Alchemie/Beroemde alchemisten

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Azoth-Fouth woodcut.jpg
Alchemie

Arnaldus de Villa Nova[bewerken]

Afbeelding van Arnald[us] de villa noua, houtsnede uit de Nuremberg kroniek, 1493

Arnaldus de Villa Nova (ook wel Arnaldus de Villanueva, Arnaldus Villanovanus, Arnaud de Ville-Neuve of Arnau de Vilanova), (1235 Valencia - 1311 Genua) was een 14e eeuws alchemist, astroloog en arts.

Arnaldus de Villa Nova was waarschijnlijk van Catalaanse afkomst. Hij studeerde scheikunde, geneeskunde, fysica en ook Arabische filosofie. Na aan het hof van Aragon te hebben verbleven, ging hij naar Parijs, waar hij grote bekendheid verwierf. Hij haalde zich daar echter ook de vijandschap van de geestelijken op de hals en was gedwongen te vluchten. Uiteindelijk verkreeg hij asiel in Sicilië. Omstreeks 1313 werd hij door paus Clemens V, die ziek was, ontboden naar Avignon, maar hij stierf op de reis erheen.

Aan hem worden een aantal vertalingen van een medische teksten uit het Arabisch toegeschreven, waaronder werken van Ibn Sina (Avicenna), Ibn Qusta Luqa (Costa ben Luca) en Galen. Ook veel alchemistische geschriften, waaronder Thesaurus Thesaurorum of Rosarius Philosophorum, Novum Lumen en Flos Florum zijn aan hem toegeschreven, maar daarover bestaat geen zekerheid. Verzamelde edities van deze teksten werden gepubliceerd in Lyon in 1504 en 1532 (met een biografie door Symphorianus Campegius), in Bazel in 1585, in Frankfurt in 1603, en in Lyon in 1686. Hij is ook de vermaarde auteur van diverse medische werken, waaronder Breviarium Practicae. Een van zijn successen was de ontdekking van koolstofmonoxide en zuivere alcohol.

Het eerste wijnboek dat in grote oplage werd gedrukt was de Villa Nova's Liber de Vinis. Geschreven vanuit een voornamelijk medisch standpunt, bestrijkt het een scala van wijntopics, van het beste ogenblik om wijn te proeven tot de behandeling van een aantal kwalen. De Villanova beval wijn aan bij diverse medische aandoeningen zoals dementie en sinusproblemen.

Nicolas Flamel[bewerken]

Nicolas Flamel

Nicolas Flamel was een gereputeerd Frans alchemist en koppiïst aan de universiteit van Parijs. Hij werd geboren in Parijs of in Pontoise omstreeks 1330, en stierf in Parijs rond 1418. Hij kreeg na zijn dood de reputatie van succesvol alchemist door zijn zoektocht naar de Steen der wijzen. Volgens de legende zou Nicolas Flamel op deze manier samen met zijn vrouw Perenelle, die ook een alchemist was, onsterfelijkheid hebben bereikt en nu nog ergens rondlopen. Het gros van zijn nalatenschap kwam toe aan de kerk van Saint-Jacques-la-Boucherie, waar hij ook begraven werd. Gedurende zijn leven schonk hij veel aan liefdadigheidswerk en religieuze doelen uit het fortuin dat hij vergaard had. Dat fortuin verkreeg hij ofwel door de uitoefening van zijn ambt, of door gelukkige investeringen of, zoals de legende het wil, door zijn alchemistisch werk. Volgens een document, naar verluidt door hemzelf geschreven in 1413 kocht hij in 1357 voor het bedrag van 2 florijnen een boek over alchemie van Abraham de jood waar in eenvoudige bewoordingen de transmutatie van metaal naar goud in beschreven stond. Alleen de Prima materia ontbrak of was vaag afgebeeld, en daar zou Flamel de volgende twintig jaar van zijn leven vruchteloos naar zoeken. Uiteindelijk ontmoette hij tijdens een terugreis uit Spanje een christelijke jood, een zekere Canches, die hem de langverwachte uitleg gaf. Flamel werkte nog drie jaar intensief door en slaagde er naar eigen zeggen in om de prima materia te maken. Dat stelde hem (volgens datzelfde eigenhandig geschreven document) in staat om in 1382 kwik om te vormen tot zowel zilver als goud. Dit verhaal werd echter ontmaskerd als een verzinsel na onderzoek van Parijse documenten uit zijn parochie, zoals beschreven in Vilains "Essai sur l’histoire de Saint-Jacques-la-Boucherie" uit 1758 en zijn "Histoire critique de Nicolas Flamel et de Pernelle sa femme, recueillie d’anciens anciens qui justifient l’origine et la médiocrité de leur fortune contre les imputations des alchimistes" uit 1761. Een boek over alchemie in de (oude) Bibliotheek van Parijs met de titel "Le Trésor de philosophie" werd eerst beschouwd als authentiek van Flamels hand, maar daar zijn twijfels over gerezen. Ook andere alchemistische verhandelingen die zijn naam als auteur vermelden zijn zo goed als zeker namaak, zoals bijvoorbeeld "Sommaire philosophique de Nicolas Flamel" uit 1561. (Over de transformatie van metalen). Flamel stierf waarschijnlijk in 1418, maar zijn graf is leeg. Er ontstonden naar aanleiding daarvan geruchten dat hij nooit gestorven is en tot op de dag van vandaag zou verder leven. De grafsteen, die hij in 1410 zelf had helpen ontwerpen, vol met vreemde tekens en symbolen, wordt nu tentoongesteld in het Musée de Cluny te Parijs.

