Wikibooks:Wachtruimte/Staatsrecht in Nederland/Inleiding

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Dit boek staat (tijdelijk) in de wachtruimte wegens geen voortgang en/of minimale inhoud van het boek. Wil je dit onderwerp verder uitbreiden? Verplaats dan het boek weer terug naar de hoofdnaamruimte en voeg jouw kennis toe aan het boek.

In de wet staat wat er wel en niet kan in een land, welke regels er gelden en voor wie. Een vraag die je dan kan stellen is hoe wordt bepaald wat er wel en niet in een wet kan staan en wie dat gaat bepalen. Het antwoord is natuurlijk de overheid, maar die moet je ook in de gaten kunnen houden, want wat mag de overheid wel in een wet zetten en wat niet? Om ook voor de overheid regels te maken, is er in de meeste landen een grondwet of constitutie die dat regelt.

Wat staat er in de grondwet?[bewerken]

In een grondwet staat hoe de overheid is ingericht in een land en wat die overheid wel en niet mag. Omdat de overheid ook controle heeft over bijvoorbeeld het leger en de politie, heeft de overheid veel macht. Als in een land er mensen zijn, die het niet eens zijn met die overheid, dan zou je door de politie erop af te sturen er voor kunnen zorgen dat deze mensen uit de weg geruimd worden. In veel landen vindt men dat de overheid niet zoveel macht moet hebben en als zij die heeft, dat die macht dan gecontroleerd moet worden.

Maar wie moet de overheid dan controleren, zodat zij die macht niet gebruikt tegen de mensen van het land? De mensen zelf natuurlijk! Hoe deze controle gebeurt, staat in een grondwet. Zo hebben de meeste landen een volksvergadering of volksvertegenwoordiging, een parlement. Wat de macht is van het parlement, staat te lezen in een grondwet en dus kan je daar vinden hoe de overheid gecontroleerd wordt.

Een ander onderdeel van de meeste grondwetten zijn de grondrechten. Grondrechten zijn rechten die zo belangrijk zijn, dat zij voor iedereen gelden en dat de overheid daar gewoon van af moet blijven. Dat betekent eigenlijk dat er geen wet gemaakt kan worden, die deze rechten aantast. Een voorbeeld van zo een recht is dat brieven (en dus ook e-mails) geheim zijn, dit noemt men het briefgeheim. Een overheid mag niet zomaar de post openmaken of in je mails gaan rond snuffelen om te kijken wat je allemaal doet. Stel je voor dat de Belastingdienst wil weten wie er allemaal in een bepaalde kroeg werken en dus in de mailbox van de leidinggevende even gaat kijken aan wie het rooster allemaal is verstuurd.

Verder regelt een grondwet ook hoe wetten gemaakt worden, of er een president is of een koning en wat die dan allemaal wel en niet mag. In dit boek wordt verder gegaan op de Grondwet van het Koninkrijk der Nederlanden.

Geschiedenis van de Grondwet[bewerken]

De Grondwet zoals deze nu geldt, stamt alweer van 1815, toen Nederland, zoals we dat nu kennen, begon. Voor die tijd is Nederland meer een verzamelnaam geweest voor een gebied en niet echt voor een land zoals we dat nu kennen. Dat gebied bestond uit een aantal samenwerkende staten, waarvan de namen nog te vinden zijn in de namen van de provincies. In 1795 werd Nederland als één land door Napoleon aan Frankrijk toegevoegd en dat heeft geduurd tot aan 1813.

Nadat de Fransen weg waren, was er in Nederland behoefte aan meer samenwerking dan voor de Franse invasie. Om zich samen beter te kunnen verdedigen tegen dit soort aanvallen van buitenaf, werd besloten om in plaats van allemaal losse staten, samen één land te vormen. Wat de Fransen wel achtergelaten hadden, was het idee dat een overheid niet teveel macht moet hebben en dat het volk van een land eigenlijk de hoogste macht moet hebben. De tijd van koningen, keizers en de adel was voorbij. Deze ideeën staan bekend als 'de verlichting'.

In 1814 werd er een tijdelijke Grondwet aangenomen, die er in ieder geval voor zorgde dat er een commissie kwam, die een nieuwe grondwet zou komen en dat Willem V van Oranje voortaan het staatshoofd werd. Anderhalf jaar later was men klaar met het schrijven en werd de Grondwet aangenomen. Nederland zou voortaan een koninkrijk zijn met een koning aan het hoofd, die werd bijgestaan door een Raad van Ministers en samen met de ministers de regering van het land zouden vormen.

In 1848 is er onder leiding van de liberaal Thorbecke een hoop gewijzigd aan de Grondwet. Wat men in 1815 had opgeschreven, bleek niet te werken. Zo bemoeide de koning zich teveel met het land, terwijl het juist de bedoeling was dat hij dat minder zou gaan doen. Dit was een grote stap, omdat de macht van de koning erg ingeperkt werd. Na deze grote wijziging is de Grondwet nog veel vaker aangepast, maar sinds 1848 hebben we in Nederland een staatsinrichting, zoals we die nu nog kennen.

Trias Politica - De scheiding der machten[bewerken]

De Franse ideeën van de verlichting die zij bij ons hebben achtergelaten, hielden ook in dat er drie taken waren in een land, die strikt gescheiden van elkaar moesten zijn.

  • Er moeten wetten gemaakt worden.
  • Die wetten moeten uitgevoerd worden.
  • Er moet opgetreden worden tegen de mensen die zich niet aan de wet houden.

