Schilderen/Doek

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Achterzijde van het spieraam, met de nietjes zichtbaar. In dit spieraam zijn geen spietjes aangebracht

Schilderen op doek is heel prettig. Het doek veert namelijk mee met je kwast of penseel en is niet zo stug en hard als een paneel. Het voordeel van schilderen op doek is bovendien dat het schilderij licht van gewicht is. Dat is vooral van belang bij grotere werken; een schilderij op doek kan makkelijk vervoerd worden, al moet je wel oppassen dat je het doek niet beschadigd wordt. Een schilderij op doek kan kan ook eenvoudiger opgehangen worden dan een zwaar schilderij op een houten paneel. Je kan zelfs het schilderij, zeker een olieverf schilderij, van het raamwerk afhalen en los bewaren, dan neemt het doek heel weinig ruimte in. In de huidige welvarende tijd zullen mensen dat over het algemeen niet doen, tenzij ze ruimtegebrek hebben in hun huis.

Het effect van verf op doek[bewerken]

Als je op doek schildert, blijft de weefselstructuur door de verflagen heen zichtbaar, tenzij je erg dik schildert. Door deze structuur worden de contouren zachter.

D. K. Richmond - Purple and bronze - Google Art Project.jpg
Skyline-of-Pittsburgh-by-Rachel-Rodkey.jpg
D.K. Richmond, 1905, Purper en brons
Rachel Rodkey, de skyline van Pittsburgh, 2014
In deze schilderijen, het linker olieverf op doek, het rechter acryl op doek, schemert de structuur van het doek nog door de verf heen. Bij het schilderij van Richmond is dat bijvoorbeeld te zien in het raam bovenaan. In het schilderij van Rodkey blijkt dat uit de structuur die je kan zien in de gebouwen als je de afbeelding groter weergeeft. Kijk ook eens naar het kleurgebruik. Beide schilders gebruiken de twee secundaire kleuren, oranje en paars. Bij Richmond zijn die kleuren wat afgezwakt, bij Rodkey zijn ze heel fel. Bij Richmond lijkt het linkerbeen van het jongetje bijna licht te geven. Bij Rodkey is dat het water in de rivier.


Materiaal van het doek[bewerken]

Als doek wordt meestal hetzij katoen, hetzij linnen gebruikt. Katoen is goedkoper dan linnen, en de schrijver van dit boek heeft eigenlijk nog geen nadelen van katoenen doeken gevonden. Linnen is sterker dan katoon. Bij grotere doeken schijnt katoen te kunnen scheuren, en het rekt ook sneller uit dan linnen. Historisch gezien werd schildersdoek van hennep gemaakt. Tegenwoordig bestaat er ook schildersdoek van polyester dat voor olieverf of acryl bruikbaar is.

Doeken van jute worden ook wel gebruikt, vooral als een grover geweven oppervlak wenselijk is.

Het doek wordt voorbehandeld met witte kant-en-klare gesso, of met een mengsel van beenderlijm met krijt. De achterzijde wordt niet behandeld, dat heeft de oorspronkelijke kleur van het linnen of katoen. Als je het gesso te wit vindt, kan je het doek snel een kleur geven met wat acrylverf, en daarop verder schilderen. Er zijn ook voorbeschilderde zwarte doeken in de handel verkrijgbaar.

Het doek wordt met nietjes op het spieraam bevestigd. Om het doek daarbij aan te spannen wordt een speciale tang gebruikt. Als je het zelf doet, heb je zo een tang beslist nodig, evenals een sterk nietapparaat. Gebruik daarbij dan nietjes die niet gaan roesten. Vroeger gebruikte men uiteraard spijkers om het doek te bevestigen.

De hoeken van een spieraam. Je ziet de ronde rand aan de voorkant, waardoor het doek op afstand van het brede raam wordt gehouden

.

Spieraam[bewerken]

Het doek wordt opgespannen op een spieraam. Dat kan je zelf doen, maar ook kant en klaar kopen. Het spieraam bestaat uit 4 spielatten.

Een eenvoudig spieraam bestaat uit vier latten die een rechthoek vormen. De hoeken zijn ingewikkeld gefreesd, om in elkaar te grijpen, zoals blijkt uit de figuur. Er zijn kant en klare spielatten in allerlei maten te koop; het zal voor de meesten niet mogelijk zijn om de spielatten zelf te maken.

De spielatten hebben aan de buitenrand, aan de voorzijde waar zij het doek zullen raken, een ronde opstaande rand. Deze rand zorgt ervoor dat het contact met het schildersdoek aan de voorzijde tot minimum beperkt wordt. Dit is noodzakelijk omdat er anders tijdens het schilderen een storende baan zou ontstaan ter breedte van de latten.

In de hoeken zijn de latten van het spieraam in geringe mate ten opzichte van elkaar te verschuiven door middel van spietjes of wiggen. Door voorzichtig aan de achterzijde de spietjes iets aan te tikken met een hamertje kan een slaphangend doek weer gespannen worden. Bij grote doeken van meer dan tachtig bij tachtig centimeter heeft het spieraam vaak één of meer dwarsverbindingen; dit dient om het kromtrekken van het spieraam tegen te gaan.

