Onderwijs in relatie tot P2P/Democratische - participatieve planning

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De opmaak van dit artikel is nog niet in overeenstemming met de conventies van Wikibooks. U wordt uitgenodigd deze pagina aan te passen.

democratie:(«Grieks) 1 politiek staatsvorm waarbij nagenoeg het gehele volk aan de collectieve besluitvorming deelneemt; zie ook parlementair ; bij uitbreiding besluitvorming waaraan de gehele erbij betrokken populatie mag deelnemen; 2 democratieën staat waarin op democratische wijze wordt geregeerd democratie: Staatsvorm, waarin wordt geregeerd, door uit het volk verkozen http://www.woorden-boek.nl/woord/democratie


participatie: Deelname participatie: het bezit van een deel van het kapitaal in een vennootschap. In sommige landen wordt een dergelijk bezit op een balans slechts als deelneming aangemerkt wanneer het voor langere tijd wordt aangehouden of van een bepaalde grootte is participatie: deelachtigheid, deelneming http://www.woorden-boek.nl/woord/participatie

Dirigisme: het opstellen van en werken volgens plannen

uitgewerkt plan van de (deel)werkzaamheden die achtereenvolgens uitgevoerd moeten worden om een werk, project enz. op een bepaald tijdstip te hebben [..] Bron:nl.wiktionary.org

http://www.betekenis-definitie.nl/planning

een vrij gekozen, zelf opgestelde planning

“Stigmergie is een mechanisme van spontane, indirect coördinatie tussen individuen of acties waar een spoor dat wordt achtergelaten in de omgeving de uitvoering van een opvolgende actie stimuleert, hetzij door dezelfde individu, hetzij door een ander. Stigmergie is een vorm van zelforganisatie. Het resulteert in complexe en schijnbaar intelligente structuren zonder dat er planning, controle of directe communicatie voor nodig is. Het faciliteert efficiënte samenwerking tussen individuen met een beperkte wil of mogelijkheid tot leveren van bijdragen. Ze hebben daar geen geheugen, geen intelligentie en geen bewustzijn van elkaars aanwezigheid voor nodig.” Voorbeeld hiervan zijn de mieren met een vermogen tot massale samenwerking. http://ambtenaar20.ning.com/profiles/blogs/stigmergie-het-nieuwe

1) Beginsel van besturing 2) Geleide economie 3) Overdreven overheidsbemoeiing 4) Regeringsstelsel Gevonden op http://www.encyclo.nl/begrip/dirigisme http://www.mijnwoordenboek.nl/puzzelwoordenboek/DIRIGISME/1


Democratische en participatieve planning en P2P[bewerken]

Bauwens onderscheidt drie soorten planning: de autoritaire planning zoals we die gekend hebben in de Sovjet-Unie, de democratische of participatieve planning die bijvoorbeeld wordt toegepast in Scandinavische landen op het vlak van urbanisatie, de stigmergische (zie omschrijving boven punt 1) planning zoals bij p2p. Je hoeft niet meteen te reageren op de signalen die je krijgt maar kunt ook plannen op basis van alle informatie waarover je beschikt. In de overheersende marktideologie is planning ongebruikelijk alhoewel bij overheden en multinationals voortdurend wordt gepland. Bauwens M.& Lievens J (2013) De wereld redden. Met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving. Linkeroevers Uitgevers Houtekiet Antwerpen,215 pag.,pag. 117 P2p heeft echter het kapitalisme nodig, want het steunt op infrastructuren die in het kapitalistisch systeem zijn ontstaan. Omgekeerd heeft het kapitalisme ook p2p nodig om te innoveren en als p2p de ambitie heeft om dominanter te worden, moet het verbonden blijven aan het kapitalisme, want er zijn grenzen aan het zich vrijwillig inzetten. Maar de kapitalistische logica houdt p2p-productie tegen. Dus moet er volgens Bauwens een alternatief systeem worden geïntroduceerd dat ervoor zorgt dat productie onder invloed staat van een p2p-dynamiek die een participatieve democratie stimuleert. De overgang naar een samenleving waarin de p2p-productiewijze domineert, moet daarom worden gedreven door sociale, economische en politieke krachten. P2p is voor de auteur de ideologie van de nieuwe klasse kenniswerkers. Maar de staat zal daarin een belangrijke rol blijven spelen. De democratisering van de staat en de evolutie naar een partnerstaat zijn essentieel in deze overgang. En ook hier kan p2p-technologie deze participatieve democratie stimuleren. De representatieve democratie moet niet worden afgeschaft, maar wel verrijkt vanuit de p2p-mechanismen. Bauwens ziet dit als een p2p-beweging die in drie fasen zal moeten verlopen: creatie van een netwerk van p2p-sympathisanten (politici, sociale bewegingen, en andere) die de partnerstaat genegen zijn, vervolgens werken aan een nieuwe politieke meerderheid (de coalitie van de commons) en tenslotte de start van het proces van transformatie van de staat via diepe participatie. Peer-to-peer zal de wereld redden PUB BOEKRECENSIES, (PUB 23/01/2014) http://think.bbdo.be/peer-to-peer-zal-de-wereld-redden/