Deze drie taken worden toebedeeld aan de drie 'machten' zoals dat heet.

De wetgevende macht[bewerken]

Er is een wetgevende macht, die de wetten maakt en goedkeurt. Omdat alle wetten voor het volk gelden, moet het ook het volk zijn dat deze wetten maakt en goedkeurt. Omdat het niet te doen is om met iedereen te overleggen, wordt er een afvaardiging van het volk gekozen, een parlement dat deze taak op zich neemt. In Nederland zijn dit de Eerste Kamer en Tweede Kamer.

Als een land een democratie is, dan wordt de wetgevende macht door het volk gekozen in verkiezingen, waarbij het grootste gedeelte van het volk vrij mag kiezen wie er in het parlement komt. Er zijn ook landen waar er wel een parlement is, maar de regering bepaalt wie er in dat parlement komen. Zo kent China wel een parlement, maar komen in de praktijk alleen mensen die het eens zijn met de regering, in het parlement.

Vaak zijn parlementen onderverdeeld in twee vergaderingen: een senaat en een lagerhuis. In een senaat zitten vaak 'wijze mannen', die niet direct door het volk gekozen zijn, zij vormen het 'geweten van de staat'. In Nederland wordt de Eerste Kamer ook wel de Senaat genoemd, in Engeland is dit het House of Lords (met alleen mensen van adel) en in de VS is de Senate een plek waar elke staat twee vertegenwoordigers heeft.

Het andere gedeelte van het parlement wordt vaak het lagerhuis genoemd, omdat hier vroeger de lagere klasse van de bevolking mocht spreken. In Nederland is dit de Tweede Kamer, in het Verenigd Koninkrijk The House of Commons en in de VS het Congres.

De uitvoerende macht[bewerken]

De wetgevende macht 'geeft' wetten aan de uitvoerende macht met de opdracht deze uit te voeren. Hoe de uitvoerende macht dit moet gaan doen, staat vaak ook in de wet. De wetgevende macht controleert of de uitvoerende macht dit wel goed doet.

In Nederland zijn de ministers, de Koning(in) en staatssecretarissen (onderministers) de uitvoerende macht. Met de ambtenaren op hun ministeries moeten zij de wetten uitvoeren en zorgen dat de opdracht van de wetgevende macht ook uitgevoerd wordt. Zo staat er in de belastingwetten dat er belasting geheven moet worden. Dit moet door de minister van financiën gedaan worden. De ambtenaren die hem hierbij helpen, werken voor hem bij de Belastingdienst. Een ander voorbeeld is de minister van justitie, die moet zorgen dat misdaad wordt opgespoord. Hij heeft hiervoor ook ambtenaren, die wij kennen als politieagenten.

Als de uitvoerende macht zijn werk niet doet, kan de wetgevende macht de uitvoerende macht naar huis sturen.

De rechterlijke macht[bewerken]

De uitvoerende macht moet de wetten handhaven, maar of dat eerlijk gebeurt, moet je natuurlijk aan een onafhankelijk iemand overlaten. Daarvoor is er de rechter, die niet tot de uitvoerende macht behoort, maar ook niet tot de wetgevende macht. Een rechter kijkt naar wat er is gebeurt, kijkt naar wat de wet zegt en zegt dan wie er gelijk heeft. Ook de overheid moet zich altijd aan een uitspraak van een rechter houden.

Er zijn in Nederland veel soorten rechters en voor elk verschil van mening tussen jou en de overheid, of tussen jou en een ander, kan je naar de rechter om een uitspraak te vragen. De overheid kan ook naar de rechter stappen, als zij vindt dat iemand de wet heeft overtreden en een straf verdient. De overheid stuurt dan een aanklager (Officier van Justitie) die eist dat de rechter een straf oplegt aan die persoon. Officieren van Justitie en advocaten behoren niet tot de rechterlijke macht.

Scheiding[bewerken]

De scheiding der machten wil zeggen dat niemand tegelijkertijd onderdeel mag zijn van meer dan één macht. Zo mag iemand die rechter is, niet in de regering zitten of Kamerlid zijn. Als een rechter of ambtenaar Kamerlid wil worden, zal hij eerst zijn functie moeten neerleggen. Zo moet ook een Kamerlid zijn zetel in de Kamer opgeven, als hij burgemeester wordt.

Dit noemt men incompatibiliteiten (denk aan compatible onderdelen van een computer) en deze staan duidelijk in de wet beschreven.

Geschreven en ongeschreven regels[bewerken]

Wat je nog meer moet weten, is dat heel veel regels in de staatsinrichting in Nederland juist niet in een wet staan geschreven. Dit worden 'de ongeschreven regels van het staatsrecht' genoemd. Zij staan nergens opgeschreven, maar dat betekent niet dat zij niet geldig zijn. Zo zal je nergens in een wet kunnen vinden wat er moet gebeuren met ministers, die door de Tweede Kamer weg zijn gestuurd en toch zijn hier hele procedures voor.

Een ander opvallend ding in de Grondwet, is dat nergens gesproken wordt over politieke partijen. In de Eerste Kamer en Tweede Kamer zijn politieke partijen erg belangrijk, maar nergens in de wet staat dat Kamerleden tot een politieke partij moeten horen. Dit lijkt erg vreemd, omdat je bij de verkiezingen wel te maken hebt met politieke partijen en de kamerleden zelfs per partij gekozen worden.

<- Vorige - Volgende ->

 

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.