Basilius Valentinus[bewerken]

Basilius Valentinus, onbekende auteur, 15e eeuw

Basilius Valentinus of Basile Valentine was een 15e-eeuws Duitse alchemist. Hij was de kanunnik van de abdij van de Duitse Sankt Peter in Erfurt. Zelfs zijn naam kan niet met zekerheid worden bevestigd. Tijdens de 18e eeuw werd gesuggereerd dat hij Johann Thölde zou zijn, die de teksten van Valentinus uitgaf. Ook het jaar van geboorte - 1394 in Mainz, is onzeker.

Valentinus toonde aan dat ammonia zou kunnen worden verkregen door de inwerking van alkaliën op een zout-ammoniak oplossing en hoe zoutzuur zou kunnen worden geproduceerd uit pekel.

Zijn werken

Basilius Valentinus schreef tientallen belangrijke verhandelingen over alchemie in het Latijn en het Duits. Vele ervan werden vertaald in een aantal Europese talen waaronder Engel], Frans en Russisch.

Belangrijkste Latijnse werken
  • Currus Triumphalis Antimonii (De zegevierende strijdwagen van het antimonium)
  • Duodecim Claves philosophicæ (De twaalf filosofische sleutels)
Andere werken (in Latijn en Duits)
  • Porta sophica
  • De geneeskracht van metalen
  • Over het natuurlijke en het bovennatuurlijke
  • Over de eerste tinctuur, wortel en geest van de metalen
  • De microcosmo deque magno mundi mysterio, et medicina hominis, (Over de microkosmos, over het grote geheim van de wereld en de menselijke geneeskunde
  • Libri quattuor de particularibus septem planetarum, (Boek vier: Over de eigenschappen van de zeven planeten)
  • Experimenta chymica
  • Practica
  • Azoth
  • Compendium veritatis philosophicum (Duits)
  • Laatste wilsbeschikking en testament

George Ripley[bewerken]

Sir George Ripley (ca. 1415 – 1490) was een 15e eeuws Engels alchemist, wiens faam in zijn tijd slechts werd overtroffen door Roger Bacon.

Ripley studeerde twintig jaar in Italië en werd de vertrouweling van paus Innocentius VIII. In 1477/1478 keerde hij terug naar Engeland en schreef er "The Compound of Alchymy; or, the Twelve Gates leading to the Discovery of the Philosopher's Stone",('Bundel van de alchemie, over de 12 poorten die leiden naar de ontdekking van de Steen der wijzen') dat hij opdroeg aan de Engelse koning Edward VI. Zijn 25-delig werk over alchemie, waarvan de Liber Duodecem Portarum het belangrijkste was, zou een van de bekendste bijdragen aan de alchemie worden.