Voorbeeld[bewerken]

De oproep van de G1000 is niet alleen politici te laten beslissen (G20) maar duizend willekeurig gekozen burgers (G1000). De uitdagingen voor België zijn momenteel te groot om alleen door partijpolitiek te worden aangegaan. Democratie kan meer betekenen als er een directe inbreng is van de burgers. Het volk heeft meer vrijheid van denken. De ondertekenaars van dit manifest stellen een concreet model voor: de G1000, een burgertop van duizend willekeurig gekozen Belgen.

De moeizame regeringsvorming in België maar ook in Nederland en Groot-Brittannië zijn eigenlijk vooral een crisis van de democratie. In een democratie kunnen de burgers zichzelf besturen op directe wijze (zoals in het oude Athene), of op indirecte wijze (zoals in België) door afvaardiging. België hanteert sinds haar ontstaan in 1830 zo’n representatieve democratie. Vandaag blijkt dit systeem niet afdoend om te komen tot een behoorlijk bestuur van het land. Burgers zijn mondiger en kritischer geworden en hangen minder vast aan partijen. Daar waar vroeger de vakbonden, ziekenfondsen en coöperaties als doorgeefluik fungeerden van de macht en de massa is er nu een veel interactiever internet, het zogenaamde web 2.0 dat de Belgische burger veel sneller inlicht over politieke ontwikkelingen van de dag. Elke seconde kan je de verwikkelingen volgen en becommentariëren, maar slechts eens om de vier jaar mag je stemmen. Vinden we het gek dat de online fora van onze nieuwssites volstaan van gefrustreerde, schreeuwerige berichten? Nooit eerder was de burger zo mondig – en tegelijk zo machteloos. Nooit eerder was de politicus zo zichtbaar – en tegelijk zo radeloos. Daardoor wordt de besluitvorming meer en meer beheerst door electorale bekommernissen. Politiek partijen houden elkaar voortdurend in een houtgreep waardoor het beleid nog weinig consistent is. Het politieke korps anno 2011 lijkt eerder op een wantrouwig team van hartchirurgen die een delicate operatie moet uitvoeren en wel op de middenstip van een tjokvol voetbalstadium. De massa joelt, de supporters zijn het veld opgelopen en bij elke beweging van een van de cardiologen schreeuwen ze wat de artsen wel en niet mogen doen. Niemand durft nog te verroeren. Iedereen wacht. De tijd tikt verder waarbij elkeen met zichzelf bezig is n plaats van zich te bekommeren om het lot van de patiënt. Democratie werd vroeger wel eens de de dictatuur tussen verkiezingen genoemd maar is nu verorden tot de dictatuur van de verkiezingen.

Toch kan het anders. Democratie is een levend organisme. Maar nu we in het tijdperk van het web 2.0 zijn beland, is er nog geen nieuwe democratische vorm gevonden. Overal wordt innovatie gestimuleerd, behalve in de democratie. Bedrijven, wetenschappers, kunstenaars en sporters moeten innoveren, maar als het op de inrichting van de samenleving aankomt, houden we anno 2011 kennelijk nog vast aan de procedures van 1830. Verschillende westerse landen hebben de afgelopen jaren geëxperimenteerd met deliberatieve democratie, of overlegdemocratie. In een deliberatieve democratie worden burgers mee uitgenodigd om actief te beraadslagen over de toekomst. Toen in New York beslist moest worden over de nieuwe plannen voor Ground Zero, riep het stadsbestuur duizend New Yorkers bijeen om te komen praten. Ook in Canada, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk bracht men debatten op gang tussen gewone burgers. En in IJsland werd in 2011 zelfs het schrijven van een nieuwe grondwet aan een groep van 25 burgers toevertrouwd. Burgers die de kans krijgen om met elkaar te praten kunnen rationele compromissen vinden, op voorwaarde dat ze tijd en informatie krijgen. Dat lukt zelfs in diep verdeelde samenlevingen zoals Noord-Ierland. Katholieken en protestanten, die anders zelden met elkaar spreken, blijken in staat oplossingen te vinden voor heel gevoelige thema’s zoals onderwijs! De Belgische overheid kent vooralsnog geen traditie van deliberatieve democratie. De afgelopen halve eeuw waren politici te druk bezig met staatshervorming om aandacht te hebben voor democratiehervorming. Deliberatieve democratie is nochtans interessant om de beperkingen van de representatieve democratie te overstijgen. Ze schuift de werking van parlementen en partijen niet terzijde, maar wil er een aanvulling op zijn. Het zou wel eens de democratie van de toekomst kunnen zijn. Is dat hetzelfde als een referendum? Nee. Bij een referendum moet je alleen stemmen, bij deliberatieve democratie moet je ook praten en luisteren. Debat is het hart van de democratie. Wanneer burgers daadwerkelijk met elkaar praten, slagen ze er makkelijker in het eigen belang te paren aan het algemene belang. De stem van velen kan daardoor helpen om de besluiten van enkelen te verrijken.

