Nederlandse geschiedenis/De Romeinse tijd

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de 1e eeuw v. Chr. kwamen de Romeinen naar Nederland. Gedurende het grootste deel van de Romeinse periode lag de grens van het Romeinse Rijk bij de Rijn.

In deze tijd werden de eerste Nederlandse steden gebouwd, waarvan de bekendste zijn: Noviomagus (Nijmegen), Forum Hadriani (Voorburg), Coriovallum (Heerlen) en Mosa Trajectum (Maastricht). In Zuid-Nederland liggen echter nog veel andere steden en dorpen met Romeinse wortels. Volgens recent archeologisch onderzoek zijn Nijmegen en Maastricht sinds de Romeinse stichting continu bewoond gebleven. De meeste andere woonplaatsen zijn (waarschijnlijk) korte tijd verlaten geweest tijdens de chaotische periode van de Volksverhuizingen in de periode 300-500.

Ook in de noordelijke helft van Nederland, die buiten het Romeinse Rijk lag en waar de Friezen woonden, had de Romeinse cultuur veel invloed. Dit blijkt uit de vele Romeinse gebruiksvoorwerpen en munten die in grafvelden en terpen zijn gevonden. Deze vondsten wijst op een levendige handel tussen de Friezen en het naburige Rijk. Ook weten we uit schriftelijke historische bronnen dat sommige Friezen, evenals leden van andere stammen die niet rechtstreeks onder Romeins bestuur stonden, dienst namen in het Romeinse leger, en dat zij daarmee, na hun diensttijd, ook veel Romeinse cultuur en gebruiken naar huis namen. In het gebied van de rijksgrens woonden de West-Germaanse stammen van de Bataven en de Canenefaten. Oppidum Batavorum (wederom Nijmegen) is de hoofdstad der Bataven. In 69 komen de Bataven onder leiding van Julius Civilis in opstand tegen de Romeinen.

Nadat de Bataven weer 'gepacificeerd' waren bleef het gedurende 2 eeuwen rustig in Romeins Nederland. De riviergronden en het Brabants en Limburgs achterland werden grotendeels opgedeeld in grote landerijen, met vaak een imposante villa als centraal gebouw. De eigenaren waren rijke burgers die veelal hun hoofddomicilie hadden in de nieuwe steden Colonia Claudia Agrippensia (Keulen), Colonia Ulpia Trajana (Xanten) of Coriovallum (Heerlen). De inheemse (Germaans/Keltische) bevolking romaniseerde geleidelijk, bewerkte het land van de villa-eigenaren, en beoefende romaanse ambachten of diende in het leger. De lokale economie was vooral gericht op de behoeftevervulling van de grote legerplaatsen langs de nabije rijksgrens . Vanaf de tweede helft van de 3de eeuw veranderde dit vredige bestaan doordat de rijksgrens meer en meer onder druk kwam te staan. Er kwamen steeds vaker overvallen van plunderende 'over-Rijnse' stammen, terwijl ook de -met veel geweld gepaard gaande- troonswisselingen van de romeinse Keizers de situatie van de bevolking er niet beter op maakte. Tenslotte was er ook de steeds extremere belastingheffing die de bevolking sterk verarmde.

Rond 290 trokken de Salische Franken onze streken binnen, en vestigden zich in het Romeinse gebied ten zuiden van de Rijn, in het bijzonder rond de Schelde. De Bataven en de Kaninefaten gaan daarbij waarschijnlijk op in de Franken, hoewel ook wel wordt vermoed dat zij samen met de Romeinen zijn vertrokken. Meerdere Romeinse pogingen zich van de Franken te ontdoen faalden. In 355 gaf Julianus (de latere keizer Julianus Apostata) de Franken het gebied dat tegenwoordig Vlaanderen en Zuid-Nederland vormt als foederati (aan de Romeinen verbondenen) in bezit.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.