Heraclitus over de natuur/De voorgangers en de onbekwaamheid
Uit Wikibooks
Velen zijn onbekwaam, zelfs de grote leermeesters der meesten. De mensen zijn de in de conversatie onvermogenden (8) en afwezigen die niet luisteren (9). Zij denken aan veel dingen niet en leren niets (10). Door hen oogsten de populaire verkondigers die leugens bewaken en daardoor zullen worden bestraft roem (11). De grote massa der mensen vertrouwt op deze leugenachtige en onwetende leermeesters (12), aangezien zij worden misleid door wat voor de hand ligt (13). Een bijzonder geval is Pythagoras, de uitslover, die slechts particuliere wijsheid vormde (14).
Inhoud |
[bewerken] Fragment 8 - 14
[bewerken] Fragment 8
- ἀκοῦσαι οὐκ ἐπιστάμενοι οὐδ' εἰπεῖν.
- Zij weten niet te luisteren, noch te spreken. [1]
[bewerken] Fragment 9
- ἀξύνετοι ἀκούσαντες κωφοῖσιν ἐοίκασι· φάτις αὐτοῖσι μαρτυρεῖ παρ’ εόντας ἀπεῖναι.
- Zonder begrip luisterenden lijken doven: het gezegde getuigt van hen: “bij het werkelijke afwezig”. [2] [3] [4] [5]
[bewerken] Fragment 10
- οὐ γὰρ φρονέουσι τοιαῦτα πολλοί, ὁκόσοι ἐγκυρεῦσιν, οὐδὲ μαθόντες γινώσκουσιν, ἑωυτοῖσι δὲ δοκέουσι, κατὰ τὸν γενναΐον Ἡράκλειτον. (Clemens van Alexandrië, Stromata, II, 8, 1).
- Want velen denken niet aan zulke dingen, waarop zij stuiten, ook kennen zij hun lessen niet, maar zij houden vast aan hun overtuigingen, volgens de adellijke Heraclitus.
[bewerken] Fragment 11a
- δοκέοντα γὰρ ὁ δοκιμώτατος γινώσκει, φυλάσσει. (Clemens van Alexandrië, Stromata, V, 9, 3).
- Want aanvaard is wat de meest aanvaarde kent, bewaakt.
[bewerken] Fragment 11b
- Δίκη †καταλήψεται† ψευδῶν τέκτονας καὶ μάρτυρας.
- Dikè zal de bouwers en getuigen van leugens †overmeesteren†. [6]
[bewerken] Annotatie
- Niet authentiek: †καταλήψεται† (†overmeesteren†).
[bewerken] Fragment 12
- διδάσκαλος δὲ πλείστων Ἡσίοδος· τοῦτον ἐπίστανται πλεῖστα εἰδέναι, ὅστις ἡμέρην καὶ εὐφρόνην οὐκ ἐγίνωσκεν· ἔστι γὰρ ἕν.
- Maar leermeester der meesten is Hesiodus: van hem denken zij dat hij het meeste wist, terwijl hij dag en nacht niet kende: want die zijn één. [7]
[bewerken] Fragment 13
- ἐξηπάτηνται οἱ ἄνθρωποι πρὸς τῶν φανερῶν παραπλησίως Ὁμήρῳ, ὅς ἐγένετο τῶν Ἑλλήνων σοφώτερος πάντων. ἐκεῖνόν τε γὰρ παῖδες φθεῖρας κατακτείνοντες ἐξηπάτησαν εἰπόντες· ὅσα εἴδομεν καὶ ἐλάβομεν, ταῦτα ἀπολείπομεν, ὅσα δὲ οὔτε εἴδομεν οὔτ' ἐλάβομεν, ταῦτα φέρομεν.
- Misleid worden de mensen bij dat van het zichtbare, bijna net zoals Homerus, die verworden is tot de meest wijze van alle Hellenen. Want hij liet zich ook door kinderen die luizen aan het doden waren misleiden, zij zeiden: “alles wat wij gezien en aangegrepen hebben, dat hebben wij achtergelaten, alles wat wij niet gezien en niet gevangen hebben, dat nemen wij mee”. [8]
[bewerken] Annotatie
- Niet authentiek: τὴν γνῶσιν (bij de kennis).
