drie termen.Dat is er één minder dan je bij een gewone vermenigvuldiging verwacht. Het product is dus merkwaardig.
Negatieve getallen
In het getallenvoorbeeld hierboven zijn de "b" en de "c" van de wiskunde allebei positieve getallen. In onderstaande voorbeelden zie je wat er gebeurt als een of beide negatief zijn.
b en/of c negatief
9 x 12
De vermenigvuldiging kan op de volgende manier uitgewerkt worden:
Verg. 9
(a-b)(a+c)
Verg. 10
Verg. 11
Verg. 12
Verg. 13
Verg. 14
Je ziet dat het teken van "-1" in de tweede term van de eerste factor een rol speelt. Optellen van "-1" en "2" levert "1" als resultaat. Ook in de derde term zie je dat "min maal plus is min" een rol speelt. Uiteraard vertelt je rekenmachine ook:
11 x 7
De vermenigvuldiging kan op de volgende manier uitgewerkt worden:
Verg.15
(a+b)(a-c)
Verg.16
Verg.17
Verg.18
Verg.19
Je ziet dat het teken van "-3" in de tweede term van de eerste factor een rol speelt. Optellen van "-3" en "1" levert "-2" als resultaat. Ook in de derde term zie je dat "min maal plus is min" een rol speelt. Uiteraard vertelt je rekenmachine ook:
19 x 18
De vermenigvuldiging kan op de volgende manier uitgewerkt worden:
Verg. 20
(a-b)(a+c)
Verg. 21
Verg. 22
Verg. 23
Verg. 24
Je ziet dat het negatieve teken van "-1" en (-2) een rol speelt. Optellen van "-1" en "-2" levert "-3" als resultaat. Ook in de derde term zie je dat "min maal min is plus" een rol speelt. Uiteraard vertelt je rekenmachine ook: