Basiskennis chemie/Kwantitatief/Titrimetrie Opgaven

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
 

Titraties 1, 1 op 1 reactie

1.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van natriumhydroxide wordt 0.3185 gram kaliumwaterstofftalaat afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 13.84 ml nodig. Bereken de concentratie van de natriumhydroxide-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
2.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van zwavelzuur wordt 299.0 mg borax afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 15.70 ml nodig. Bereken de concentratie van de zwavelzuur-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
3.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van kaliumhydroxide wordt 324.3 mg kaliumwaterstofftalaat afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 15.11 ml nodig. Bereken de concentratie van de kaliumhydroxide-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
4.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van Lithiumhydroxide wordt 0.2913 gram kaliumwaterstofftalaat afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 14.14 ml nodig. Bereken de concentratie van de Lithiumhydroxide-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
5.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van calciumhydroxide wordt 288.9 mg oxaalzuurdihydraat afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 40.49 ml nodig. Bereken de concentratie van de calciumhydroxide-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
6.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van bariumhydroxide wordt 0.1356 gram oxaalzuurdihydraat afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 14.04 ml nodig. Bereken de concentratie van de bariumhydroxide-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
7.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van natriumhydroxide wordt 0.2723 gram kaliumwaterstofftalaat afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 15.26 ml nodig. Bereken de concentratie van de natriumhydroxide-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
8.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van waterstofchloride wordt 316.5 mg kaliumwaterstofftalaat afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 15.56 ml nodig. Bereken de concentratie van de waterstofchloride-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
9.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van perchloorzuur wordt 0.1714 gram kaliumhydroxide afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 32.40 ml nodig. Bereken de concentratie van de perchloorzuur-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
10.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van zwavelzuur wordt 307.6 mg borax afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 16.13 ml nodig. Bereken de concentratie van de zwavelzuur-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord

Titraties, niet 1 op 1 reacties

11.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van natriumhydroxide wordt 0.2190 gram oxaalzuurdihydraat afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 33.58 ml nodig. Bereken de concentratie van de natriumhydroxide-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
12.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van salpeterzuur wordt 0.2772 gram borax afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 14.79 ml nodig. Bereken de concentratie van de salpeterzuur-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
13.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van natriumhydroxide wordt 382.8 mg oxaalzuurdihydraat afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 15.93 ml nodig. Bereken de concentratie van de natriumhydroxide-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
14.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van Kaliumpermanganaat wordt 0.6267 gram kaliumhexacyanoferraat(II)dihydraat afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 13.80 ml nodig. Bereken de concentratie van de Kaliumpermanganaat-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
15.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van Kaliumpermanganaat wordt 109.4 mg oxaalzuurdihydraat afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 16.95 ml nodig. Bereken de concentratie van de Kaliumpermanganaat-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
16.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van natriumthiosulfaat wordt 76.3 mg kaliumdichromaat afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 15.83 ml nodig. Bereken de concentratie van de natriumthiosulfaat-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
17.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van zoutzuur wordt 0.3094 gram borax afgewogen en opgelost in water.De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:::Van de te stellen oplossing is 14.35 ml nodig. Bereken de concentratie van de zoutzuur-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
18.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van chloorzuur wordt 806.3 mg borax afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 39.84 ml nodig. Bereken de concentratie van de chloorzuur-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
19.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van waterstofperoxide wordt 0.6441 gram kaliumhexacyanoferraat(II)dihydraat afgewogen en opgelost in water.De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 14.83 ml nodig. Bereken de concentratie van de waterstofperoxide-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
20.
Om de concentratie te bepalen van een oplossing van jood wordt 0.2263 gram natriumthiosulfaat afgewogen en opgelost in water.
De stoffen reageren met elkaar volgens onderstaande reactievergelijking:
Van de te stellen oplossing is 15.51 ml nodig. Bereken de concentratie van de jood-oplossing in mol.L-1. Geef het antwoord met 4 cijfers achter de komma.
Antwoord
 
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.