Schilderen/Papier

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Schilderen op papier kan met aquarel, met gouache of met acrylverf. Met olieverf wordt meestal niet op papier gewerkt, maar het kan wel, op goed voorbehandeld papier, net als bij acryl.

Aquarelpapier[bewerken]

Een schetsboek, waarschijnlijk van François Walter. Deze schets is gemaakt met potlood, inkt en aquarelverf. Kijk eens hoe aardig de schilder waarschijnlijk zichzelf linksonder heeft neergezet. De compositie is boeiend, je oog blijft over de afbeelding heen en weer gaan. In de compositieleer wordt dit aangeduid met "beweging". Dit komt wellicht door de donkere kelderopening in het midden onderaan. Vandaar loopt je blik over het weggetje, langs de boom omhoog, via de lucht weer terug naar links, waar je via lichte steen weer uitkomt bij de opening in de kelder.

Aquarelpapier (soms ook aquarelleerpapier) is dik wit papier. Het papier kan ook voor andere tekentechnieken worden ingezet, mits de structuur niet te grof is. Er wordt aquarelpapier aangeboden met gewichten van 120 tot 850 g/m². Een gewicht van 300 g/m² is een goed startpunt.

De papieren worden gemaakt met vezels van hout of van katoen. Soms zijn de papieren gestreken (gecoat) en vooral gevuld met calciumcarbonaat om het verouderen tegen te gaan. Ze worden soms ook extra aangekleurd met opwitter om ze witter te laten lijken.

De oppervlakte kan gestructureerd en behandeld zijn, hetgeen het kunstwerk een bepaalde structuur meegeeft:

  • ruw, grof, rough, grana rosso, torchon
  • mat, cold pressed, grana fina, fin of not cold pressed
  • glad, hot pressed, satino, satin, satiné of fiscia

Het is een kwestie van persoonlijke smaak welke grofheid je mooi en prettig vindt. Begin bijvoorbeeld met een gemiddelde ruwheid.

Het aquarelpapier is beschikbaar in diverse formaten, in een blok of op een rol, zie het hoofdstuk Afmetingen en vormen.

Om met een los vel aquarelpapier te werken is van het belang het eerst op te spannen. Dat gaat als volgt:

  • Nodig: een stevig gladde plank, een zeer schone spons, speciaal plakband. De plank moet dik genoeg zijn om niet krom te trekken. De plank moet ook groter zijn dan het papier.
  • Maak het aquarelpapier goed nat, laat het een paar minuten weken in de gootsteen. Het papier zet namelijk uit als het nat is en daar moet het even de tijd voor krijgen.
  • Maak de spons nat en knijp hem uit.
  • Scheur (of knip met een heel schone schaar) vier stroken van het plakband, maak elke strook iets langer dan de zijden van het papier
  • Werk hierna snel door, zodat het papier niet opdroogt.
  • Laat overtollig water van het papier aflopen
  • Leg het papier op de plank en strijk het goed vlak met de spons
  • Maak de stroken plakband aan de plakzijde iets vochtig met de spons en plak het papier hiermee vast op de plank. Laat de stroken ca. 1 of 2 cm over het papier lopen
  • Strijk de stroken goed aan met de spons
  • Klaar! Zet de plank rechtop om te laten drogen. Het papier spant zich aan.
  • Maak je schilderij. Dat kan ook als het papier nog enigszins vochtig is. De verf loopt dan uit.
  • Ben je klaar met de aquarel, snijdt de stroken dan los van de plank en knip ze rondom af. De plakstroken kan je gewoon op de aquarel laten zitten. Die verdwijnen achter een passepartout als je de aquarel inlijst.

Papier voor acrylverf[bewerken]

Direct op papier schilderen met acrylverf kan wel, maar geeft meestal geen bevredigend resultaat. Het wordt vooral gedaan als oefening of schets. Wil je een definitief schilderij maken op papier, dan moet het papier voorbehandeld zijn met gesso. Er is voorbehandeld papier in de handel. Je kan het papier opspannen, zoals beschreven bij aquarelpapier, maar je kan het ook eenvoudig aan een plank bevestigen met klemmen.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.