Nederlandse geschiedenis/De Tweede Wereldoorlog

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Op 10 mei 1940 werd Nederland aangevallen door Nazi-Duitsland. Het land raakte daarmee betrokken in de Tweede Wereldoorlog. In 1942 veroverde Japan Nederlands-Indië.

Aanloop naar de oorlog[bewerken]

In de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog onderging Nederland evenals andere landen de invloed van de mondiale recessie na de Beurscrash van 1929. Minister-president Hendrikus Colijn voerde de politiek van de harde gulden. Deze leidde wel tot een harde valuta, vermeed de hyperinflatie zoals deze in Duitsland ontstond, maar veroorzaakte volgens sommige economen ook veel armoede. De Vereniging Nederlands Fabrikaat trachtte met de campagne Koopt Nederlandsche waar, dan helpen wij elkaar de economische neergang te keren. Mede door de armoede was ook in Nederland de opkomst van het nationaal-socialisme mogelijk. Anton Mussert richtte de N.S.B. op.

Onder invloed van de economische malaise en de gebroken geweertjes beweging werden budgettaire prioriteiten niet bij het toenmalige Ministerie van oorlog gelegd.

Pas in 1939, toen de geallieerden Duitsland de oorlog verklaarden, mobiliseerde Nederland. Men trachtte nog op de valreep wapens te kopen in o.a. Zweden, Engeland, en Zwitserland, maar al snel werden geen orders meer geaccepteerd.

In de winter 1939-1940, met name in november 1939, ontstond een aantal keer een crisissfeer. Het Venlo-incident, en het uitlekken van de Duitse aanvalsplannen zorgden een aantal keer voor paniek, maar telkens dreef de bui over. De Nederlandse agenten in Berlijn hadden een paar keer gewaarschuwd, maar werden op het laatst niet meer geloofd. Dat gold ook toen op de avond van 9 mei 1940 de volgende boodschap werd doorgegeven: Morgenvroeg bij het krieken van de dag. Houdt stand!

Eerste slachtoffers[bewerken]

Op 8 september 1939 sneuvelen de eerste Nederlandse militairen, bij het verongelukken van de Willem van Ewijck, Mijnenveger van de Marine, ter hoogte van de Noordvaarder bij West Terschelling. Bij het tot stand brengen van een doorvaart in het Boomkens diep, wordt het schip door een geactiveerde verspermijn midscheeps geraakt. De mijnenveger breekt in tweeën en zinkt onmiddellijk in 10 meter diep water. Daarbij verliezen 30 bemanningsleden het leven. Bron: NRC zaterdag 9 september 1939: De Telegraaf 9 september 1939.

Noot: De Willem van Ewijck is notabene op een zelfgelegde mijn gevaren. Die mijn was kort daarvoor, door de Willem van Ewijck, op een foutieve plaats gelegd. Daarom moest hij weer worden opgeruimd, maar men wist niet meer waar de verkeerd gelegde mijnen waren. Derhalve heeft men tussen twee schepen een ketting over de bodem gesleept om de mijnen los te trekken, om ze dan door een kanon te beschieten en zo te laten exploderen. Om onduidelijke reden was de machine van de van Ewijkck stilgelegd en verandering van de getijstroming dreef de van Ewijck op een losgetrokken mijn. De eerste Nederlandse oorlogs slachtoffers. Ja, het was al oorlog en Nederland nog neutraal. De bemanningen, overlevenden en opvarenden van de andere schepen, kregen zwijgplicht opgelegd. Niet onvermeld mag blijven, dat hetzelfde gebeurde met de Jan van Gelder op 1 oktober 1939, bij het afmaken van de klus die op 8 september 1939 zo dramatisch afliep. Nogeens 5 doden. Bron: Algemeen Handelsblad 8 september 1989, na vijftig jaar een verslag van een overlevende.

