Inleiding tot de westerse wijsbegeerte/Metafysica
Het gebied van de filosofie dat zich bezighoudt met de aard van de werkelijkheid, wordt metafysica genoemd.
Laat ons enkele belangrijke problemen bekijken die in de metafysica worden bestudeerd, om een idee te krijgen waar het over gaat. Voor wie niet vertrouwd is met filosofie, klinken deze vragen mogelijk erg vreemd in de oren. De meesten onder ons beperken zich tot de vaststelling dat de werkelijkheid gewoon bestaat, vermits we die elke dag ervaren. Dat is overigens ook een houding die een deel van de filosofen aannemen. Maar het loont de moeite om die vanzelfsprekendheid even tussen haakjes te zetten en te luisteren naar wat filosofen erover te zeggen hebben. Sommigen brengen argumenten aan om aan te tonen dat de wereld niet bestaat, of dat er althans geen goede argumenten bestaan om aan te nemen dat zulks het geval is...
Het probleem van de buitenwereld
[bewerken]- "Is er een wereld die onafhankelijk van ons bewustzijn bestaat?"
- Het realisme gaat ervan uit dat er een objectieve wereld bestaat die volledig onafhankelijk is van onze geest, onze waarneming of onze taal.
- Het idealisme stelt dat de werkelijkheid fundamenteel mentaal is. Zonder bewustzijn is er geen 'wereld'. Een aanhanger van het solipsisme stelt: "Alleen mijn geest bestaat. Het is de enige bron van alles wat is."
- Het fenomenalisme is een extremere variant die stelt dat objecten niets anders zijn dan "permanente mogelijkheden van waarneming".
Het probleem van het Zelf (geest of ziel)
[bewerken]- "Bestaat het Zelf, de ziel, de geest, als een opzichzelfstaande, continue entiteit?
- "Indien dit het geval is, gaat het dan om een geestelijke (mentale), niet-stoffelijke substantie?
Het probleem van vrijheid versus determinisme
[bewerken]Waar de epistemologie vraagt hoe we de wereld kennen, vraagt de metafysica naar de fundamentele aard van de werkelijkheid zelf. Een van de diepste en meest hardnekkige problemen in de metafysica is de strijd tussen vrijheid (de vrije wil) en determinisme.
- Het determinisme is de opvatting dat elke gebeurtenis volledig wordt bepaald door voorgaande gebeurtenissen en de natuurwetten.
- De vrije wil (libertarisme) staat tegenover het determinisme en is de metafysische overtuiging dat mensen werkelijke keuzevrijheid hebben.
Het probleem van onsterfelijkheid of leven na de dood
[bewerken]Het vraagstuk van onsterfelijkheid en het leven na de dood is een klassiek metafysisch probleem omdat het de fundamenten van onze werkelijkheid raakt: Wat is de relatie tussen de geest (het bewustzijn) en het lichaam?
In de metafysica wordt dit probleem vaak benaderd vanuit verschillende perspectieven op de menselijke natuur.
- Het dualisme: De scheiding van ziel en lichaam. Dit is historisch gezien de meest dominante visie in de westerse filosofie en religie. Stelling: De mens bestaat uit twee substanties: een fysiek lichaam en een niet-fysieke geest of ziel. Omdat de ziel niet materieel is, is zij niet onderhevig aan de wetten van de fysieke natuur (zoals ontbinding). Als het lichaam sterft, kan de ziel theoretisch voortbestaan. Plato stelde dat de ziel onsterfelijk is en voor de geboorte al bestond in de wereld van de Ideeën. Descartes (het substantie-dualisme) zag de geest als een "denkende zaak" die fundamenteel verschilt van de "uitgebreide zaak" (het lichaam).
- Het materialisme (fysicalisme): De dood is het einde. Met de opkomst van de moderne wetenschap is deze visie dominant geworden in de academische filosofie. Alles wat bestaat is materie. Bewustzijn is geen aparte substantie, maar een product van de complexe processen in de hersenen. Zodra de hersenen stoppen met functioneren, stopt het bewustzijn (het "ik"). Onsterfelijkheid is in deze visie onmogelijk. Epicurus was een vroege materialist. Zijn beroemde troost was: "De dood gaat ons niet aan. Want als wij er zijn, is de dood er niet, en als de dood er is, zijn wij er niet meer."
- Het probleem van de persoonlijke identiteit: Wat moet er precies voortbestaan om van onsterfelijkheid te kunnen spreken? Psychologische continuïteit: Je bent dezelfde persoon zolang je herinneringen, karaktertrekjes en overtuigingen blijven bestaan (John Locke). Lichamelijke continuïteit: Je bent dezelfde persoon zolang je hetzelfde lichaam (of dezelfde "stof") hebt.
Het probleem van een god of van goden
[bewerken]In de metafysica wordt de vraag naar het bestaan van een god (of goden) niet zozeer benaderd vanuit persoonlijk geloof, maar vanuit de logica en de aard van de werkelijkheid. Filosofen proberen met name te achterhalen of het bestaan van het universum noodzakelijkerwijs het bestaan van een "Eerste Oorzaak" of "Opperwezen" vereist.
Dit metafysische probleem valt uiteen in drie klassieke argumenten en de kritiek daarop.
- Het ontologisch argument (Kennis uit zuivere rede): Dit argument probeert het bestaan van God te bewijzen door simpelweg naar de definitie van God te kijken. God wordt hierbij gedefinieerd als "het meest volmaakte wezen waarboven niets groters gedacht kan worden". De redenering hier is: Iets dat echt bestaat is volmaakter dan iets dat alleen als idee bestaat. Dus, als God het meest volmaakte wezen is, moet Hij wel bestaan. Belangrijke denker: Anselmus van Canterbury. Later gaf René Descartes hier een eigen draai aan
- Het kosmologisch argument (De oorzaak van de wereld): Dit argument kijkt naar de wereld om ons heen en concludeert dat er een beginpunt moet zijn. Redenering: Alles in het universum heeft een oorzaak.Die keten van oorzaken kan echter niet oneindig doorgaan (de regressus ad infinitum). Er moet dus een Onbewogen Beweger of een Eerste Oorzaak zijn die zelf niet veroorzaakt is. "Niets komt voort uit niets" (Ex nihilo nihil fit). Belangrijke denker: Thomas van Aquino. Hij formuleerde de "Vijf Wegen" (Quinque Viae) om rationeel aan te tonen dat God de noodzakelijke grond van het bestaan is.
- Het teleologisch argument (Ontwerp en doel): Dit is het argument van het "intelligent ontwerp". Redenering: Het universum zit zo complex en fijngevoelig in elkaar (zoals een horloge bijvoorbeeld) dat dit geen toeval kan zijn. Dit wijst op een Ontwerper.
Het probleem van het kwaad
[bewerken]Het probleem van het kwaad. Ook wel de theodicee (rechtvaardiging van God) genoemd is een van de meest prangende vraagstukken in de metafysica en de godsdienstfilosofie. Het vormt een logische uitdaging voor iedereen die gelooft in een God die drie specifieke eigenschappen heeft: alwetendheid, almacht en volkomen goedheid. Het conflict kan als volgt worden samengevat: "Als God het kwaad wil voorkomen maar het niet kan, is Hij niet almachtig. Als Hij het kan maar niet wil, is Hij niet volkomen goed. Als Hij het zowel kan als wil, waar komt het kwaad dan vandaan?"