Onderwijs in relatie tot P2P/Markt

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Markt, afgeleid van het Latijnse mercatus (handel, markt) is een meerduidig concept dat een verschillende betekenis kan hebben afhankelijk van de context waarin het wordt gebruikt. De volgende twee definities duiden het begrip verder: Bij een eerste definitie is de markt een letterlijke ruimte of plaats waar een bijeenkomst voor koop en verkoop is. De tweede definitie hanteert ‘markt’ eerder als een abstract begrip. Hierbij is de markt: vraag en aanbod, de uitwisseling van producten (Van Dale Uitgevers, 2014). In de Europese context spreekt men over de Europese interne markt of de gemeenschappelijke markt. Zo werden er in het Verdrag betreffende de Europese Unie vier vrijheden van de interne markt vastgelegd: vrije circulatie van personen, diensten, goederen en kapitaal (Barnier, 2014). Het concept ‘markt’ wordt hier dus niet als een letterlijke ruimte of plaatst omschreven (Wikipedia, 2014).


Markt en P2P[bewerken]

Bauwens onderscheidt verschillende vormen van sturing van de samenleving: sturing door de overheid (planning), sturing door de markt (pricing) en sturing door de burgersamenleving (commoning). Het begrip markt krijgt een andere invulling afhankelijk van het sturingsmodel waarin het wordt gehanteerd. Binnen een peer-to-peer samenleving wordt de markt niet aangestuurd door winst (pricing) of centrale planning (planning), maar door samenwerking (commoning) (Bauwens & Lievens, 2013; P2P-foundation, 2005). Hierbij betekent peer-to-peer: gelijke-tot-gelijke, die samen gemeengoed creëren (Socius, 2014).

Het pricing model is gebaseerd op het kapitalisme met een vrije markt, waarbij winst als centrale motor fungeert (Bauwens & Lievens, 2013). Het planning model is gebaseerd op het beperken van economische, maatschappelijke en ruimtelijke ongelijkheid, waarbij de markt gecoördineerd wordt door de staat (De Pater & Paul, 2011). Commoning daarentegen is gebaseerd op participatieve en transparante besluitvorming, gelijkheid en samenwerking binnen de civiele maatschappij, waarbij de markt transparant wordt. Het steunt op het peer-to-peer model en brengt een nieuwe productiewijze met zich mee, gebaseerd op samenwerking van autonome deelnemers. (Bauwens & Lievens, 2013; P2P-foundation, 2012). In het theoretisch kader staat er nog verdere informatie omtrent deze drie modellen.

Peer-to-peer productie is een creatie van universele, publieke goederen, gebaseerd op vrije samenwerking en niet op winstbejag of de verkoop van iemands arbeid in ruil voor loon. Zo schuift de opportuniteit om geld te verdienen meer naar de achtergrond. De drijfveer van peer-producenten is niet het financieel voordeel (extrinsieke motivatie), maar wel eigen interesse en passie om iets te doen, iets beter te maken of samen te werken aan iets waarin men gelooft (intrinsieke motivatie). Ten tweede is er geen sturing van bovenaf via traditionele hiërarchie, maar een horizontale sturing, door gelijken onderling. Tenslotte ontstaat er een nieuwe vorm van universeel gemeenschappelijk bezit, waardoor de grenzen van het private en het publieke verdwijnen en er een gemeenschappelijk regime tot stand komt. Peer-to-peer productie wordt dus vertegenwoordigd door een gedeelde infrastructuur waarvan de kosten en de opbouw gedragen worden door de gemeenschap, wat verhindert dat er monopolistische controle door concurrenten ontstaat (Bauwens & Lievens, 2013; P2P-foundation, 2005).

Kortom, de idee van Bauwens is dat er een verandering is qua sturing van de samenleving en de aanhangende aandrijfmechanismen. De nieuwe motor is delen en samenwerken binnen een commoning model, en niet langer winstbejag en planning (P2P-foundation, 2014).

Het doel van het peer-to-peer systeem is bij te dragen aan het gemeengoed of commons (Bauwens & Lievens, 2013). Zo kan er een maatschappij en markt ontstaan waarbij er allerlei coöperatieven groeien rond verschillende commons (Bauwens & Lievens, 2013; p2pfoundation, 2014; Troch, 2014).