Het uitbreken van de oorlog[bewerken]

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in 1939 verklaarde Nederland zich opnieuw neutraal. Echter, op 10 mei 1940 viel Duitsland Nederland en België binnen. Het slecht bewapende Nederlandse leger werd snel door de Duitsers onder de voet gelopen (zie ook Duitse aanval op Nederland). Bij de Afsluitdijk, de Grebbeberg en de Moerdijkbrug bood het Nederlandse leger weerstand. Een Duitse luchtlanding bij Den Haag, bedoeld om het Nederlandse Koninklijk Huis en de regering gevangen te nemen, mislukte. Op 14 mei eisten de Duitsers de overgave van Rotterdam; de stad werd daarop overgegeven, maar werd toch gebombardeerd, met ca. 800 doden en 78.000 daklozen tot gevolg. Er werd van gezegd dat dit door een communicatieprobleem veroorzaakt was. Na dit bombardement capituleerde het Nederlandse leger, maar de strijd werd in Zeeland nog enkele dagen voortgezet, totdat een bombardement op Middelburg ook de overgave van Zeeland forceerde. Koningin Wilhelmina weigerde naar Engeland te vluchten. Doordat de nazi’s bijna geheel Nederland al onder de voet hadden gelopen, werd zij geadviseerd om per schip naar Zeeland te gaan (tijdens de reis zou Hare Majesteit het bericht worden gegeven, dat het zinloos zou zijn om in Zeeland te verblijven, met advies om direct door te varen naar Engeland). Deze handelwijze was nodig, omdat de Koningin anders nooit bereid zou worden gevonden op het schip te gaan. Zij was vastbesloten het vaderland niet te verlaten.

De hoop was dat de Fransen en Engelsen snel Nederland weer zouden bevrijden, maar na de evacuatie uit Duinkerken, waar de geallieerden maar ternauwernood aan omsingeling ontsnapten volgde de capitulatie van Frankrijk. Het nieuwe bewind onder maarschalk Pétain (Vichy-regime) ging met de Duitsers samenwerken (collaboratie). Ook de regering van Minister-president De Geer werd uitgenodigd terug te keren en hij wilde daaraan gevolg geven. Koningin Wilhelmina zinde dat allerminst. De Nederlandse marine en handelsvloot waren van groot belang voor de Engelsen en dan was er nog Indië met al zijn olie. Frankrijk moest later Indochina van de Duitsers aan Japan overdragen en Wilhelmina was bang dat hetzelfde met Indië zou gebeuren. Zij ontsloeg op eigen houtje haar premier en stelde een andere aan (P.J. Gerbrandy) die wel door wilde vechten.

De bezetting[bewerken]

Na de Nederlandse capitulatie en het vertrek van de laatste Franse troepen was heel Nederland bezet. De Duitsers stelden een bestuur in onder de Oostenrijker Seyss-Inquart. Anton Mussert hoopte op bevoegdheden voor hem en zijn NSB, maar moest slechts genoegen nemen met lagere posten. Seyss-Inquart hoopte de Nederlanders te winnen voor het nationaal-socialisme en het staats- en economisch bestel zo intact mogelijk in handen te krijgen. Hiertoe hanteerde hij de "fluwelen handschoen-aanpak".

Veel bedrijven waren bovendien de Duitsers graag ter wille. Omdat Frankrijk en België de eerste dagen nog niet gepacifeerd waren, konden zij zo veel mogelijk winstgevende orders van de Duitsers in de wacht slepen. Ondanks negatieve effecten van de Engelse blokkade leek de bezetting mee te vallen. Bedrijven als Philips keerden recorddividenden uit.

Toen in 1941, '42 steeds duidelijker bleek dat de oorlog nog lang zou duren en dat een Duitse overwinning allerminst zeker was, veranderde dit beeld. De Jodenvervolging begon grimmiger te worden, en de Duitsers traden ook harder op tegen de bevolking, zoals bij de Februaristaking. De NSB wist bij de Duitsers een monopoliepositie in de wacht te slepen. Alle andere politieke partijen werden verboden, inclusief de Nederlandsche Unie en de fascistische rivalen van de NSB. De Duitsers begonnen nu ook steeds meer van de Nederlandse productie voor zichzelf op te eisen. Goederen werden steeds schaarser. Nog steeds maakten bedrijven winst, maar met het geld kon steeds minder worden gekocht. Via allerlei instrumenten zoals de wisselkoers trachtten de Duitsers nog meer uit Nederland te persen.