Idee van de G1000, (juni 2011) uit http://www.g1000.org/nl/manifest.php


Theoretische duiding[bewerken]

Ecuador onder Rafael Correa In Ecuador leeft meer dan vijftig procent onder de armoededrempel en heerst er gedurende vele jaren grote politieke instabiliteit. is er Einde 2006 werd de vrijwel onbekende Rafael Correa (°1963, econoom uit de middenklasse, gestudeerd aan UCL en getrouwd met een Belgische en vertegenwoordiger van een christelijke en humanistische stroming binnen links) en gesteund door de Alianza Pais (een democratisch socialistische politieke beweging) tot president verkozen en deed een heel nieuwe dynamiek in Ecuador ontstaan. Door een nieuwe grondwet te laten opstellen hoopt Correa zijn “socialisme van de 21ste eeuw” hoopt te kunnen realiseren. Hedendaags socialisme voor hem is "de zoektocht naar sociale rechtvaardigheid, nationale soevereiniteit, verdediging van de eigen natuurlijke rijkdommen en een regionale integratie die steunt op coördinatie, coöperatie en complementariteit". De nieuwe grondwet voorziet ook in een uitbreiding van sociale voorzieningen, zoals gratis scholing tot aan universitair niveau, microkredieten voor kleine ondernemingen, gratis basisproducten al zaaigoed voor boeren, een fundamenteel recht op stromend water, en een medische verzekering voor huisvrouwen en mensen werkzaam in andere informele beroepen. In de grondwet werden ook de wettelijke kaders voor de solidaire volkseconomie in Ecuador ingeschreven. Zo kunnen sinds november 2012 coöperaties, verenigingen, gemeenschapsspaarkassen, die onder het systeem van de “volkse en solidaire economie" (SEPS) zich registreren in het SEPS. Naar schatting zijn er 5.500 organisaties, waarvan 3.800 coöperaties en 1.680 volks- en solidaire organisaties uit de financiële sector, zoals gemeenschapsspaarkassen of instellingen voor microkredieten. Deze laatste zijn in Ecuador zeer belangrijk omdat de commerciële banken niet gemakkelijk krediet verlenen en interesten vragen tot 28 procent, tegenover 9 à 17 procent bij de spaarcoöperaties. In het circuit van de coöperatieve spaar- en kredietkassen wordt er 3,5 miljard dollar beheerd, hoewel de leningen soms microkredieten van slechts een paar honderd dollar zijn om bijvoorbeeld een paar dozijn legkippen aan te kopen. Voor de registratie bij het SEPS de zogenaamde superintendant voor volks- en solidaire economie Hugo Jácome een daartoe speciale website Ontworpen.