Tom Dedeurwardere en Isabelle Cassiers (2012, p. 51) beschrijven commons in ‘De commons : hoe beheren wat van iedereen is ?’ als volgt: "De commons kunnen gedefinieerd worden als goederen (in de ruime zin: materiële of immateriële goederen en diensten) die een collectieve actie in gang zetten met het gemeenschappelijke belang voor ogen, vaak verbonden met duurzaamheid (in de ruime zin: respect voor ecologische grenzen en sociale gerechtigheid). Ze bevatten vooral het idee dat met goederen ook gemeenschappen opgebouwd worden."

Er kan verbondenheid en optimale samenwerking tussen bedrijven en particulieren tot stand komen via gemeenschappelijk goed. Er zou zelf een open boekhouding kunnen ontstaan, wat de transparantie van het hele marktsysteem begunstigt (Bauwens & Lievens, 2013).

De markt zou dus veranderen in een transparante, open wereld waar iedereen toegang krijgt tot kennis, technologie, mensen, materie, productiemiddelen, relaties en (productie)technieken. Transparantie en openheid staat hier tegenover de kapitalistische context, waar kennis, materie, technieken etc. afgeschermd worden in een strijd van concurrentie om materiële welvaart en financieel succes. Binnen de peer-to-peer context streeft men een volledig transparant productieproces na waarbij er wordt aangegeven welke stappen worden gevolgd en welke mensen er betrokken zijn. Op deze manier kunnen passieve consumenten verdwijnen, en hebben individuen de keuze en de mogelijkheid om zelf producent en ondernemer van de markt te worden (Bauwens & Lievens, 2013).

Er komt een taakverdeling tot stand binnen peer-to-peer-productie. Mensen kiezen zelf welke taken ze uitvoeren. Dit verschilt van de gekende arbeidsverdeling binnen het kapitalisme. Binnen een arbeidsverdeling, worden individuen gelinkt aan een baan, waarbij ze verantwoordelijkheid dragen voor een resem opgelegde taken (Bauwens & Lievens, 2013).

Bottom-up ontstaan er horizontale machtsposities doordat de consument, de gemeenschap, het volk of bepaalde communities geactiveerd worden en samenwerken (Bauwens & Lievens, 2013; Troch, 2014). Bottom-up wilt zeggen ‘van onderen naar boven’, waarmee wordt bedoeld dat de markt van onderuit kan groeien (De Wit & Esmans, 2006). Zo tracht men in een P2P-systeem hiërarchische verhoudingen te doorbreken en kan er een markt ontstaan met meer spelers en nieuwe spelregels. De markt wordt bijgevolg complexer en bevat bewustere actoren. Een P2P-markt zal een expansie van deelnemers tonen en evolueert naar een vernieuwde economie die draait op bottom-up samenwerking en netwerken, persoonlijk welbevinden en duurzaamheid (commoning). Dergelijke markt streeft een betere wereld na, met aandacht voor commons en sociale, ecologische en ethische waarden (Bauwens & Lievens, 2013; Troch, 2014).

Een markt met bottom-up werking brengt een decentralisatie met zich mee. Hierdoor kan er een toename van zelfvoorziening ontstaan. Herman Troch voorspelt dat steeds meer mensen zelfvoorzienend zullen worden. Zo kunnen ze via mede-eigenaarschap van landbouwgrond zorgen voor eigen voeding, of kunnen ze met behulp van 3D-printers zelf gebruiksvoorwerpen produceren of zelfs woningen bouwen. Het openbaar maken en delen van hardware en software, toegang geven tot –middelen en productietechnieken kan ervoor zorgen dat mensen steeds meer zichzelf gaan voorzien van allerlei spullen. Op deze manier worden particulieren steeds minder afhankelijk van het marktaanbod of van de marktprijzen. Zo zal het voor bedrijven ook een forse opgave worden om een positie in te nemen waar klanten hen minder en minder nodig hebben (Troch, 2014).

Voorbeeld[bewerken]

Wanneer we drie economische modellen, die later nog uitgebreid in de theoretische duiding naar voor komen, toepassen op de productie van een concreet voorwerp, komt het verschil in het begrip ‘markt’ naar voor. Het concreet voorbeeld is de productie van auto’s.