Vanwege zijn rijkdom circuleerden er al gauw geruchten dat hij erin zou geslaagd zijn om gewoon metaal in goud te veranderen. Zo beschrijft Fuller in zijn "Worthies of England" een gereputeerd Engels gentleman die op Malta een document had gezien waarin stond dat Ripley aan de Ridders van Malta en Rhodos jaarlijks een som van honderdduizend pond schonk om hen in hun oorlog tegen de Turken te steunen.

Ripley had een allegorische aanpak van de alchemie. In zijn 'Compound' beschrijft hij in verzen de 12 stadia of 'poorten' (gates) van het alchemistisch proces. De Compound of Alchymy werd op grote schaal verspreid in manuscriptvorm vooraleer het voor het eerst gedrukt werd in Londen. Ook Elias Ashmole zou de Compound opnemen in zijn Theatrum Chemicum Britannicum (1652) .

Ripley was ook een tijd kanunnik van Bridlington. Zijn laatste jaren bracht hij door als kluizenaar in de buurt van Boston in Yorkshire.

Zijn belangrijkste werken zijn
  • George Ripley, Cantilena Riplaei
  • George Ripley, Opera omnia chemica. Kassel, 1649.
  • George Ripley, Liber duodecim portarum, ook opgenomen in J J Mangetus, Bibliotheca Chemica Curiosa (Genève 1702), Vol. II, pp 275–285.
  • AEyrenaeus Philalethus, Ripley Reviv'd; or, An Exposition upon Sir George Ripley's Hermetico-Poetical Works (Londen 1678).

Waarschijnlijk is de 'Ripley Scrowle zijn bekendste werk, al wordt zijn auteurschap nog betwijfeld.

Thomas Norton[bewerken]

Thomas Norton The Ordinall of Alchemy Engeland: ca.1550-1600 MS Ferguson 191

Thomas Norton (ca.1433-ca.1513) was een Engels dichter en alchemist. Hij is de auteur van 'The Ordinall of Alchemy' (1477), een alchemistisch gedicht van ongeveer 3000 regels. Volgens Jonathan Hughes (Arthurian Myths and Alchemy) werd Norton geboren in Calne, Wiltshire. Hij werd een alchemist in de jaren 1450 en was een hoveling aan het hof van Edward IV van Engeland, aan wie hij het gedicht ook opdroeg.

The Ordinall (Het Wijdingsboek) kreeg ook een wijdverspreide faam toen Michael Maier een Latijnse vertaling van het gedicht opnam in zijn 'Tripus Aureus'. Het originele Engelse gedicht werd ook toegevoegd aan het uit 1652 daterende Theatrum chemicum Britannicum van Elias Ashmole.

Illustraties bij The Ordinall of Alchemy

Uit het Theatrum chemicum Britannicum van Elias Ashmole: Thomas Norton - Ordinall of Alchemy


Paracelsus[bewerken]

Paracelsus.jpg

Paracelsus (1493-1541) was een Duitse arts, alchemist en magiër. Hij is degene die de moderne rol van de chemie in de geneeskunde bepaalde. Hoewel zijn theorieën nog magisch waren, ligt zijn verdienste erin dat hij het belang inzag van het experiment om niet blind op de traditie te moeten vertrouwen. Dit had veel invloed op de richting die de geneeskunde na zijn dood zou volgen.

Paracelsus werd geboren als Philippus Theophrastus Bombastus von Hohenheim in Einsiedeln, gelegen in het Zwitserse kanton Schwyz. Zijn vroege jaren bracht hij door in Villach, Karinthië, samen met zijn vader, een alchemist en arts. Hij begon zijn levenslange omzwervingen in 1507, studeerde in Wenen en tot ongeveer 1516 waarschijnlijk ook aan de Italiaanse universiteiten van Padua en Ferrara.

