Zweeds/Woordenlijst

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

A[bewerken]

anka - eend

arg - boos

arm - arm (lichaamsdeel)

artig - beleefd

B[bewerken]

ben - been

berg - berg

betala - betalen

bil - auto

blå - blauw

bläck - inkt

bra - goed

brinna - branden

bok - boek

bränna - verbranden

bro - brug

bror - broer

bröd - brood

by - dorp

bygga - bouwen

båt - boot

C[bewerken]

cykel - fiets

D[bewerken]

dag - dag

de - zij (meervoud)

djur - dier

dotter - dochter

dricka - drinken

drottning - koningin

du - jij

dålig - slecht

dö - sterven

död - dood

döda - doden

dörr - deur

E[bewerken]

eld - vuur

ett - een

elva - elf (getal)

F[bewerken]

fattig - arm (niet rijk)

fem - vijf

fin - mooi

fisk - vis

flicka - meisje

flod - rivier

fot - voet

fråga - vraag, vragen

ful - lelijk

full - vol

fyra - vier

fågel - vogel

färg - kleur

G[bewerken]

gaffel - vork

gata - straat

glad - blij

gråta - huilen

grön - groen

gul - geel

gurka - komkommer

gå - gaan, lopen

göra - maken, doen

H[bewerken]

ha - hebben

han - hij

hav - zee

hjul - wiel

hon - zij (enkelvoud)

hus - huis

huvud - hoofd

hår - haar

hög - hoog

höra - horen

I[bewerken]

i - in

inte - niet

J[bewerken]

jag - ik

jord - aarde

K[bewerken]

kall - koud

klocka - klok

kniv - mes

konstig - vreemd, raar

krig - oorlog

kung - koning

kunna - kunnen

kvinna - vrouw

kväll - avond

kyrka - kerk

kärlek - liefde

kök - keuken

L[bewerken]

leva - leven

ligga - liggen

ljuga - liegen

ljus - licht, kaars

lägga - leggen

lämna - verlaten

läsa - lezen

M[bewerken]

man - man

mat - eten, voedsel

mjöl - meel

mjölk - melk

mynt - munt

måltid - maaltijd

måne - maan

mäta - meten

N[bewerken]

natt - nacht

ni - jullie

nio - negen

nöt - noot

O[bewerken]

ord - woord

orm - slang

P[bewerken]

papper - papier

penna - pen

pengar - geld

pojke - jongen

prata - praten

på - op

päron - peer

Q[bewerken]

R[bewerken]

rik - rijk

ropa - roepen

röd - rood

rök - rook

S[bewerken]

sanning - waarheid

se - zien

sex - zes

sju - zeven

sjuk - ziek

sjö - meer

sked - lepel

sko - schoen

skola - school

skriva - schrijven

skägg - baard

skära - snijden

smälta - smelten

snäll - lief

sol - zon

son - zoon

sommar - zomer

sova - slapen

språk - taal

stad - stad

sticka - steken

stol - stoel

svart - zwart

svår - moeilijk

syster - zus

T[bewerken]

tak - dak

tala - spreken

telefon - telefoon

tid - tijd

timme - uur

tio - tien

tokig - gek

torr - droog

tre - drie

tråkig - saai

trä - hout

träd - boom

tung - zwaar

två - twee

tåg - trein

tänka - denken

U[bewerken]

uggla - uil

V[bewerken]

varm - warm

vatten - water

veta - weten

vi - wij

vilja - willen

vin - wijn

vår - lente

våt - nat

väder - weer

välja - kiezen

W[bewerken]

X[bewerken]

Y[bewerken]

Z[bewerken]

Å[bewerken]

år - jaar

åtta - acht

Ä[bewerken]

ägg - ei

älska - houden van

äpple - appel

äta - eten

Ö[bewerken]

ö - eiland

öl - bier

öppna - openen

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.