Nederlandse geschiedenis/De Late Middeleeuwen

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Heilige Roomse Rijk bleef geen politieke eenheid. Lokale leenmannen, officieel de vertegenwoordigers van de keizer, vormden hun graafschappen en hertogdommen om tot kleine privé-vorstendommen, en waren nog slechts in naam afhankelijk van de keizer. De vele lokale leenmannen hielden zich tenslotte hoofdzakelijk bezig met het vergroten van hun persoonlijke macht ten koste van hun buren. Grote delen van de Lage Landen werden beheerst door elkaar onderling bestrijdende vorsten zoals de hertog van Gelre, de hertog van Brabant en de bisschop van Utrecht. En ook de bisschoppen van Luik en Keulen mengden zich dikwijls met hun legers in de politieke strijd. Geleidelijk kwam aan de kust het graafschap Holland op. Friesland en Groningen werden geregeerd door de lagere adel.

1000[bewerken]

Vanaf ongeveer het jaar 1000 begon West-Europa zich te herstellen van de chaotische 'donkere middeleeuwen'. De bevolking groeide weer, talloze nieuwe steden ontstonden en de handel breidde zich sterk uit. Ook de Lage Landen profiteerden hiervan. Het economische zwaartepunt lag tussen 1100 en 1500 duidelijk in Vlaanderen waar Brugge en Gent door de toenemende handel zeer welvarend werden. Belangrijk was de handel tussen het Rijnland (glas, aardewerk, metalen) en Engeland (wol) die hier samenkwam. In het oosten waren het de IJsselsteden die zeer grote welvaart bereikten door de handel binnen het Hanzeverbond (voornamelijk wol, graan, hout) (Doesburg, Zutphen, Deventer, Kampen, Elburg, Harderwijk om de belangrijkste te noemen). Het zuidelijke deel (nu België en een deel van Noord Frankrijk) was duidelijk het belangrijkste, maar vanaf de 14e eeuw begon ook het gewest Holland belangrijker te worden. De voornaamste stad van dat gewest was in die dagen Dordrecht. Met de Vrede van Kopenhagen uit 1441 is de Oostzee open voor Hollandse kooplieden en neemt de invloed van de Hanze af.Het Heilige Roomse Rijk bleef echter geen politieke eenheid. Lokale leenmannen vormden hun graafschappen en hertogdommen om tot kleine privé-vorstendommen, en waren nog slechts in naam afhankelijk van de keizer. Grote delen van Nederland werden beheerst door elkaar onderling bestrijdende vorsten zoals de hertog van Gelre, de hertog van Brabant en de bisschop van stad Utrecht. Geleidelijk kwam aan de kust het graafschap Holland op. Friesland en provincie Groningen waren een onderdeel van het Upstallboom verbond. Dit verbond bestond uit de 7 Friese landen, verspreid over de provincie Friesland, Groningen en Ost-Friesland in Duitsland. Dit verbond het een grote rol gespeeld in de Hollands-Friese oorlogen.

Verder lezen[bewerken]

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.