Tot zijn praktische verwezenlijkingen behoort een accurate klinische beschrijving van syfilis, alsook een behandeling ervan met kwikverbindingen, en inzicht in het ontstaan van de "mijnwerkersziekte" silicose, een aandoening veroorzaakt door het inademen van metaalstof. Hij was ook degene die als eerste de rol van zuren in de spijsvertering beschreef. Een grote verwezenlijking voor de toekomst van de geneeskunde was zijn baanbrekende opvatting over het ontstaan van ziekten. Hij doorbrak het traditioneel concept dat ziekte veroorzaakt werd door onevenwicht in de vier lichaamshumeuren gal, bloed, slijm en "zwarte gal" zoals werd verkondigd door de arts Galenus. In plaats daarvan zocht men vanaf Paracelus naar de externe oorzaken van de meeste ziekten.

Edward Kelley[bewerken]

Portret van Edward Kelley door Michal Elviro Andriolli (1836-1893)

Edward Kelley of 'Kelly', ook gekend als Edward Talbot (1 augustus 1555–1597) was een veroordeeld Engels misdadiger en een zelfverklaard medium die John Dee hielp met diens onderzoek naar magie. Behalve een reputatie dat hij geesten of engelen kon oproepen met behulp van een kristallen bol, beweerde hij ook in staat te zijn om gewone metalen in goud om te zetten.

Spoedig na zijn dood begonnen legenden over hem te circuleren. Zijn flamboyante biografie en het feit dat hij door Engelse historici vanwege zijn associatie met John Dee goed gekend was, zorgden ervoor dat hij het folkloristische prototype werd van de charlatan-alchemist.

John Dee[bewerken]

John Dee (1527-1608/9)

Arthur Dee[bewerken]

Arthur Dee (Mortlake, 13 juli 1579 - Norwich, september 1651), de oudste zoon van Dr John Dee, was een arts en alchemistisch schrijver.

Arthur Dee was de oudste zoon van John Dee en diens tweede vrouw, Jane, de dochter van Bartholomeus Fromond van East Cheam in Surrey. Hij vergezelde zijn vader op reizen door Duitsland, Polen en Bohemen. Na zijn terugkeer naar Engeland studeerde hij vanaf 3 mei 1592 aan de Westminster School, en volgde lessen bij Grant en Camden. Vervolgens studeerde hij in Oxford, maar behaalde geen diploma. Hij vestigde zich in Londen met de bedoeling praktiserend arts te worden. Aan de ingang van zijn huis hing een lijst met geneesmiddelen die volgens hem ongetwijfeld tal van ziekten konden genezen. De censors van het College van Artsen dagvaardden hem, maar het is niet geweten hoe dat afliep. Dee verhuisde naar Manchester en trouwde daar met Isabella, dochter van vrederechter Edward Prestwych. Op aanbeveling van Jacobus I van Engeland werd hij benoemd tot een van de artsen van tsaar Michael I van Rusland. Hij bleef ongeveer veertien jaar in Rusland. Daar schreef hij zijn Fasciculus Chemicus, een verzameling van geschriften over alchemie. Na de dood van zijn vrouw keerde hij 1637 terug naar Engeland. Dee werd lijfarts van koning Karel I van Engeland|. Na zijn actieve carrière verbleef hij in Norwich, waar hij een vriend werd van Sir Thomas Browne. Arthur Dee overleed in oktober 1651 in Norwich en werd begraven in de kerk van St. George, Tomblands, aldaar. Hij liet zeven zonen en zes dochters na. Dee's relatie met Browne is weinig onderzocht, maar na zijn dood erfde Browne het merendeel van de alchemistische manuscripten en boeken die Arthur Dee had nagelaten.

Eirenaeus Philalethes[bewerken]

Eirenaeus Philalethes ('de vredelievende minnaar van de waarheid') was een 17e-eeuws alchemist en de auteur van een aantal invloedrijke werken. Deze werken werden gelezen door grootheden als Isaac Newton, John Locke en Gottfried Wilhelm Leibniz. Newtons aanzienlijk oeuvre over alchemie is schatplichtig aan deze Philalethes, hoewel hij zelf ook een aantal belangrijke wijzigingen doorvoerde.

De ware identiteit achter de nom de plume 'Eireneaus Philalethes' is lange tijd onderwerp van debat geweest. Recent onderzoek [1][2] heeft echter vastgesteld dat het zou gaan om George Starkey, een Amerikaans wetenschapper en alchemist die de werken van Philalethes zou hebben geschreven.

