Schilderen/Olieverf

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
De essentie van olieverf. Tubes verf, een palet en kwasten. Werken met olieverf kan bijna niet netjes. Maak je niet druk als je spullen er na een tijdje zo gaan uitzien.

Hieronder enkele eigenschappen van olieverf waarmee je bij het schilderen rekening moet houden om een goed resultaat te krijgen. Lees meer over de olieverftechnieken in het betreffende hoofdstuk.

Wat is olieverf?[bewerken]

Olieverf wordt gemaakt van pigment, een zeer fijngemalen kleurstof, die wordt vermengd met een bindmiddel, meestal lijnolie. Olieverf wordt meestal in tubes verkocht. Veel merken hebben twee kwaliteiten verf: Een studiekwaliteit, en een kunstenaarskwaliteit. De laatste is duurder, kent vaak meer kleuren, en heeft ook diepere kleuren, en is gebaseerd op pigmenten met meer kleurkracht.

Sterke kleuren[bewerken]

Olieverf, en zeker in de duurdere kwaliteit, met fijner gemalen pigmenten, heeft vaak diepe kleuren. Met een kleine tube verf kan je heel lang doen.

Sommige kleuren olieverf zijn sterker in kleurkracht dan andere. Je hebt er dan weinig van nodig. Begin daarom altijd voorzichtig te mengen, met kleine hoeveelheden. Door ervaring weet je wel op den duur dat je vooral de lichte kleuren met al heel weinig verf van een donkerder kleur donkerder wil maken. Als je groen wil maken uit geel en blauw, begin dan met geel, en voeg een heel klein beetje blauw toe, beslist niet omgekeerd!

Hoeveel olieverf moet ik aanschaffen?[bewerken]

Als je niet van plan om op al te groot formaat te gaan werken, heb je aan kleine tubes genoeg. Schaf echter wel een grote tube wit aan, want die gebruik je waarschijnlijk heel vaak.

Verf uit de tube of verdunnen?[bewerken]

Verf direct uit de tube kan gewoon gebruikt worden. Maar vaak zal je ook dunnere verf willen gebruiken, verdun de verf dan met een beetje terpentijn. Voeg eventueel nog een beetje lijnolie toe om de verf beter strijkbaar te maken.

N.B. terpentijn is iets anders dan terpentine. Terpentine gebruik je alleen om kwasten, palet, etc schoon te maken. Sommigen gebruiken wel terpentine om verf te verdunnen, maar het schijnt niet de goede methode te zijn.

Door de verf zeer sterk te verdunnen kan je fijne lijnen en nauwkeurige details aanbrengen.

Houd rekening met de droogtijd[bewerken]

Olieverf heeft als bijzondere eigenschap dat ze langzaam droogt. Dat komt doordat het pigment door olie heen is gemengd. Het kan wel enkele weken duren voordat een dikke klodder verf helemaal droog is. Daarin verschilt olieverf sterk van acrylverf. De eigenschap van acrylverf is juist dat die heel snel droogt. De lange droogtijd van olieverf vinden de schilders die graag met olieverf werken een groot voordeel.

De terpentijn uit de verf verdampt snel, in enkele minuten. De olie verdampt niet, maar oxideert door de invloed van zuurstof in de lucht tot een stevige laag. De droogtijd van verf is verschillend. De aardkleuren, zoals oker en omber, drogen bijvoorbeeld sneller dan een transparante kleur als alizarinerood. Dat komt doordat er in de aardkleuren naar verhouding minder olie zit.

Ook als de verf droog lijkt en het mogelijk is om eroverheen te schilderen, is het schilderij nog niet echt droog. Het duurt zeker een half jaar voordat de verf helemaal droog is. Zolang moet je dus wachten om het schilderij in de vernis te zetten.

Mensen die met olieverf werken vinden dat langzame drogen erg prettig. Dit maakt het mogelijk om nat-in-nat te werken en op eenzelfde dag nog de kleuren te veranderen. Het maakt het ook mogelijk om als iets mislukt is, de verf van de ondergrond af te schrapen en delen opnieuw te schilderen.

Als je in dunne lagen olieverf werkt, dan droogt de verf meestal wel binnen een etmaal. Dit kan echter verschillen per type pigment. De doffe en ondoorzichtige aardkleuren drogen bijvoorbeeld veel sneller dan een transparante en glimmende kleur als alizarine rood. Het opdrogen van een laag alizarine kan wel 10 dagen duren.

Als je toch wilt dat je werk sneller droogt, dan kan je een siccatief gebruiken, een vloeibaar middel dat je door de verf mengt.

Soorten olie[bewerken]

Er zijn diverse soorten olie. Lijnolie wordt het meest gebruikt. Het heeft als voordeel dat het relatief snel droogt. Oliesoorten zoals saffloerolie, maanzaadolie of walnootolie drogen veel langzamer.

Transparante en dekkende pigmenten[bewerken]

Olieverf kan dekkend zijn of transparant. Hierop wordt nader ingegaan in het hoofdstuk Transparantie. Dit effect is ook wel aanwezig in acrylverf, maar minder uitgesproken.

Let op de lichtechtheid[bewerken]

Sommige pigmenten zijn niet lichtecht, zie daarvoor het hoofstuk Lichtechtheid.

Olieverf blijft goed "staan"[bewerken]

Als je met olieverf schildert, zeker als je de verf wat dikker opbrengt, blijft de verf goed staan. De penseelstreek of andere structuur, zoals impasto, blijft goed zichtbaar. Olieverf is ook flexibel, het zou niet gauw barsten, tenzij je magere lagen over vettere lagen heen schildert.

Schilder van mager naar vet[bewerken]

Als je meerdere lagen over elkaar schildert moet elke volgende laag "vetter" zijn dan de vorige. Voor de eerste laag verdun je de verf met wat terpentijn. Voor de volgende lagen verdun je de verf met iets meer oliehoudend middel, bijvoorbeeld met wat lijnolie of standolie. De vettere lagen drogen hierdoor echter langzamer.

Als je het andersom doet, door magere verf over vette verf te schilderen, gaat de magere laag op den duur barsten vertonen.

Inschieten[bewerken]

Soms wordt een plek op het doek erg dof. Dit wordt "inschieten" genoemd. Het betekent niet dat er iets fout is gegaan, maar simpelweg dat de olie uit de verf is weggetrokken, bijvoorbeeld naar een laag eronder. Aardkleuren zijn erg gevoelig voor inschieten. Door een ingeschoten plek veranderen de kleuren en kan het schilderij niet meer beoordeeld worden. Het ingeschoten deel kan behandeld worden met een dunne laag retoucheervernis. Na droging daarvan kan gewoon verder geschilderd worden.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.