Westerse esoterie/Geschiedenis: Renaissance en 17e eeuw

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Renaissance en 17e eeuw[bewerken]

Paracelsus, kopie van een portret van Quinten Massijs.

Italiaans renaissancehumanisme, hermetica en kabbala[bewerken]

Historische overzichten begrijpen onder westerse esoterie de moderne esoterische stromingen die aan het einde van de 15e eeuw in het gelatiniseerde Westen ontstonden. Het was immers pas aan het begin van de renaissance dat er naar werd gestreefd om al het beschikbare esoterische materiaal uit de oudheid te verzamelen vanuit de overtuiging dat dit een homogeen geheel vormde.[1] Dit werd nog gestimuleerd door de instroom van in 1492 uit Spanje verdreven joden die christelijke Italiaanse humanisten met de kabbala in aanraking brachten.

Italiaanse renaissancehumanisten waren gepassioneerde verzamelaars van oude manuscripten. In 1490 kwam Cosimo de Medici in bezit van het Griekse manuscript van de Hermetica van Hermes Trismegistus en liet dat vertalen door Marsilio Ficino. Deze jonge humanist zou aan de basis liggen van een herleving van platonisme en hermetica in Florence. Aan de academie onderwees Ficino dat de menselijke ziel en het menselijk denken actief alle dingen in het universum konden beïnvloeden. De mens werd zo het centrum van dit universum, waarin hij op een magische manier kon doordringen. Overigens werd de ouderdom van de hermetica als "philosophia perennis" door de Italiaanse humanisten zwaar overschat, daterend van voorchristelijke tijden, met Hermes Trismegistus als tijdgenoot van Mozes.

De Hermetica was van grote invloed op de 'christelijke kabbala' zoals die aan de platoonse academie in Florence werd onderwezen. Pico della Mirandola vertaalde de belangrijkste kabbalistische teksten en formuleerde ook zijn eigen inzichten in kabbala en magie.

Na de reformatie zagen rozenkruisersmystiek, theosofie en vrijmetselarij het licht als takken van de brede spirituele stroming die renaissancehumanisten hadden herontdekt.

Agrippa[bewerken]

Heinrich Cornelius Agrippa's De occulta philosophia libri tres (Drie boeken over occulte filosofie) uit 1533 vat het universum op als drie werelden: de elementale, de hemelse en de intellectuele wereld die met de juiste vorm van magie kunnen worden beïnvloed. Zijn visie is sterk geïnspireerd op neoplatonische denkbeelden en op de kabbala, met name op de levensboom met de sefirot. Zijn boeken bouwen verder op het werk van Marsilio Ficino, Pico della Mirandola en Johannes Reuchlins synthese van magie en godsdienst. De grote verdienste van zijn werk is dat, in tegenstelling tot veel grimoires van zijn tijd, het meer wetenschappelijk en intellectueel is dan mysterieus en occult.

Paracelsus[bewerken]

De astroloog en alchemist Paracelsus (1493/94–1541) verwierp de theorieën over magie van Heinrich Cornelius Agrippa en Nicolas Flamel en streefde naar het ontwikkelen van een nieuwe geneeskunde met gebruik van chemicaliën en mineralen. Hij was ervan overtuigd dat een combinatie van christelijk geloof, dat wat zijn zintuigen hem leerden en een juiste kennis van de verbindingen tussen micro- en macrokosmos de oude Griekse en Romeinse geneeskunde zou vervangen. In zijn werken over geneeskunde combineert hij alchemie met ideeën uit het hermetisme en het platonisme om de eenheid tussen de mens, diens gezondheid en de natuur uit te leggen.

John Dee[bewerken]

Aan het Engelse hof genoot de in magie geschoolde filosoof en wiskundige John Dee (1527-1608) een goede reputatie als adviseur en hofastroloog van koningin Elizabeth I van Engeland. Hij bekwaamde zich naar het voorbeeld van de Italiaanse humanisten in astrologie, alchemie en kabbala, en zou daar later in zijn leven ook theürgie aan toevoegen. Hij is met name bekend om zijn 'engelenmagie'. Op basis van de uitgebreide bibliotheekcatalogus die hij naliet, beschouwen wetenschappers als Frances Yates hem nu als een van de meest vooraanstaande proponenten van hermetica en kabbala uit de tijd van het humanisme.

Jacob Boehme en theosofie[bewerken]

Christelijke theosofie ontstond als reactie tegen de strenge orthodoxie van de lutherse leer en was vooral in de 17e en 18e eeuw een van de belangrijkste esoterische stromingen.[2] De bekendste vertegenwoordiger is Jacob Boehme. Hij was afkomstig uit een provincie in Saksen waar de reformatie weliswaar een vaste voet aan de grond had gekregen, maar waar de heterodoxe en hermetische traditie onverminderd was blijven voortleven. In zijn werk is sophia, wijsheid, de bemiddelaar waardoor de ziel van het individu met het goddelijke kan worden verenigd.

Rozekruisersmystiek[bewerken]

De Rozenkruisers waren een 17e-eeuws geheim genootschap. Het was een esoterische stroming die tegelijkertijd met de christelijke theosofie van Boehme opkwam in Duitstalige landen. Christian Rosenkreutz zou de legendarische stichter zijn geweest. In anoniem gepubliceerde cryptische "manifesten" werd een nieuwe filosofie beschreven, gebaseerd op alchemie. De mythe van de Rozenkruisers vormde de inspiratie voor de 18e-eeuwse vrijmetselarij en voor de 19e-eeuwse geheime orde van de Golden Dawn.

Voetnoten[bewerken]

  1. Faivre & Voss, hoofdstuk The Emergence and Development of Western Esotericism.
  2. Goodrick-Clarke, hoofdstuk "Jacob Boehme and Theosophy"
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.