Groot spieraam met dwarslatten

Kant en klare spieramen, met doek bespannen, zijn in verschillende afmetingen en dikten te koop, zie het hoofdstuk Afmetingen en vormen. Tegenwoordig bestaan er ook met aluminium strippen verstevigde spielatten en zelfs geheel van aluminium gemaakte ramen. Dit is interessant omdat er bij het opspannen en prepareren grote trekspanning kan ontstaan, waardoor er bij houten spieramen altijd een gevaar van kromtrekken bestaat. Ook nadat het schilderij gereed is kan een scheef op de grond staand doek dat onregelmatig verwarmd wordt snel scheeftrekken.

Zelf opspannen[bewerken]

Als je het spieraam zelf in elkaar wilt zetten heb je een spantang en een nietpistool nodig. De spielatten worden niet gelijmd, maar vallen los in elkaar. Zet eerst het spieraam in elkaar en leg het met de opstaande randen naar onder op het doek. Knip het doek rondom op maat af, waarbij je ca. 5 cm rand van het doek meeknipt, om het doek om het spieraam te kunnen vouwen. Begin aan het midden van één kant, en niet het doek op het spieraam. Ga vervolgens naar de tegenoverliggende kant, en trek het doek met de spantang zo strak mogelijk over het spieraam en niet het vast. Niet vervolgens een van de anderen zijden vast, en daarop de overzijde. Werk van het midden uit steeds verder, en trek het doek telkens strak aan met de spantang. Vouw tenslotte het doek om bij de hoeken en niet het dubbel vast. Zorg er daarbij voor dat je nieten niet de open gedeelten voor de spie raken. Steek de wiggen in de hoeken en klop ze met een hamer voorzichtig vast. Als het doek los gaat zitten later, kunnen de wiggen er dieper worden ingetimmerd, zodat het doek weer onder spanning komt te staan. De spielatten gaan daarbij iets wijken van elkaar.

Een klein 3D doek, zonder spietjes

Inlijsten[bewerken]

Een schilderij op doek zal je over het algemeen willen inlijsten als het klaar is. Een uitzondering zijn de 3D doeken. Deze zijn dikker, ongeveer 4 cm, en als je de zijkant meeschildert, is het niet nodig om ze in te lijsten; de zijkant wordt dan onderdeel van het schilderij zelf. Zie voor het inlijsten het hoofdstuk Inlijsten.

Spieramen geschilderd[bewerken]

Schilders laten zich door van alles inspireren, zelfs door hun eigen materiaal, zoals de bescheiden achterkant van hun schilderijen.

Louis Beroud - les copistes Louvre 1909.jpg
Paul Cézanne, The Stove in the Studio, ca. 1865.jpg
Louis Beroud, 1909
Paul Cézanne, 1865
Beroud schilderde in 1909 twee vrouwen die in het Louvre andere schilderijen aan het kopiëren zijn. Diverse spieramen staan op de grond, en je ziet ook een rond spieraam op de ezel staan. Je kan zien dat men bij ronde ramen dwarslatten toepaste. Kijk eens naar de compositie van dit schilderij. Het hoofd van de zittende vrouw is precies in het midden van het schilderij geplaatst; dat is een eenvoudige manier om de aandacht daarheen te leiden, maar maakt het schilderij ook weinig spannend. Kijk ook eens naar de schilderijen en de lambrizering aan de muur. Alle horizontale lijnen ervan lopen scheef. De zijden van de schilderijen zijn niet parellel, maar zijn schuin ten opzichte van elkaar. De zijden komen op enige afstand bij elkaar, in het "verdwijnpunt". Daarmee laat de schilder de diepte van de museumzaal zien. Zie hiervoor het hoofdstuk Perspectief.
Paul Cézanne schilderde 50 jaar eerder, in 1865, zijn kachel, met daarachter een schildersdoek van de achterzijde gezien. Het spieraam zag er toen anders uit dan het tegenwoordig wordt geconstrueerd. Kijk eens naar de originele manier waarop Cézanne het licht-donker contrast hier heeft toegepast. Meestal zal een schilder de lichtste onderdelen uit het schilderij aan de voorkant situeren, omdat lichte onderdelen van de afbeelding altijd naar voren komen. In dit bijzondere experiment heeft Cézanne het lichte hout juist achterin geplaatst, achter de donkere kachel en de pikzwarte kachelpijp. Kijk ook eens naar het kleine rode vuurplekje van de kachel, dit versterkt het naar voren komen van de kachel, ondanks het witte spieraam erachter


Alternatief voor doek[bewerken]

In de handel zijn ook kartonnen panelen te koop, die zijn beplakt met linnen of katoen. Dat is een goedkoop alternatief voor de met schildersdoek bespannen spielatten. Het heeft als voordeel dat de structuur van doek door de verf zichtbaar is.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.