Ab Urbe Condita/Ab excessu divi Iulii

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Met de moord op de - nadien - vergoddelijkte Gaius Iulius Caesar werd een hoofdstuk in de Romeinse geschiedenis afgesloten. Het werd duidelijk dat de veranderingen die duidelijk moesten worden aangebracht in de republiek, niet door een dictator - die de ambities van anderen in de weg stond - konden worden bewerkstelligd. Er was nood aan een "nieuwe republiek" en die zou er sneller komen dan verwacht.

Het principaat[bewerken]

Bronnen: Velleius Paterculus
Ab excessu divi Augusti
Gaius Suetonius Tranquillus
Cassius Dio
Atlas: Kaart 1
Excursie: Princeps Romae
Princeps van Rome

Gaius Iulius Caesar Augustus entte zijn principaat op de overblijfselen van de oudere Romeinse Republiek. Hij deed dit door de oud-republikeinse titel van princeps te bekleden met de verschillende bevoegdheden die aan zijn persoon waren toegekend door de senaat.
In tegenstelling tot zijn adoptiefvader Gaius Iulius Caesar belemmerde Augustus de republikeinse instellingen niet, maar beheerste hij ze wel. De princeps was door de aan zijn persoon toegekende bevoegdheden in staat in te grijpen tegen de republikeinse magistraten.
Na zijn dood in 14 neemt zijn adoptiefzoon Tiberius Claudius Nero, aan wiens persoon ook al verschillende bevoegdheden waren toegekend, op aandringen van de senaat en zijn moeder aarzelend de positie van princeps in. Hierdoor wordt het instituut van het principaat officieel een feit. Vanaf nu zal bij de dood van een princeps een nieuwe princeps worden aangesteld die dezelfde bevoegdheden zal krijgen als zijn voorganger.1 Deze bevoegdheden, die aan de persoon van de princeps verbonden waren, werden meestal al op voorhand verleend aan de beoogde opvolger(s).

De Julisch-Claudische dynastie[bewerken]

Gaius Iulius Caesar Augustus

De periode van de Julisch-Claudische dynastie, gesticht door Augustus en gevestigd door Tiberius, werd gekenmerkt door afwisselend eerder conservatieve principes - die zich nauw aan het door Augustus ingerichte principaat hielden - en experimentele principes - die nieuwe ideeën toevoegden aan het geheel van het principaat. De door institutionele experimenten gekenmerkte principaten van Caligula en Nero liepen echter slecht af, zodat hun opvolgers voor langere tijd afzagen van verder geëxperimenteer.

Het vierkeizersjaar[bewerken]

Het jaar 69, het vier- of driekeizersjaar genaamd, was een cruciaal jaar in de geschiedenis van het imperium Romanum. De opeenvolging van kortregerende keizers had Rome geleerd voorzichtig te zijn met haar keizers en in de Flavische periode zou dit dan ook blijken.

De Flavische dynastie[bewerken]

De lex de imperio Vespasiani.

Met het aantreden van Titus Flavius Vespasianus kreeg Rome weer een eerder conservatieve princeps, die bovendien over enige militaire vaardigheden beschikte. De senaat zou bij zijn aantreden de Lex de imperio Vespasiani uitvaardigen, waarin het geheel van bevoegdheden van de princeps imperatoria potestas genoemd zou worden (cf. CIL VI 930.).2

De adoptiekeizers of Antonijnse dynastie[bewerken]

De periode waarin de zogenaamde adoptiekeizers of Antonijnse dynastie (vernoemd naar Antoninus Pius, de vierde adoptiekeizer) regeerden over het Imperium Romanum werd ervaren als een Gouden Eeuw, waarin het Imperium Romanum haar grootste uitbreiding kende en bekwame principes op de troon kwamen. De gouden tijden zouden pas eindigen onder de regering van Marcus Aurelius, toen de druk op de Rijn- en de oostgrens toenam en diens uiteindelijke opvolgers, zijn lijfelijke zoon Commodus, niet in staat leek te zijn een antwoord te vinden op de problemen die dit stelde.

De crisis van de derde eeuw[bewerken]

De moord op Commodus luidde een eeuw van verwarring en crisis in: de zogenaamde soldatenkeizers (allen afkomstig uit het leger) volgden elkaar in snel tempo op terwijl de druk op de grenzen én de schatkist toenam. Het zou pas met de opkomst van Diocletianus (eveneens een militair) zijn dat het rijk terug wat stabiliteit wist te vinden.

Het dominaat[bewerken]

Atlas: Kaart 1

Het dominaat was het gevolg van een evolutie van het principaat. De eerste die zich publiekelijk dominus et deus (meester en god) liet noemen en niet langer meer princeps was Diocletianus. Hij had echter al voorgangers die eerder al stappen hadden ondernomen, zoals onder andere Gaius Iulius Caesar Germanicus Caligula.

Centrum van Rome tijdens het dominaat.
De tetrarchen.

Het feitelijke dominaat liep al snel af, maar de keizer bleef wel vereerd worden als een god en werd steeds meer beschouwd als een (goed) meester van zijn onderdanen dan als een eerste onder zijn gelijken. De grondlegger van het praktische dominaat was tevens de vader van de tetrarchie: Diocletianus. Pas bij de aanstelling van het christendom als staatsgodsdienst door Theodosius I verloor de keizer zijn goddelijk aura, maar won hij de gunst van de God van de Christenen. Ironisch genoeg werd de keizer die het Christendom zijn vrijheid gegeven zou hebben, Constantijn de Grote, na zijn dood door de senaat vergoddelijkt worden. Theodosius houding ten opzichte van God zou voor meer dan een millennium nog zo blijven in het Byzantijnse Keizerrijk.

Het Byzantijnse Rijk[bewerken]

Atlas: Kaart 1
Kaart 2
Kaart 3
Kaart 4
Kaart 5

Met de veroveringen van Belisarius voor Justinianus (527-565) werd de Middellandse Zee weer een beetje het Mare Nostrum van weleer. Het veroverde gebied brokkelde echter al snel terug af na de dood van Iustinianus.

Bij het aantreden van de twaalfjarige Alexius Comnenus (1180-1183) was het rijk slechts een schim van wat het ooit geweest was. Enkel Griekenland en een deel van Klein-Azië (waar de khan van Rum zijn rijk had) bleven in bezit van de Byzantijnen, terwijl de rest verloren ging aan de Arabieren.

De vierde kruistocht bracht Constantinopel voor de eerste keer ten val. Het Latijnse Keizerrijk wordt gesticht en de erfgenamen van het Byzantijnse Rijk (het keizerrijk Nicaea, het keizerrijk Trebizonde en het despotaat Epirus) moeten hun toevlucht nemen tot de overgebleven resten van het Byzantijnse Rijk.

Na de herovering van Constantinopel Michael Palaeologus in 1261 kon het rijk beginnen aan het herstel. Dit was echter van korte duur door de interne conflicten die bleven broeien in Constantinopel. Hierdoor verliezen ze enorm veel gebied aan hun vijanden en zal uiteindelijk in 1453 Constantinopel worden ingenomen door de Turken.

Voetnoten[bewerken]

1 Een mooi voorbeeld hiervan is de zogenaamde Lex de imperio Vespasiani.
2 J. Bleicken, Die Verfassung der Römischen Republik. Grundlagen und Entwicklung, Paderborn, 19957.

Verder lezen[bewerken]

  • F. Meijer, Keizers sterven niet in bed. Van Caesar (44 v. Chr.) tot Romulus Augustus (476 n. Chr.), Amsterdam, 2001. ISBN 9025334156
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.