Binnen de civiele maatschappij economie geeft peer-to-peer de mogelijkheid om op een goedkope, duurzame en effectieve manier producten te voorzien. De wiki-speed auto is een auto die ontwikkeld wordt door individuen vanuit de passionele uitdaging om de ‘optimale’ auto te bouwen. Ze hebben op deze manier een auto gemaakt die mooier, goedkoper en beter voor het milieu is dan een gemiddelde toonzaalmodel auto. Via nieuwe technologieën (zoals 3D printers) zijn deze peers in staat om lokaal de wiki-speed auto te produceren.(zie ook [prototype technologie'])

Binnen de markteconomie gaat men uit van dominante business modellen, waar een producent een product verkoopt aan een consument. Des te meer producten de producent verkoopt, des te meer omzet en winst hij heeft. Binnen deze context zijn bijvoorbeeld producten met een hoge levensduur niet echt aantrekkelijk. Binnen deze productie is duurzaamheid ondergeschikt aan winst. De huidige, dominante auto industrie is een mooie illustratie van deze markteconomie (Stouthuysen, 2013).

In een centraal gestuurde planeconomie, ziet de autoproductie er helemaal anders uit. In Oost-Duitsland bijvoorbeeld, werd voor de val van de Berlijnse muur, slechts één merk auto geproduceerd: de ‘Trabant’. In Oost-Duitsland heerste gedurende deze periode een communistisch regime. De regering liet geen buitenlandse automerken toe en gaf de opdracht tot de productie van deze auto’s. Er was op deze manier geen markt voor auto’s: Er was maar één soort auto op de markt, waardoor concurrentie helemaal niet speelde (Omopedia, 2011).


Theoretische duiding[bewerken]

Binnen de economie, onderscheidt Bauwens drie productiemodellen, waarbij het concept markt een andere invulling krijgt. Hoe het concept ingevuld wordt hangt af van de ideologische visie die achter het productiemodel schuilt. De drie productiemodellen zijn: vrije markt economie, planeconomie en civiele maatschappij economie (Bauwens, 2005).

De vrije markteconomie steunt op de ideologie van het economisch liberalisme en kapitalisme (Bauwens, 2005). Het kapitalisme is een politiek-economisch stelsel dat gekarakteriseerd wordt door geprivatiseerde productiemiddelen (bv: machines, gebouwen, technieken, grondstoffen, arbeid,…). Winststreven krijgt een centrale rol binnen deze theorie. Kapitalisten staan achter een ‘vrije markt’. Dat betekent dat elk individu in een kapitalistisch land, vrij is in het creëren van prijzen en producten (Leerwiki, 2014).

Paul de Beer, een bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen aan de Universiteit van Amsterdam, beschrijft de essentie van het kapitalisme. Hij schrijft dat twee aspecten de kern van het kapitalisme vormen: marktmechanisme en particulier kapitaalbezit. Binnen het kapitalisme, trachten particulieren met hun kapitaalbezit zoveel mogelijk winst uit hun eigen kapitaal te halen. Door zo efficiënt mogelijk te produceren of betere producten dan hun concurrenten op de markt te brengen, verhoogt de kans op winst. Het voorgaande is de motor van productiviteitsstijging en welvaartsgroei. Het marktmechanisme wordt ook wel ‘de onzichtbare hand’ genoemd en heeft belang door zijn coördinatiefunctie. Via het marktmechanisme wordt een maximale afstemming van vraag en aanbod nagestreefd. Op die manier wordt de concurrentie tussen ondernemingen gestimuleerd en worden winsten teruggevoerd (de Beer, 2004).

Adam Smith schreef in 1776 ‘the wealth of nations’, waarmee hij de basis legde van het economisch liberalisme. Hij ging ervan uit dat mensen als het ware geleid werden door het nastreven van eigenbelang, wat resulteert in maatschappelijke welvaart. Deze sturing noemt Smith ook wel de werking van de onzichtbare hand (Van Overtveldt, 2012).

