Magie/Theorievorming over magie

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Pentagram and human body (Agrippa).jpg
Magie



Studies over het fenomeen magie[bewerken]

Het geloof dat iemand bovennatuurlijke krachten kan manipuleren door gebed, offeren of aanroepingen, dateert vanuit prehistorische religies en is ook aanwezig in de vroegste geschreven cultuurbronnen zoals Egyptische piramideteksten en Indische veda's. Van deze laatste zijn de Atharvaveda magisch te noemen en de Vedische Brahmins zijn vergelijkbaar met die van andere oude priestervoorschriften.

James George Frazer oordeelde dat magie een bedrieglijk systeem was en dat magische observaties niet meer waren dan verkeerde interpretaties, veroorzaakt door een verwarring van eigen ideeën en de externe wereld. Anderen, zoals N. W. Thomas en Sigmund Freud, verwierpen deze verklaring. Frazers visie op magie is gebaseerd op zijn theorie van de 'Sympathische Wet". Daarbij wordt ervan uitgegaan dat dingen elkaar van op een afstand kunnen beïnvloeden doordat 1) er een zekere gelijkaardigheid is tussen hen (homeopathische of mimetische magie) of 2) ze ooit met elkaar in contact zijn geweest (contactmagie) of 3) ze deel uitmaken van elkaar. Een van de best gekende 'toepassingen' van de mimetische magie is het 'prikken' van een afbeelding van een vijand om die schade toe te brengen. (zie verder volgend hoofdstukje)

Freud vond dat de essentie van magie eerder lag in het vervangen van de natuurlijke wetten door eigen psychologische wetten. De drijvende kracht die iemand beroep deed doen op magie was volgens hem de kracht van de wensen, de wil.

De antropoloog R. R. Marett beschouwt religie en magie als twee vormen van een sociaal fenomeen dat oorspronkelijk een het hetzelfde was. De primitieve mens, zo stelt hij, had een instelling die zich bezighield met het bovennatuurlijke, en die instelling lag aan de oorsprong van zowel magie als religie, die slechts geleidelijk van elkaar onderscheiden werden.

Onderscheid sympathische magie en contactmagie[bewerken]

Sympathische magie, ook homeopathische of mimetische magie genoemd, is een type magie dat uitgaat van het principe dat het gelijke het gelijke voortbrengt. Het is een vorm van associatief denken waarbij alles verbonden is in een staat van sympathie of antipathie.

Magische technieken draaien bij sympathische vormen van magie typisch om het nabootsen van gebeurtenissen en handelingen. Het is een concept dat beschreven staat in The Golden Bough uit 1889 van de Schotse antropoloog James George Frazer, en het werd reeds in 1871 voor hem vernoemd door Edward Burnett Tylor in zijn Primitive Culture.

Een voorbeeld van sympathische magie is het prikken van een pop die een vijand voorstelt. Schade toegebracht aan de pop werd verondersteld om de vijand te schaden.

Contactmagie (Engels: "Contagious magic") verwijst naar een vorm van magisch denken waarbij geloofd wordt dat er een magische band bestaat tussen twee objecten of personen die met elkaar in contact zijn geweest.

Dingen die eens met elkaar geassocieerd waren kunnen elkaar volgens deze magische wet nadat ze van elkaar gescheiden zijn wederzijds beïnvloeden. Zo zal wat een object wordt aangedaan (bijvoorbeeld een kledingstuk of een haar) ook invloed uitoefenen op de eigenaar van het object. James Frazer was de eerste die in 1890 de wet van contact formuleerde in zijn antropologische studie The Golden Bough.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.