Volgens José Tonello van het FEPP, een ngo gespecialiseerd in microkredieten, heeft de participatie in de volkseconomie de mondiale en nationale financiële crisis overleefd omdat, in tegenstelling tot de banken, de solidaire economie gekenmerkt wordt door de herverdeling van de rijkdom die gegenereerd wordt door haar eigen sociaal-economische organisaties.’[vii] De nieuwe grondwet geeft de president in Ecuador ook verregaande bevoegdheden. Met de nieuwe regels komt de Centrale Bank en het monetaire beleid onder direct gezag van de president. Die krijgt daarnaast het recht om het Congres naar huis te sturen, al leidt dit wel direct tot nieuwe verkiezingen. Niet iedereen is daar zo gelukkig om. De mensenrechtenactivist Alexis Ponce noemde het overwicht van Alianza País en de steeds groter wordende macht van president Correa een dedocracia (dedo betekent in het Spaans vinger), dus een met de vinger wijzende, autoritaire democratie. Zoals ook bij zijn Boliviaanse collega Morales is de verhouding tussen de staat en nieuwe sociale bewegingen behoorlijk gespannen. "Waar ligt het grootste gevaar voor de burgerrevolutie? In het infantiele linkse discours, de infantiele pro-inheemsenbeweging, en de infantiele milieubeweging", zei de president. "Ze worden opnieuw actief en organiseren zich om tegen de mijnbouw te protesteren." ”Boven” én ”onder”

Evo Morales en Rafael Correa werden, mede door de nieuwe sociale bewegingen in hun land, aan de politieke macht geholpen. Een ingrijpend maatschappelijk transformatieproces naar ”het socialisme van de 21ste eeuw” op gang brengen is echter geen sinecure en leidt vaak tot spanningen tussen het staatsapparaat, de vakbonden en de nieuwe sociale bewegingen die zich op economisch vlak coöperatief verenigen. De staat speelt een toonaangevend rol in deze landen, maar zullen de vertegenwoordigers ervan ook bereid zijn om te blijven luisteren naar de eisen van de vakbonden én van dat groeiend maatschappelijke middenveld dat zich aan het ontwikkelen is tussen de individuele burger en de overheid? De beweging van onderuit naar een meer solidaire economie op basis van horizontale coöperatieve initiatieven moet zuurstof blijven krijgen en die kan geleverd worden door een participatief denkende overheid.

De Uruguyaanse analist Raúl Zibechi die vooral de ontwikkelingen in Bolivia op de voet volgt, zegt het zeer raak: ‘Bolivia blijft het toneel van een strijd om de macht. Het is een interessante case omdat de regering Morales, ondanks een indrukwekkende verkiezingsoverwinning, op dit ogenblik veel tegenwind krijgt. Dit is de paradox van vele linkse regeringen: zij sluiten de rangen om hun macht te behouden, maar zij weten niet goed om te springen met de dynamiek van de sociale bewegingen aan de basis. Het veroveren van de staatsmacht mag geen reden zijn om alleen maar goedbedoelde top-downbeslissingen te nemen. Een achterhaald staatsdirigistisch(zie omschrijving boven punt 1) optreden blijft best in de laden van de geschiedenis zitten. Een sterk uitgebouwde civil society kan deze tendens counteren. Het is trouwens in dat maatschappelijk middenveld dat fenomenen als zelfbeherend coöperatief werken zich situeren.

Hoewel de meeste landen van Europa alleen maar bezorgd zijn om het bestrijden van de crisis volgens neoliberaal model en geen herverdelende maatregelen overwegen zoals Bolivia en Ecuador zijn er van onderuit toch, in de termen van Rik Pinxten, vele ”kleine revoluties” aan de gang.

Deze vooralsnog politiek onduidelijke transitiebeweging naar een sociaalecologische, postkapitalistische samenleving situeert zich, voornamelijk in een nieuw maatschappelijk middenveld, maar traditioneel sterke spelers als vakbonden aarzelen nog om zich ten volle te engageren in deze transitiebeweging. De meeste centrumrechtse regeringen in Europa houden vast aan het neoliberaal evangelie dat geen sociaalecologische transitie, maar ”meer van hetzelfde” als remedie tegen de crisis predikt. Om een samen ondersteund sociaal transformatieproces op gang te brengen moeten ”boven” en ”onder”, staat, maatschappelijk middenveld en individuele burger dichter bij elkaar worden gebracht. In zijn recent boek ”De wereld redden” pleit Michel Bauwens voor wat hij een partnerstaat en een faciliterende overheid noemt. Met instemming citeert hij in zijn boek de Nederlandse hoogleraar Jan Rotman: "Meer dan ooit is de overheid nodig. Alleen, een ander soort overheid. De overheid moet echt gaan faciliteren. Er zijn heel veel belemmeringen van “onder” voor die bewegingen. Die obstakels moeten allemaal worden weggenomen."