Ook op de kunsten en de universiteiten verstevigden de Duitsers hun greep. Kunstenaars moesten lid worden van een speciale bond. Studenten werden gedwongen loyaliteitsverklaringen te tekenen terwijl (studenten) verenigingen Joodse leden niet meer mochten toelaten. Veel corpora en andere studentenvereniging hieven zichzelf daarom op.

Al snel bleek dat het sprookje van de meevallende bezetting een illusie was. Naarmate de oorlog vorderde, werden de gebreken steeds nijpender. In de Hongerwinter kwamen uiteindelijk 20.000 personen door de honger om.

Jodenvervolging[bewerken]

Al snel na de invasie begon de Jodenvervolging. De Duitsers stelden een 'Joodsche Raad' in. Dat was voornamelijk een manier om de identificatie van Joden en deportaties efficiënt te organiseren. Een aantal aanzienlijke mensen werd bereid gevonden om deze 'Raad' te organiseren en Joden werd voorgehouden dat ze veilig waren, als ze zich kwamen registreren. Er waren weinigen die daar niet op ingingen, veelal omdat dat 'de Joodse gemeenschap in gevaar zou brengen'. Er was ook vanuit de Nederlandse bevolking in deze tijd weinig verzet en een eventuele overwinning van de geallieerden leek ver weg. Zodra de Duitsers genoeg informatie hadden viel het masker, werden alle beloftes gebroken en begonnen de deportaties. In 1942 werd nabij Westerbork een doorvoerkamp voor Joden ingericht; ook bij Vught en Amersfoort verschenen Duitse concentratiekampen. Uiteindelijk waren er 107.000 van de 140.000 Joden die in het vooroorlogse Nederland hadden gewoond, naar het oosten gedeporteerd en ongeveer 101.800 vermoord of bezweken aan dwangarbeid in de concentratiekampen. Onder de slachtoffers is Anne Frank, die later beroemd werd vanwege haar dagboek, geschreven terwijl ze ondergedoken zat. De reactie onder de Nederlandse bevolking was een staking uit protest tegen de deportaties (de Februaristaking). Hoewel het niets uitrichtte, was dit toch een flinke streep door de rekening van Seyss-Inquart, omdat zijn opzet geweest was én de Joden te deporteren én de Nederlanders voor het nationaal-socialisme te winnen. Vanaf deze tijd hielden de nazi's op een fluwelen handschoen te gebruiken.

Onderdrukking en verzet[bewerken]

Er werd Arbeitseinsatz ingesteld, waarbij iedere man tussen 18 en 45 verplicht werd in de Duitse fabrieken te gaan werken (die iedere nacht gebombadeerd werden). De mannen die dit niet wilden, moesten onderduiken. Er werd ook zo veel mogelijk voedsel en andere goederen uit Nederland weggesleept zodat de rantsoenering (de bonkaart) een middel werd om de bevolking in bedwang te houden. Wie iets verkeerd deed, zoals onderduiken, kreeg op die manier automatisch niets te eten. Joden als onderduikers hebben was extra gevaarlijk. Er stond de doodstraf op. Een derde van de mensen die dat geprobeerd hebben, hebben de oorlog niet overleefd.

De Atlantik wall, een gigantische kustverdedigingslinie die het Duitse oppercommando lang de gehele Europese kust liet aanleggen van Zuid-Frankrijk tot Denemarken, werd ook In Nederland aangelegd. Sommige woonplaatsen, zoals Scheveningen, werden hiervoor ontruimd. In den Haag worden 3200 woningen afgebroken en 2594 ontmanteld. 20.000 huizen worden ontruimd, 65.000 mensen moeten verhuizen.

