Italiaans/Les11/Antwoorden

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

1.

1.1. C

1.2. Aan de Adriatische kust, direct aan zee.

1.3. A

1.4. Dat zijn 'hygienische services', dus toiletgebouwen. Ze zijn laatst gerenoveerd.


2.

1. liberamente

2. bene

3. poco

4. male

5. aggressivamente


3.

Italiaans - Nederlands

1. niemand

2. allebei (v)

3. iedereen

Nederlands - Italiaans

1. tutti/-e

2. nessuno/-a

3. tutti/-e e due


4.

1. sarai

2. accenderanno

3. butterete

4. avrò

5. adoreremo

6. dirà

7. parlerà

8. capirò

9. ingrandiranno

10. rovescerai


5.

1. Rovescio il biglietto.

2. Non piangerai.

3. Dici che mia madre è brava?

4. Là ci sono una foca, una balena e un gabbiano.

5. Nell'armadio ci sarà un serpente!


6.

1. Ik heb een vader, een moeder en 3 zussen.

2. De zeehond is vrij.

3. De lelijke spiegel in de kast.

4. Het volk zegt: 'Wij zijn vrij!'

5. Ik heb gezegd dat de walvis goed is.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.