"De overheid kan helpen met het bij elkaar brengen van coalities en partijen en het ontwikkelen van slimme financiële arrangementen. Maar de overheid moet niet zelf organiseren maar zorgen dat de burgers dat doen. Dat is de taak van de faciliterende overheid." Als voorbeeld verwijst Michel Bauwens naar het stadsbestuur in San Francisco die een werkgroep sharing economy heeft opgezet die twintig domeinen heeft vastgesteld waaronder transport, stadsplanning en stadslandbouw waarvoor het gemeentebestuur wetgevende initiatieven kan nemen om sharingen autonome activiteiten te stimuleren. Hij verwijst ook naar het stadsbestuur van het Canadese Toronto dat het Toronto Business Development Centre financiert om managementsopleidingen te geven aan ontwikkelaars van free software waardoor ze beter op eigen benen kunnen staan.

Emiel Roemer, voorzitter van de Nederlandse SP, zei over een ”wijkende overheid” op 2 november in Antwerpen (op de Dag van het Socialisme) onder meer het volgende: "Een gevoel van lotsverbondenheid ontstaat niet vanzelf als de overheid zich maar terugtrekt en gemeenschappelijke voorzieningen worden afgeschaft. De participatiesamenleving zoals die ons wordt voorgesteld is een fopspeen. Sterker nog, we zijn in Nederland, maar ook in de rest van Europa, een nieuwe onderklasse aan het creëren, die van de onrendabelen." Om ”boven” en ”onder” goed op elkaar te laten inspelen moet de basis gelegd worden voor een echte participatieve democratie. Dat is de grote uitdaging. Niet alleen voor Bolivia en Ecuador, maar zeker ook voor de landen in het Noorden. De Amerikaanse hoogleraar politieke filosofie Michael Sandel breekt een lans voor een sterk maatschappelijk middenveld dat een belangrijke democratiserende rol kan spelen in de intermediaire maatschappelijke ruimte: "We ontlenen onze identiteit niet enkel aan onze individualiteit en niet enkel aan ons staatsburgerschap, maar ook aan onze deelname aan maatschappelijke organisaties, zoals verenigingen, geloofsgemeenschappen, beroepsorganisaties, vakbonden, buurtclubs, vrouwenbewegingen etcetera. Al deze groepen in het maatschappelijke leven maken het mogelijk om uiting te geven aan onze identiteit, voor zover die verder reikt dan ons individueel eigenbelang. Het is een idee van de 19de-eeuwse Franse filosoof Alexis de Tocqueville dat maatschappelijke vereniging ons ervan weerhoudt louter bezig te zijn met ons directe eigenbelang." "Ze nodigen ons als het ware uit om ons te identificeren met een groter goed. Dat hoeft niet persé op het niveau van de staat. Zonder actieve, aansprekende maatschappelijke organisaties hebben we eigenlijk maar twee identiteiten tot onze beschikking: die van individuele consument en die van het lidmaatschap van de staat. En gegeven die keuze is de individuele optie gewoonweg aantrekkelijker." "We zullen ons moeten toeleggen op de ontwikkeling van groepen en partijen die verbinding brengen in het maatschappelijke leven, die intermediëren in de samenleving en die vorm geven aan gedeelde identiteiten. En vanuit die gedeelde identiteiten kunnen we een pluralisme ontwikkelen, een oprecht pluralisme, dat bijdraagt aan een rijker democratisch burgerschap. Het is simpelweg niet mogelijk om een levendige democratie te onderhouden zonder een actief, goed functionerend maatschappelijk middenveld.

Lotens W.(november 2013) Bolivia en Ecuador: zelfbeherend werken in tijden van crisis http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/11/10/bolivia-en-ecuador-zelfbeherend-werken-in-tijden-van-crisis


Externe links[bewerken]

1. http://www.woorden-boek.nl/woord/democratie http://www.woorden-boek.nl/woord/participatie

2. http://ambtenaar20.ning.com/profiles/blogs/stigmergie-het-nieuwe

3. Bauwens M.& Lievens J (2013) De wereld redden. Met peer-to-peer naar een postkapitalistische samenleving Linkeroevers Uitgevers Houtekiet Antwerpen, 215 pag., pag. 117

4. Idee van de G1000, (juni 2011) uit http://www.g1000.org/nl/manifest.php

5. Peer-to-peer zal de wereld redden PUB BOEKRECENSIES, (PUB 23/01/2014) http://think.bbdo.be/peer-to-peer-zal-de-wereld-redden/

6. Lotens W.(november 2013) Bolivia en Ecuador: zelfbeherend werken in tijden van crisis, vanhttp://www.dewereldmorgen.be/artikels/2013/11/10/bolivia-en-ecuador-zelfbeherend-werken-in-tijden-van-crisis

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.