Marx ging hier tegenin, hij verkondigde dat winst net ontstond door uitbuiting van de arbeidersklasse. Het waren de arbeiders die de economische meerwaarde creëerden, maar een kleine groep kapitalisten met de winst gingen lopen (Cuyvers, 2014). Marx was een grondlegger van het communisme en leverde een erfenis voor de organisatie van een planeconomie (binnen de communistische staat). Het uitgangspunt van de planeconomie was de beperking van economische, maatschappelijke en ruimtelijke ongelijkheid. Zo kwam er een economisch stelsel op, dat wezenlijk verschillend was van een kapitalistische economie. Marx had dus kritiek op de maatschappelijke ongelijkheid, die volgens hem een gevolg was van het vrij spel van de markt (de Pater & Paul, 2011).

Binnen een planeconomie voert de staat controle op de economische productie. Zo wordt de markt gecoördineerd door de staat, die de vorm en de verdeling van de economische productie in handen neemt. Marx wou op deze manier overproductie en verlies van productiekrachten door de klassenstrijd tegengaan. Zo tracht men in een communistische staat een economisch systeem te ontwikkelen waarbij mensen geven volgens eigendom en nemen volgens benodigdheden (de Pater & Paul, 2011).

Ook Walter Van Dongen haalt enkele kritische punten aan rond het idee van de markt. Zo zegt hij dat in een ‘vrij marktsysteem’ de waarde vrijheid primeert. Hiermee bedoelt hij dat vrij initiatief en concurrentie tussen de actoren, boven waarden als solidariteit en gelijkheid worden geplaatst. Grote bedrijven in de private sector hebben de mogelijkheid om deze vrijheid te verwezenlijken vanwege hun focus op economische efficiëntie binnen het bedrijf. Vaak gebeurt dit ten koste van de vrije onderneming of gelijkheid van andere bedrijven of mensen. De criteria van de vrije markt krijgen vaak een universele waarde. De internationale economische wereld, waar eveneens de Europese Unie bij hoort, ziet deze normen als objectief en probeert ze op te leggen aan andere markten om tot een uniform vrij marktsysteem te komen. Deze ‘vrije markt’ leidt echter voor vele gezinnen, bedrijven en individuen naar een ongelijke, inefficiënte, onvrije en niet solidaire maatschappij (Van Dongen, 2004).

Bij een civiele maatschappij economie, wordt er meer nadruk gelegd op samenwerking, in plaats van op concurrentie. Zo moet er gestreefd worden naar collectief kapitaalbezit voor betrokkenen van ondernemingen (De Walsche, 2010). Het gaat hier om een heroriëntatie van de markt in een nieuwe richting, waarbij de focus komt te liggen op ambitie en bescherming en van commons, sociale en ecologische belangen op lange termijn. Hierbij wordt de kapitalistische logica doorbroken, en gaat het om samenwerken, om de samenleving te herstellen. Zo wilt men de verwoestende strategieën van het neoliberale kapitalisme tegengaan. De commons creëren materiële bronnen, sociale connecties en affect van verbondenheid en identiteit. Vervolgens kan de markt via commons een sociaal systeem zijn dat samen produceert en samen beheert. (Bollier, 2012).

Het gaat hier dus om een economie die aansluit bij het P2P systeem van Bauwens, waarbij men geen gebruik maakt van markt- of prijs mechanismen, overheidssturing, maar van sociale relaties (Bauwens, 2005).


Externe links[bewerken]

Voor meer informatie over de Wikispeed auto en productie binnen een civiele maatschappij economie kan je de site van Wikispeed raadplegen: http://wikispeed.org/

Je vindt op de volgende link nog een heldere toelichting van de planeconomie: http://wiki.omopedia.nl/Planeconomie

Op de volgende link vind je een tekst rond collectief beheer van gemeenschapsgoederen of commons, aansluitend bij peer-to-peer en de gedachten van Bauwens: http://oikos.be/tijdschrift/archief/doc_download/698-53-02-de-walsche-elinor-ostrom-een-nobelprijs-voor-groepswerk :

In een artikel van de Wereldmorgen vind je meer over peer-to-peer productie en concretere toepassingen ervan: http://www.dewereldmorgen.be/blogs/jean-lievens/2012/07/24/peer-peer-productie-en-de-komst-van-de-commons


Referenties[bewerken]

Barnier, M. (2013). De interne markt. Van crisis naar kansen- Burgers en bedrijven weer op weg naar welvaart. Retrieved from http://europa.eu/pol/pdf/flipbook/nl/internal_market_nl.pdf.

