Melkwinning/Melkinstallatie/Vacuümregulateur

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De hoogte van het vacuüm onder de speen moet in de buurt van de 40 kPa zijn. De hoogte van het vacuüm kun je aflezen op de vacuümmeter. Dit is dus het vacuüm in de leiding op die plaats waar de meter zich bevindt! Dit kan hoger zijn dan het vacuüm onder de speen.


Een vacuümregulateur moet tijdens het melken het ingestelde vacuüm vrijwel constant te houden. De hoogte van het vacuüm van melkinstallaties moet aange¬past worden op de hoogte van het vacuüm tijdens het melken onder de speen. Het vacuüm onder de speen moet tijdens de melkfase, zuigslag, ongeveer ± 40 kPa zijn en tijdens de rustfase, rustslag, ongeveer 0 kPa. melkfase rustfase is dit de juiste benaming?


Het principe van de werking van de regulateur.

Een opening in de vacuümleiding wordt afgesloten door een klep die op een zitting rust. Deze klep zal door het vacuüm op de klepzitting gezogen willen worden. De klep zit echter vast aan een membraan. Via een slangetje of buisje kan de ruimte boven het membraan onder vacuüm gebracht worden. Hierdoor zullen het membraan (met groot oppervlak) en de klep (met kleiner oppervlak) opgetild worden, waardoor buitenlucht toe kan stromen. Door het toestromen van buitenlucht zal het vacuüm niet hoger worden.

Bij een goed werkende installatie zal de regulateur tijdens het melken continu lucht inlaten. De pompcapaciteit moet namelijk groter zijn dan wat bij normaal gebruik nodig is. De aangezogen buitenlucht komt meestal via een stoffilter binnen.

De capaciteit van de regulateur moet afgestemd zijn op de pompcapaciteit. Bij een grote vacuümpomp hoort een regulateur met een grote luchtdoorlaatcapaciteit.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.