Onderwijs in relatie tot P2P/Productieverhoudingen

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Productieverhoudingen zijn de verhoudingen van productiemiddelen tussen de verschillende sociale klassen. Bijvoorbeeld, in de kapitalistische samenleving zijn er volgens Marx slechts twee klassen: één die beschikt over de productiemiddelen en één die deze niet bezit (Coolsaet, 2006). Met andere woorden zijn het de relaties waarin mensen tot de beschikbare productiemiddelen staan, met name hoeveel controle ze hierover hebben. Productieverhoudingen zijn dus altijd klassenverhoudingen (Flinterman, n.d.). Productiemiddelen kunnen hierbij gedefinieerd worden als alle mogelijke (hulp)middelen die nodig zijn in een productieproces. Voorbeelden hiervan zijn onder andere mensen en machines (Angelfire, 2014).


Productieverhoudingen en P2P[bewerken]

“Toch doet jouw visie op faseovergangen sterk denken aan de theorieën van Karl Marx, die sprak over de overgang van het oercommunisme naar de slavenmaatschappij, van de slavenmaatschappij naar het feodalisme en van het feodalisme naar het kapitalisme. De volgende stap in de menselijke ontwikkeling was volgens Marx het socialisme, dat op zijn beurt de weg zou plaveien voor het communisme, de ultieme, klasseloze samenleving” (p. 51).

De betekenis die Bauwens aan het concept ‘productiemiddelen’ geeft, stemt overeen met de hierboven geschetste definitie. Hij ziet Marx als een interessante denker. Toch ziet hij zichzelf niet als een orthodoxe marxist doordat zijn methodologie niet historisch materialistisch is, maar eerder een integratie van verschillende methodologieën. De benadering van peer-to-peer verschilt sterk van het idee van de klassieke arbeidsbeweging en het marxisme zoals Bauwens het begrijpt. Hij stelt dat “hun redenering essentieel de volgende is: we moeten eerst de politieke macht veroveren en daarna zullen we de productiewijze en –productieverhoudingen veranderen” (Bauwens, 2013). Productieverhoudingen spelen geen onbelangrijke rol volgens Bauwens, toch is zijn gedachtengang gebaseerd op het idee dat die verhoudingen vandaag aan het veranderen zijn. Hij staaft deze redenering door in zijn boek aan te halen dat we moeten kijken naar wat peer-productiegemeenschappen vandaag concreet doen, hoe ze functioneren en welke instituties en regelingen ze aan het ontwikkelen zijn (Bauwens, 2013).


Voorbeeld[bewerken]

Enerzijds had je in de oudheid de heersende klassen die bestond uit meesters. Voorgenoemde categorie bezit over de productiemiddelen. De klasse van slaven, anderzijds, deden alle handarbeid en hadden niet eens het recht om te leven als hun meester dat niet wou. Ze vormen de tegenovergestelde klasse die niet over de productiemiddelen bezit. Dus de productieverhouding in dit voorbeeld is de heersende klasse tegenover de klasse van de slaven.

In de middeleeuwen had je bijvoorbeeld langs de ene kant de heersende klassen van de landedelen (grootgrondbezitters) die over de productiemiddelen beschikken. Aan de andere zijde had je de lijfeigenen die het recht niet hadden om buiten het domein van de adellijke heer te gaan wonen. Naast het feit dat ze niet over dit recht beschikken, hebben ze eveneens geen productiemiddelen. In dit voorbeeld ontstaat er een productieverhouding tussen de heersende klassen van de landedelen en de lijfeigenen.


Theoretische duiding[bewerken]

De filosofie van Marx bestaat enerzijds uit een analyse en kritiek op het kapitalisme ("het kapitalisme is moreel onaanvaardbaar en moet vervangen worden door een socialistisch systeem"), anderzijds uit een specifieke visie op de geschiedenis en de toekomst ("de wetten van de geschiedenis tonen aan dat het kapitalisme in elkaar zal vallen en dat het socialisme zal triomferen") (De tuin van het geluk, 2005).

Volgens Marx hebben de economische productieverhoudingen eenzelfde basispatroon: binnen elke samenleving zijn er verschillende economische klassen. Een klasse wordt gedefinieerd als een groep mensen met een specifieke taak in het productieproces. Er is steeds één klasse die de macht heeft over de andere klassen. De heersende klasse, die machtig is, buit de andere klassen uit en eigent zich voordelen en rechten toe. Er ontstaat een klassenstrijd waarbij men vecht om een zo groot mogelijk deel van de meerwaarde te krijgen (De tuin van het geluk, 2005). Marx’ analyse van het kapitalisme als een specifieke productiewijze ligt ingebed in een bredere maatschappijvisie, die hij echter nooit in detail heeft uitgewerkt. Vooreerst stelt Marx dat iedere productiewijze een kenmerkende combinatie vormt van productiekrachten/productiemiddelen en productieverhoudingen/eigendomsrelaties (of klassenverhouding). Het gaat bij productiekrachten of –middelen om het geheel aan productiefactoren dat wordt ingezet bij het creëren van een economische waarde. Een concreet voorbeeld uit de middeleeuwen is de productiewijze die zich grotendeels beperkte tot fysieke arbeidskracht, grond en elementaire landbouwwerktuigen (Laermans, 2012).