[bewerken] Fragment 14
- Πυθαγόρης Μνησάρχου ἱστορίην ἤσκησεν ἀνθρώπων μάλιστα πάντων. ἐποιήσατο <ὢν> ἑωυτοῦ σοφίην.
- “Pythagoras, zoon van Mnesarchus, zal zich moeite getroosren om van alle mensen het meeste onderzoek te doen.” Hij vormde aldus zijn eigen wijsheid. [9] [10]
[bewerken] Commentaar
Fragment 8 - 13: zowel de gewone mensen als de grote leermeesters zijn onbekwaam. De onbekwame leermeesters verspreiden leugens waarin velen geloven en zijn daarom strafbaar. Immers allen worden misleid, zelfs de wijze Homerus, die niet in staat was het eenvoudige luizenraadseltje op te lossen. In deze fragmenten wordt er de nadruk op gelegd dat met aandacht luisteren en spreken van belang is. Daarentegen leren de mensen niets, omdat zij de kunst van het luisteren niet verstaan. En hen komen leugenachtige berichten van gezaghebbende en beroemde mensen ter oren, daar velen ook niet adequaat kunnen spreken. Dit alles zal ertoe leiden dat de mensen het woord van Heraclitus niet zullen begrijpen (fg. 1a), juist omdat zij niet weten te luisteren en niets nieuws wat van belang is leren. Door hun onbekwaamheid zijn zij onervarenen en zijn zij niet in staat op de juiste wijze onderzoek te doen (fg 1b). Door hun onvermogen zal hen, evenals de slapenden veel ontgaan (fg 1c), laat staan dat zij zich toeleggen op de ene menselijke wijsheid of kennis hebben van de goddelijke wijsheid (fg. 2 – 5). Maar zij houden zich vast aan hun particuliere leugenachtigheid en ook daarin lijken zij op slapenden (fg. 6 -7). Zeer belangrijk is ten slotte het gegeven dat Hesiodus niet wist dat dag en nacht één zijn. Want zoals de eenheid in alles van de fraaie ordening zeer gewichtig is (fg. 2 en 7), is ook de eenheid op een kleiner niveau, zoals het niveau van de opeenvolging van dag en nacht van belang. Zij die de eenheid van dag en nacht begrijpen, zullen ook het gehele samenspel van de verandering en opeenvolging van dag en nacht begrijpen en zullen niet slechts de dag of de nacht in zijn geïsoleerde afzonderlijkheid beschouwen. Dit gewichtige feit ontgaat de grote leermeester Hesiodus, waarop nota bene de grote massa der mensen zijn vertrouwen stelt.
Fragment 14: hier wordt de spot gedreven met Pythagoras. Omdat Pythagoras zelf niets heeft geschreven schrijft Heraclitus zelf maar een voorwoord voor hem, dat op dezelfde wijze is opgebouwd als fragment 1a. Deze interpretatie wordt ook bevestigd door Diogenes Laërtius, die het fragment citeert. [11] Pythagoras heeft in zijn eigenwijsheid zijn eigen wijsheid gevormd in plaats van zich te richten op de ene menselijke en de ene goddelijke wijsheid (fg. 2 – 5) en richt zich daarom op het particuliere in plaats van op het universele (fg. 6 - 7). Juist daarom is het gerechtvaardigd de spot met hem te drijven.
[bewerken] Noten
- ↑ Clemens van Alexandrië, Stromata, II, 24, 5: ἀπίστους τινὰς εἶναι ἐπιστύφων ῾Ηράκλειτος φησιν• ἀκοῦσαι οὐκ ἐπιστάμενοι οὐδ' εἰπεῖν, ὠφεληθεὶς δήπουθεν παρὰ Σολομῶντος. “Ongeloofwaardige lieden zijn ervaren zegt Heraclitus: zij weten niet te luisteren, noch te spreken, dit is voordelig zou ik zo zeggen naast de spreuk van Salomo.”
- ↑ Theodoretus, Graecarum affectionum curatio, I, 71: ἀλλὰ γὰρ ἀτεχνῶς οἶμαι ἁρμόττει τοῖς ὁμοίως ὑμῖν ἀντιλέγουσιν, ἅπερ Ἡράκλειτος ὁ Ἐφέσιος εἴρηκεν• ἀξύνετοι ἀκούσαντες κωφοῖς ἐοίκασι κ. τ. λ. “Want zonder overdrijving echter, naar ik meen, stemt men in met gelijke dingen voor ulieden die zij tegenspreken, waarvan Heraclitus de Efeziër bericht: zonder begrip luisterenden lijken doven etc.”