De censuur zorgde dat radio en kranten alleen het door de Duitsers goedgekeurde nieuws mochten brengen. Uiteraard was dit alleen voor de Duitsers positief nieuws. Deze nieuwsberichten konden niet helemaal het ongunstige verloop van de oorlog verbergen, immers de Duitse 'overwinningen' in Rusland kwamen steeds dichter bij Duitsland te liggen. Naar Radio Oranje, Nederlandstalige uitzendingen uit Londen, mocht niet geluisterd worden.

Deze onderdrukkingsmaatregelen stimuleerden het verzet. Illegale kranten met nieuws van Radio Oranje werden verspreid. Knokploegen pleegde overvallen om bonkaarten in handen te krijgen, om hiermee onderduikers van voedsel te voorzien.

Na een aanslag bij Putten op een Duits officier werd de gehele mannelijke bevolking van deze plaats zonder proces afgevoerd naar Duitsland.

Weinig Nederlanders verzetten zich actief of passief tegen de Duitse bezetting. De genoemde N.S.B. collaboreerde actief met de Duitse bezetters. Ook waren er Nederlanders die zich vrijwillig meldden voor deelname aan het Duitse leger en voor de SS. Recent historisch onderzoek toont aan dat ca. 25.000 Nederlanders zijn toegetreden tot de SS.

Het laatste jaar[bewerken]

Na de geallieerde landing in Normandië in juni 1944, rukten zij snel op richting de Nederlandse grens. In september van dat jaar werd via de "operatie Market Garden" getracht bruggen over de grote rivieren te veroveren; in Arnhem mislukte dit echter. De dinsdag van 5 september staat bekend als Dolle Dinsdag: De Nederlanders, gelovend dat de bevrijding op handen was, begonnen feest te vieren. Het deel van Nederland boven de grote rivieren moest echter nog tot het volgende jaar wachten.

Echter niet heel Zuid-Nederland werd bevrijd: Op Walcheren heersten de Duitsers nog. Van hieruit beheersten zij de toegangsweg tot de havenstad Antwerpen. En het geallieerde leger had een grote aanvoerhaven nodig: de havens in Normandie waren te beperkt en te ver. Op 24 oktober nam de Canadese 2e divisie na zeer felle gevechten de Kreekkrakdam. De volgende dag konden zij het plaatsje Rilland Bath bevrijden. De Schotse 52e Lowland Divisie landde op de zuidkust van Zuid-Beveland. Pas op 30 oktober was geheel Zuid-Beveland bevrijd. Om de toegangsweg naar Antwerpen open te stellen was ook Walcheren nodig. Maar de sterke Duitse verdediging maakte een landing hier een hachelijke zaak. Daarom werden op 3 oktober de dijken van Walcheren bij Westkapelle gebombardeerd. Walcheren kwam onder water te staan. Ondanks waarschuwingen aan de bevolking met pamfletten, vonden 180 inwoners van Westkapelle de dood. Ook de dijken bij Vlissingen en Veere werden gebombardeerd.

De Nederlandse regering had in 1940 geen gebruik willen maken van de aloude Hollandse waterlinie. Het was nog steeds mogelijk Holland tot een eiland te maken, maar dit eiland bevatte nu de Randstad. Er waren te veel mensen om in leven te houden. Hitler echter gaf het bevel dat de Festung Holland tot iedere prijs gehouden moest worden. De winter van 1944 op 1945 was bovendien erg streng, en dit leidde tot hongertochten en mensen die stierven van honger, uitputting, kou of ziektes. Deze winter werd bekend als de Hongerwinter.

In het voorjaar van 1945 werd de geallieerde opmars hervat. De Rijn werd overgestoken en de linkervleugel van de geallieerden bevrijdde Oost-Nederland. De stad Groningen werd met vuur verdedigd door een harde kern van Nederlandse en Duitse SS-ers, en was pas na drie dagen strijd bevrijd. Verder naar het zuiden bereikten de geallieerden de rand van de Veluwe. Tegen die tijd had Duitsland zich al overgegeven en was een inval in de Vesting Holland niet meer nodig.