Eigendomsrelaties vallen samen met de productieverhoudingen die het sociale kader afbakenen waarbinnen de productiekrachten aan het werk worden gezet. Laermans (2012) stelt dat “het per definitie gaat om economische machtsrelaties, aangezien de productiekrachten in handen van weinigen zijn. Precies daarom kunnen ze vele anderen voor hen laten werken en uitbuiten”. Als gevolg van een verhevigde klassenstrijd zal op bepaalde ogenblikken in de geschiedenis de klassenstructuur van een samenleving wijzigen. Verschillende economische systemen, met steeds verschillende productieverhoudingen, volgen op elkaar in de geschiedenis (De tuin van het geluk, 2005) (Zie schema 1). Laermans (2012) haalt aan in zijn boek ‘De maatschappij van de sociologie’ dat “de productiekrachten en –verhoudingen binnen iedere productiewijze vanaf een bepaald moment meer en meer in een spanningsrelatie komen te staan”. Dit is het gevolg van de vernieuwing en evolutie van de productiemiddelen. Vervolgens “ontstonden zo binnen de laatmiddeleeuwse maatschappij en het ancien regime nieuwe productiefactoren: grondstoffen uit de kolonies, verkeersmiddelen als de internationale scheepvaart, nieuwe werktuigen, enzovoort”.

Het begrip productieverhoudingen behoort tot het economisch perspectief. Voorgenoemde concept situeert de klassentegenstelling direct binnen het productieproces en een historische variabele productiewijze. In het moderne kapitalisme verwijst de notie van productieverhoudingen naar de relaties van boven- en onderschikking tussen kapitaalbezitters en arbeiders binnen concrete ondernemingen of bedrijven. Het concept klassenverhouding gaat, daarentegen, om de algemene tegenstelling tussen bezittende en niet-bezittende klasse binnen de ruimere context van de samenleving als geheel (Laermans, 2012).

Binnen het moderne kapitalisme kan eenzelfde tegenstelling tussen productiekrachten en –verhoudingen teruggevonden worden, argumenteert Marx. Door onder andere de inzet van machines zijn de productiekrachten dusdanig sterk ontwikkeld dat er enorm veel economische rijkdom of waarde wordt teweeggebracht. Tegelijkertijd, zo stelt Laermans (2012) “vereisen de kapitalistische productierelaties en het daarbij horende streven naar meerwaarde lage lonen”. Er vloeit uit deze tegenstelling voort dat productiekrachten en –verhoudingen enkel te ontkomen vallen door het kapitalisme omver te werpen en te vervangen door een nieuwe productiewijze, waarin productiemiddelen gemeenschappelijke bezittingen worden (Laermans, 2012).

Schema 1


Externe links[bewerken]

Voor een extra toelichting over Marx’ historisch materialisme in de vorm van een filmpje: https://www.youtube.com/watch?v=etg0MZybTyE

Een korte samenvatting in 1500 woorden over het historisch materialisme vindt u hier terug: http://flinterm.home.xs4all.nl/index.html#Het_historisch_materialisme

Een verbreding in verband met het concept productieverhoudingen vindt u in hoofstuk 5 van onderstaand boek: Coolsaet, R. (2006). Hoofdstuk 5: Dominantie - Structureel afhankelijkheisdenken en (neo)marxisme. In Anarchie, orde, dominantie (pp. 169-208). Gent: Academia Press.

Meer informatie over de filosofie van Karl Marx vindt u terug in volgende bron (Klik op: teksten – lessen – Karl Marx): http://www.detuinvanhetgeluk.be/

Voor meer informatie over Karl Marx en zijn theorie verwijs ik naar het volgende boek: Laermans, R. (2012). De maatschappij van de sociologie. Leuven: Boom.


Referenties[bewerken]

Angelfire. (2014). Productiemiddelen. Retrieved from: http://www.angelfire.com/ca/vlietstra/LOGISTIC.pdf

Bauwens, M., & Lievens, J. (2013). De wereld redden. Antwerpen: Linkeroever Uitgevers.

Coolsaet, R. (2006). Hoofdstuk 5: Dominantie - Structureel afhankelijkheisdenken en (neo)marxisme. In Anarchie, orde, dominantie (pp. 169-208). Gent: Academia Press.

De tuin van het geluk. (2005). Over de filosofie van Karl Marx.

Flinterman, J. J. (n.d.). Het historisch materialisme voor studenten in 1500 woorden verklaard. Retrieved from: http://flinterm.home.xs4all.nl/index.html#Jaap-Jan_Flinterman

Laermans, R. (2012). De maatschappij van de sociologie. Leuven: Boom.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.