- ↑ Clemens van Alexandrië, Stromata, V, 115, 3: (Het citaat is hetzelfde als bij Theodoretus).
- ↑ Eusebius, Praeparatio evangelica, XIII, 13, 42: (Het citaat is hetzelfde als bij Theodoretus en Clemens).
- ↑ κωφοῖσιν Eusebius; κωφοῖς Clemens, Theodoretus. αὐτοῖσι Eusebius, Theodoretus; αὐτοῖσιν Clemens. ἀπεῖναι Eusebius, Theodoretus; ἀπιέναι Clemens.
- ↑ Clemens van Alexandrië, Stromata, V, 9, 3 (na 11a): καὶ μέντοι καὶ Δίκη καταλήψεται ψευδῶν τέκτονας καὶ μάρτυρας, ὁ Ἐφέσιός φησιν. “En denk erom dat Dikè de bouwers en getuigen van leugens zal overmeesteren, zegt de Efeziër.
- ↑ Hippolytus, Refutatio in omnium haeresium, IX, 10, 2: τοιγαροῦν οὐδὲ σκότος οὐδὲ φῶς οὐδὲ πονηρὸν οὐδὲ ἀγαθὸν ἕτερόν φησιν εἶναι ὁ Ἡράκλειτος, ἀλλ’ ἓν καὶ τὸ αὐτό. ἐπιτιμᾷ γοῦν Ἡσιόδῳ, ὅτι ἡμέραν καὶ νύκτα οἶδεν· ἡμέρα γάρ, φησι, καὶ νύξ ἐστιν ἓν, λέγων ὧδέ πως· διδάσκαλος δὲ πλείστων Ἡσίοδος κ. τ. λ. “Welnu dan: noch donker, noch licht, noch het ondeugdelijke, noch het goede zijn anders van elkaar, zegt Heraclitus, maar zijn één en hetzelfde. Hij werpt althans een blaam op Hesiodus, omdat hij van dag en nacht wist. Want dag, zegt hij, en nacht zijn één, hij verklaart het op deze manier: maar leermeester der meesten is Hesiodus etc.”
- ↑ Hippolytus, Refutatio in omnium haeresium, IX, 9, 5: ἀπὸ τῶν τοιούτων αὐτοῦ λόγων κατανοεῖν ῥᾴδιον· ἐξηπάτηνται, φησίν, οἱ ἄνθρωποι πρὸς τὴν γνῶσιν τῶν φανερῶν κ. τ. λ. “Uit het volgende woord van hem is het gemakkelijk hem te begrijpen: misleid, zegt hij, worden de mensen bij de kennis van het zichtbare etc.”
- ↑ Diogenes Laërtius, VIII, 6: Ἔνιοι μὲν οὖν Πυθαγόραν μηδὲ ἓν καταλιπεῖν σύγγραμμά φασιν διαπεσόντες. Ἡράκλειτος γοῦν ὁ φυσικὸς μονονουχὶ κέκραγε καί φησι· Πυθαγόρης Μνησάρχου ἱστορίην ἤσκησεν ἀνθρώπων μάλιστα πάντων καὶ ἐκλεξάμενος ταύτας τὰς συγγραφὰς ἐποιήσατο ἑαυτοῦ σοφίην, πολυμαθείην, κακοτεχνίην. “Sommigen zeggen dat Pythagoras niet één verhandeling heeft nagelaten. Heraclitus althans, de natuurvorser, schreeuwt het welhaast uit en zegt: Pythagoras, zoon van Mnesarchus, zal zich moeite getroosten om van alle mensen het meeste onderzoek te doen en uittreksels te maken uit die verhandelingen daar, hij vormde zijn eigen wijsheid: veelweterij, gekunsteldheid.”
- ↑ Clemens van Alexandrië, Stromata, I, 21, p. 396 (19e eeuws): Ἡράκλειτος γὰρ μεταγενέστερος ὢν Πυθαγόρου μέμνηται αὐτοῦ ἐν τῷ συγγράμματι. “Want Heraclitus is later geboren dan Pythagoras, hij herinnert aan hem in zijn verhandeling.”
- ↑ Volgens noot 9.