Naar inhoud springen

Westerse esoterie/Geschiedenis: Oudheid

Uit Wikibooks

Oudheid

[bewerken]

Hellenistische bronnen

[bewerken]
Corpus Hermeticum: eerste editie. De collectie werd vertaald door Marsilio Ficino in 1463, en gedrukt in 1471.

De westerse esoterische tradities zijn historisch terug te voeren op verwante religieuze wijzen van denken in de eerste eeuwen van onze jaartelling, zoals het gnosticisme, het hermetisme en het neoplatonisme. Het gaat hier om een vermenging van filosofische en religieuze denkbeelden tijdens de late oudheid, met name uit het hellenistische Egypte. Platonisme werd door schrijvers uit de hellenistische periode getransformeerd tot een religieus wereldbeeld met eigen rituelen en mythes, waarin verlossing van de ziel door kennis (gnosis) centraal stond. Een van de belangrijkste manifestaties van deze religieuze stroming binnen een platonisch kader was de Egyptisch-hellenistische traditie van het hermetisme.

Een aantal religieuze doctrines en denkwijzen uit de hellenistische periode vormden de basis van de westerse esoterie zoals die in de renaissance zou worden vormgegeven. Er is niet zoiets als één esoterisch wereldbeeld. Het gaat in het algemeen wel om opvattingen over het goddelijke en de wereld, of het spirituele en de aarde, in een bezield universum. Tussen de lagere en hogere werelden of "sferen" treden wezens op, engelen (daimons), die de mens helpen om in bewustzijn hoger in de hiërarchie te klimmen. Een idee dat toen ook reeds aanwezig was, is de transmutatie van de ziel, die in een proces van sterven en herboren worden naar deze hogere werelden terugkeert. Deze ideeën ontstonden alle in het oostelijke Middellands Zeegebied, met name in het hellenistische Egypte. Te denken valt aan het Alexandrijns hermetisme (de Griekse geschriften toegeschreven aan de legendarische Hermes Trismegistus, 2e en 3e eeuw), het neoplatonisme, de theürgie en voor een deel ook de gnostiek.[1]

Hermetica

[bewerken]

De belangrijkste oude bronnen van het westers esoterisme zijn de hermetica, een reeks boeken uit de late oudheid, toegeschreven aan Hermes Trismegistus, de ‘drievoudig grote’. Het gaat om een in (het Romeinse) Alexandrië ontstane verzameling teksten over onder meer kosmologie, magie, astrologie en theosofie. Deze uiteenlopende collectie teksten van de hermetica heeft het westers esoterisme in aanzienlijke mate vormgegeven. Een belangrijk onderwerp in het Corpus Hermeticum, en wat het ook "hermetisch" maakt, is de val in de materie en de uiteindelijke verlossing door hereniging met het goddelijke. De sleutelthema’s die hierin voorkomen, worden in latere esoterische stromingen overgenomen:[2]

  1. Zo Boven, zo Beneden de menselijke geest weerspiegelt het universum
  2. Het universum is als een boek dat kan worden 'gelezen' door wie de sleutel kent (zie kabbalistische levensboom).
  3. God manifesteert zich in alles, en het menselijk intellect kan deze tekens ontcijferen.
  4. Elke vorm van dualisme ontbreekt, want de wereld is van goddelijke oorsprong.
  5. Naar analogie met de alchemie streeft het hermetisme ernaar om op te stijgen vanuit aardse, grove materie naar het verfijnde spirituele.
  6. De mensheid heeft de taak om zich met het hogere goddelijke te herenigen.
  7. Het universum is samengesteld uit een hiërarchie van planetaire sferen die met de hulp van bemiddelende intellecten (engelen, geesten) kunnen worden verkend.
  8. De mensheid kan helpen om de Aarde in haar oude glorie te herstellen doordat zij verbinding heeft met zowel de aardse als de goddelijke sfeer.
  9. Hermetische verhandelingen vervullen de taak van gidsen om mensen bewust te maken van hun goddelijke oorsprong en helpen hen bij hun geestelijke transmutatie.

Neoplatonisme

[bewerken]

Een andere bron van de westerse esoterie is het aan het hermetisme verwante voorchristelijke neoplatonisme, dat vanaf de 3e eeuw met Plotinus en zijn navolgers een nieuwe impuls gaf aan platonische denkbeelden. Latere neoplatonisten bouwden verder op Plotinus' denkbeeld van een bezield universum, waardoor hun interesse verschoof naar theürgie, magische handelingen waarvoor kennis nodig was van rituelen en invocaties om in contact te treden met goden en andere spirituele entiteiten. Zij bereidden op deze manier de weg naar renaissancemagie en het moderne esoterisme.[3] Religieuze teksten als de Chaldeeuwse orakels kregen in het latere neoplatonisme de status van 'heilige boeken'.

Gnostiek

[bewerken]

De christelijke stroming van de gnostiek dateert uit de eerste drie eeuwen na Christus en had ook invloed op het westers esoterisme. Gnostiek stelt dat er een speciale soort kennis, gnosis, van God en de hogere werkelijkheid bestaat. Hoewel God onkenbaar blijft, haalden de gnostici verborgen kennis uit de manifestaties van God: vanuit zijn goddelijke eenheid ontsproten de aeons, die samen een complexe metafysische structuur van de kosmos vormden. Het bezit van gnosis zou de menselijke ziel in staat stellen om terug te keren naar haar goddelijke oorsprong. Veel van deze elementen uit de gnostiek vindt men in de een of andere vorm ook terug in het hermetisme en het neoplatonisme.

Voetnoten

[bewerken]
  1. Goodrick-Clarke, 2008
  2. Goodrick-Clarke, 2008
  3. Goodrick-Clarke, hoofdstuk "Ancient Hellenistic Sources of Western Esotericism.
Informatie afkomstig van https://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.