Op het eiland Texel kwamen achthonderd Georgiërs, die daar deel uitmaakten van het Duitse leger, op 5 april 1945 in opstand. Deze opstand der Georgiërs werd door het Duitse leger na vijf weken strijd neergeslagen. Er kwamen 565 Georgiërs, 120 Texelaars en 800 Duitsers bij om. De 228 overlevende Georgiërs werden na de oorlog uitgeleverd aan de Sovjet-Unie.

Op 6 mei 1945, na grote geallieerde overwinningen in Duitsland en elders, gaven de resterende Duitse troepen in Nederland zich over in Hotel De Wereld in Wageningen.

Indië[bewerken]

In Nederlandsch-Indië had men verontwaardigd op de overval gereageerd. Het land was direct tot de geallieerden toegetreden. Duitse en Japanse burgers, spion of niet, werden geïnterneerd, evenals NSB-ers.

Japan was echter in conflict geraakt met de Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Een aantal gebeurtenissen, zoals de inbezitname van Frans Indo-China, overtuigden de Nederlandse politici dat ook Japan een gevaar vormde. Samen met de Verenigde Staten kondigde Nederlands-Indië een olieboycot tegen Japan af. Hierop besloot Japan tot een militaire campagne om eerst de Verenigde Staten militair te verlammen om vervolgens de gebieden in Zuidoost-Azië te bezetten. Na de aanval op Pearl Harbor verklaarde Nederland met alle overzeese gebiedsdelen Japan de oorlog.

De geallieerden trachtten een ABCD-front (America, Britain, China, Dutch East-Indies) op te zetten, maar ze liepen hopeloos achter de feiten aan. Na Hongkong, de Filipijnen, Maleisië en Singapore, was nu Nederlandsch-Indië aan de beurt. Op 10 januari 1942 vielen de Japanners Nederlands-Indië binnen. De geallieerden wisten de Japanners een nederlaag toe te brengen, maar redden het uiteindelijk niet tegen de overmacht. De Nederlandse admiraal Karel Doorman ging op 27 en 28 februari 1942 met een geallieerd eskader onder zijn bevel ten onder in de slag in de Javazee. Dezelfde nacht landden de Japanners op Java, en sloten de Nederlandse troepen in.

De Nederlanders gaven zich over op 1 maart van dat jaar. De Nederlandse soldaten werden gevangengezet in werkkampen. Later werden alle Nederlanders geïnterneerd in kampen, de zogenaamde jappenkampen. Ook werden sommigen tewerkgesteld aan de Birma spoorweg. Veel Nederlandse meisjes en vrouwen werden gedwongen tot prostitutie, de zogenaamde troostmeisjes. De houding van de inheemse bevolking was gemengd. Een aantal Indonesiërs, zoals de Molukkers, was zeer pro-Nederlands, en streed met de Nederlanders mee. Een grote groep was onverschillig: Nederlanders of Japanners, het waren allebei bezetters. Een niet onaanzijnlijke groep, waaronder de PNI van Soekarno, besloot met de Japanners te praten in de hoop dat zij wellicht redelijker waren dan de Nederlanders. Een aantal Indonesiërs verrichte hand- en spandiensten voor de Japanners, of richtte hun woede op de Nederlanders en etnische Chinezen. Japan steunde echter het Indonesische onafhankelijkheidsstreven zover het Tokio zelf uitkwam: pas op 15 augustus 1945 stond men de onafhankelijkheidsverklaring van Indonesië toe, op een moment dat Japan wist dat het de oorlog niet kon winnen.