Starkey (1628 - 1665) werd geboren in Bermuda en opgeleid aan de universiteit van Harvard. Hij werd de eerste Engelstalige van de Nieuwe wereld die ook in Europa op een groot lezerspubliek kon rekenen. Starkey vertrok naar Londen in 1650. Daar zette hij een laboratorium op en werd de informele scheikundeleraar van Robert Boyle, hoewel Boyle dit nooit openlijk erkende.

Zijn werken

Eerste drukken van zijn verhandelingen verschenen tussen 1654 en [[168]:

  • The Marrow of Alchemy, being an Experimental Treatise, Discovering the secret and most hidden Mystery of the Philosophers Elixer (Londen, 1654)
  • Secrets Reveal'd: or An Open Entrance to the Shut-Palace of the King (Introitus apertus ad occlusum regis palatium) (Amsterdam, 1667, in Latin; London, 1669, in English)
  • Three Tracts of the Great Medicine of Philosophers for Humane and Metalline Bodies (Amsterdam, 1668, in Latin; Londen, 1694)
    • The Art of the Transmutation of Metals
    • A short Manuduction to the Caelestial Ruby
    • The Fountain of Chymical Philosophy
  • An Exposition upon Sir George Ripley's Epistle to King Edward IV (Londen 1677)
  • An Exposition upon Sir George Ripley's Preface (Londen 1677)
  • An Exposition upon the First Six Gates of Sir George Ripley's Compound of Alchymie (Londen 1677)
  • Experiments for the Preparation of the Sophick Mercury; by Luna, and the Antimonial-Stellate-Regulus of Mars, for the Philosophers Stone (Londen 1677)
  • A breviary of Alchemy, or a commentary upon Sir George Ripley's Recapitulation: Being A Paraphrastical Epitome of his Twelve Gates (Londen 1677)
  • An Exposition upon Sir George Ripley's Vision (Londen 1677)
  • Ripley Reviv'd, or an Exposition upon Sir George Ripley's Hermetico-Poetical Works (Londen 1678)
  • Opus tripartitum (London&Amsterdam, 1678, in Latijn)
  • Enarratio methodica trium Gebri medicinarum, in quibus contenitur Lapidis Philosophici vera confectio (Amsterdam, 1678, Latijn)
  • The Secret of the Immortal Liquor called Alkahest (Londen, 1683, Engels en Latijn)

Elias Ashmole[bewerken]

Elias Ashmole, schilderij van John Riley, 17e eeuw

Elias Ashmole (23 mei 1617 – 18 mei 1692) was een gevierd Engels oudheidkundige, politicus, legerofficier, astroloog en alchemiestudent. Ashmole steunde de royalistische zijde gedurende de Engelse burgeroorlog en werd bij de restauratie van het bewind van Karel II beloond met verschillende winstgevende ambten.

Ashmole was een antiquair die bewondering had voor de wijze waarop Francis Bacon de studie van natuurwetenschappen aanpakte. Zijn bibliotheek weerspiegelt zijn intellectuele interesses met werken over Engelse geschiedenis, alchemie, astrologie, astronomie en plantkunde. Hoewel hij een van de stichtende leden was van de Royal Society, die een sleutelrol vervulde bij het stimuleren van wetenschappelijk onderzoek, ging zijn interesse toch evenveel uit naar de oudheid en het mystieke. Hij behoorde tot de eerste vrijmetselaars hoewel zijn engagement op dat gebied niet duidelijk is.

Heel zijn leven bleef hij een verwoed verzamelaar van curiosa en artefacten. Veel van deze voorwerpen had hij verworven via de reiziger, botanicus en verzamelaar John Tradescant de jongere. Ashmole schonk het grootste deel van zijn collectie, zijn antiquarische bibliotheek en kostbare manuscripten aan de Universiteit van Oxford om het Ashmolean Museum op te richten.


noten
  1. Gehennical Fire: The Lives of George Starkey, an American Alchemist in the Scientific Revolution by William R Newman, University of Chicago Press, 2003 (ISBN 0226577147)
  2. Alchemy Tried in the Fire: Starkey, Boyle, and the Fate of Helmontian Chymistry by William R. Newman, Lawrence M. Principe, University of Chicago Press, 2002 (ISBN 0226577112)
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.