Quenya/Substantieven: d/t-stammen

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

d-stammen[bewerken]

aldëon, aldëond- "laan"
arëan, arëand- "oerwoud"
amun, amund- "heuvel"
andon, andond- "poort"
culuin, culuind- "goudvis"
falmarin, falmarind- "zeenimf"
fan, fand- "hond"
fion, fiond- "havik"
hen, hend- "oog"
hón, hond- "(fysisch) hart" ^
hwan, hwand- "spons"
laucien, lauciend- "groentetuin"
lin, lind- "melodie"
lon, lond- "lawaai"
malicon, malicond- "amber"
meren, merend- "feest"
min, mind- "deel, stuk"
morion, moriond- "zoon van de nacht"
morwen, morwend- "dochter van de nacht"
nan, nand- "bosland"
nin, nind- "blauwheid"
nindon, nindond- "lapis lazuli"
óman, omand- "klinker" ^
perian, periand- "hobbit"
pilin, pilind- "pijl"
pimpilin, pimpilind- "franje"
pirin, pirind- "staaf, pin"
purin, purind- "haard"
quan, quand- "oor (van een dier)"
salyon, salyond- "held"
samin, samind- "zijde"
serin, serind- "krans"
silwin, silwind- "berk"
sorin, sorind- "troon"
talan, taland- "last"
tambin, tambind- "ketel"
tiquilin, tiquilind- "dooi"
tirin, tirind- "toren"
tirion, tiriond- "donjon"
tolipin, tolipind- "marionet"
túrion, túriond- "paleis"
tusturin, tusturind- "lucifer"
uin, uind- "walvis"
voron, vorond- "vazal"
wen, wend- "maagd"
werilin, werlind- "draaikolk"
wilwarin, wilwarind- "vlinder"
^merk op dat de ó klinkers kort worden in de stamvorm.
car, card- "eigendom, gebouw"
cosar, cosard- "soldaat"
curuvar, curuvard- "(goede) tovenaar"
lalar, lalard- "gelach"
lávëar, lávëard- "gulzigaard"
mámar, mámard- "herder"
mar, mard- "rooster"
nar, nard- "geur"
nyar, nyard- "verhaal, gezegde"
palasar, palasard- "(grote) tafel"
sar, sard- "kei"
talar, talard- "lastdier"
tyur, tyurd- "kaas"
mul, muld- "poeder"
nal, nald- "dal, inzinking"
neltil, neltild- "driehoek"
niquetil, niquetild- "sneeuwmuts"
tel, teld- "dak"
tyel, tyeld- "einde"
vil, vild- "zaak, handel"
wingil, wingild- "nimf"

Er zijn ook enkele eigennamen met zulke stamvormen:

Laurelin, Lórien, Solonel, Taniquetil, Ancalimon, Sauron.

t-stems[bewerken]

oron, oront- "berg"
ambar, ambart- "noodlot"
umbar, umbart- "lot"
ais, aist- "goede naam"
alas, alast- "marmer"
calarus, calarust- "koper"
ciris, cirist- "scheur, barst"
coimas, coimast- "lembas" ^
hos, host- "(mensen)massa"
iquis, iquist- "vereiste"
lairus, lairust- "kopergroen"
liquis, liquist- "helderheid"
lis, list- "zegen, deugd"
maxilis, maxilist- "leengoed, domein"
mis, mist- "urine"
naus, naust- "achterdocht"
nes, nest- "voedsel, voeder"
nierwes, nierwest- "korf"
nus, nust- "stank"
nyas, nyast- "kras, litteken"
os, ost- "hoeve"
pus, pust- "puist, gezwel"
tirios, tiriost- "burcht, vesting"
urus, urust- "roodkoper"
^heeft ook de stamvorm coimass-.

De eigennamen in deze groep zijn:

Turambar, Mandos.

>> Quenya >> Quenya/Substantieven >> Quenya/Stamvormen >> Quenya/Substantieven: d/t-stammen

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.