De Nederlandse onderzeeërs vochten aan geallieerde zijde door. Zij maakten als deel van de geallieerde strijdkrachten jacht op Japanse olietransporten van Indië naar Japan en op troepen- en wapentransporten van Japan naar de strijd op o.a. Nieuw-Guinea. Ook bleven tot 1943 verzetsnesten actief op o.a. Sumatra en Timor, en hielden de Nederlanders met geallieerde hulp in het uiterste zuiden van Nieuw-Guinea stand.

Bij de herovering van de gebieden had Nederlandsch-India geen prioriteit. Men hoopte door de verovering van de Pacifische eilanden het Japanse moederland te isoleren van zijn grondstoffenreservoirs, waarvan Nederlandsch-Indië er één was. De geïsoleerde troepen zouden later makkelijk verslagen kunnen worden volgens deze strategie. Zo ver kwam het echter niet: de Japanners gaven zich over op 15 augustus 1945, nadat de Amerikanen twee atoombommen op de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki hadden geworpen.

Na de Tweede Wereldoorlog vonden de Nederlanders een heel ander Nederlandsch-Indië terug, dat niet meer bereid was terug te keren onder Nederlandse soevereiniteit.

Na de oorlog[bewerken]

Na de oorlog werden in sommige plaatsen mensen, waarvan men meende dat zij tijdens de oorlog de Duitsers geholpen hadden, zonder vorm van proces gedood of op andere wijze gestraft (bijltjesdag). Van veel 'moffenhoeren' (Nederlandse meisjes die een relatie aangegaan waren met Duitse soldaten) werd het hoofd kaalgeschoren. NSB'ers en andere (vermeende)landverraders werden vaak eerst door het dorp of de stad geleid waarna ze gevangen werden gezet. In Groningen werden deze lieden in de Korenbeurs aan de Vismarkt vastgezet. Iedere dag werden ze gelucht, waarbij ze door een menigte bespuwd en bespot werden. Andere vermeende landverraders werden overgebracht naar voormalige concentratiekampen, zoals Vught.

Anderen werden na een rechtszaak veroordeeld, bijvoorbeeld de drie van Breda. Weer anderen bleken onterecht te zijn gearresteerd, en werden na soms lange periodes van voorarrest vrijgesproken (zie Theo Haze).

De banktegoeden van omgekomen Joodse landgenoten waren een halve eeuw later nog onderwerp van procesgang. Ook de kunstroof door de Duitsers vindt nog steeds een vervolg. De teruggegeven kunstvoorwerpen worden ten dele door de Nederlandse regering vastgehouden en niet aan de oorspronkelijke eigenaren teruggegeven.

Nederlandsch-Indië moest aanvankelijk door de Britten bezet worden om de orde te handhaven. De PNI had een eigen republiek gesticht, die onafhankelijkheid eiste. Nederland wilde aanvankelijk niet met de vermeende collaborateur Soekarno praten, en drukte de opstand militair de kop in met de zogenaamde Politionele Acties. De term 'acties' suggereerde een politie-optreden, maar het ging hier in feite om een militaire campagne. Hoewel militair een succes (Soekarno en Hatta werden bovendien gevangen genomen), verspeelde Nederland in rap tempo het politiek krediet in de wereld. Slechts de Britten steunden de Nederlanders verbaal. Uit Moskou kwamen scheldkanonnades over het 'koloniale imperialisme' van Nederland, terwijl de VS dreigden de Marshallhulp in te trekken. In 1949 verleende Nederland aan Indonesië de onafhankelijkheid. Nieuw-Guinea zou in 1962 aan Indonesië worden overgedragen.

De Tweede Wereldoorlog heeft diepe sporen in de Nederlandse samenleving nagelaten. Jaarlijks vindt de dodenherdenking plaats. Maar ook onder de levenden zijn er velen, die emotionele wonden hebben opgelopen, zowel in de eerste als in de tweede generatie. In het jaar 2000 verstrekte de Pensioen en Uitkeringsraad nog jaarlijks een uitkering aan 24.000 mensen (waaronder ook slachtoffers uit latere oorlogen, zoals in Korea).

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.