Bauwens, M. (2005). Peer to peer and human evolution. Retrieved from http://62.210.98.10/IMG/P2PandHumanEvolV2.pdf

Bauwens, M., & Lievens, J.(2013). De wereld redden : Met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving. Antwerpen, Belgium : Houtekiet.

Cuyvers, L. (2014). Marxistische economie herbekeken. Garant, Antwerpen – Apeldoorn.

De Beer, P. (2004). Een linkse hervormingsagenda voor het kapitalisme. Sociaal-democratie. Retrieved from http://pubnpp.eldoc.ub.rug.nl/FILES/root/tijdschriftartikel/SenD/2004/Eenlinksehervormiv/linksehervormingsagenda_SD2004-10-11.pdf.

De Pater, B. & Paul, L. (2011). Midden- en Oost Europa: Geografie van transitiezone. Perspectief uitgevers, Utrecht.

De Walsche, A. (2010). Elinor Ostrom: Een nobelprijs voor groepswerk. Retrieved from http://oikos.be/tijdschrift/archief/doc_download/698-53-02-de-walsche-elinor-ostrom-een-nobelprijs-voor-groepswerk

De wit, D. & Esmans, D. (2006). Lexicon – E-cultuur. Bouwstenen voor praktijk en beleid. Retrieved from http://www.cjsm.vlaanderen.be/e-cultuur/beleidskader/bouwstenen/lexicon/index.html

Leerwiki. (2014). Kapitalisme. Retrieved from http://www.leerwiki.nl/Wat_is_het_kapitalisme.

Omopedia. (2011). Planeconomie. Retrieved from http://wiki.omopedia.nl/Planeconomie

P2pfoundation. (2012). Seven Characteristics of a Global-Commons Approach to Sustainable Development. Retrieved from http://p2pfoundation.net/Seven_Characteristics_of_a_Global-Commons_Approach_to_Sustainable_Development

P2pfoundation. (2014). Michel Bauwens. Retrieved from http://blognl.p2pfoundation.net/?tag=michel-bauwens.

P2pfoundation. (2014). Nieuwe publicatie: De circulaire economie - Waarom productie, consumptie en groei fundamenteel anders moeten. Retrieved from http://blognl.p2pfoundation.net/?p=801

P2pfoundation. (2014). Nieuwe publicatie: Voorwoord Michel Bauwens bij nieuw boek: de circulaire economie. Retrieved fromhttp://blognl.p2pfoundation.net/?p=808

P2pfoundation. (2014). P2P in the Economic Sphere. Retrieved from http://p2pfoundation.net/3._P2P_in_the_Economic_Sphere

Socius. (2014). De vierde tocht: peer-to-peer in het sociaal-cultureel volwassenwerk? Win-win-win-win!!!. Retrieved from http://www.socius.be/blogpost127-De-vierde-tocht-peer-to-peer-in-het-sociaal-cultureel-volwassenenwerk-Win-win-win-win

Stouthuysen, P. (2013). Krachtige koppeling: peer-to-peer en product-dienst combinaties. Retrieved from http://www.plan-c.eu/2013/06/14/product-dienst-combinaties-en-peer-to-peer/.

Struyven, L. (2006). Hervormingen tussen drang en dwang: een sociologisch onderzoek naar de komst en de gevolgen van marktwerking op het terrein van arbeidsbemiddeling. Leuven: Acco.

Troch, H. (2014). Happy profit. Tielt & Amsterdam: Lannoo & AdFo.

Van Dale Uitgevers. (2014). Markt. Retrieved from http://www.vandale.be/opzoeken?pattern=markt&lang=nn#.VG69dckt1J0.

Van Dongen, W. (2004). Van een vrije markt naar een democratische markt. Ethiek en maatschappij, Jaargang 7 nummer 1, 17-31.

Van Overtveldt, J. (2012). Red de vrije markt. De terugkeer van Milton Friendman. De Bezige Bij, Antwerpen.

Wikipedia. (2014). Miniaturisering. Retrieved from http://nl.wikipedia.org/wiki/Miniaturisering.

Wikipedia. (2014). Vrije markt. Retrieved from http://nl.wikipedia.org/wiki/Vrije_markt.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.