Gebruiker:KKoolstra/Onderzoek/Meetmethode

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Meten en onzekerheid
Hoofdstukken


Conceptversie: uitbreiden m.b.t. validatie en kalibratie en m.b.t. meetplan Zie o.a.:

Meetmethode:

  • kenmerken van meetvariabelen
  • keuze van het meetinstrumentarium
  • validatie en kalibratie van het meetinstrument
  • steekproefomvang en meetopstelling

--> Vervolg op het hoofdstuk 'wat is meten'

De kwaliteit van de meetresultaten hangt met name af van de validiteit, betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van metingen. Dit hangt weer samen met de keuze van het meetinstrumentarium, de meetopstelling en het aantal metingen dat wordt verricht. In dit hoofdstuk gaan we eerst verder in op het meetniveau van het meetinstrument, aangezien dit in belangrijke mate bepalend is voor de mogelijkheden om de meetgegevens verder te analyseren. Verder:

  • meetinstrumentarium
  • meetfouten
  • steekproefomvang

Validatie en kalibratie van het meetinstrument[bewerken]

Van een meetinstrument mag met verlangen:

  • dat het juiste instrument is toegepast om een gegeven variabele te meten: meet het instrument wat het geacht wordt te meten;
  • dat het instrument juist is afgesteld.

Het eerste bovengenoemde aspect is de validatie, het tweede aspect de kalibratie.

Een meettoestel kan worden gekalibreerd door dezelfde meting te verrichten met een gekalibreerd en een niet-gekalibreerd meettoestel, en vervolgens de waarden te vergelijken. Een alternatief is gebruik te maken van een ijkobject waarvan de eigenschappen bekend zijn en vervolgens te kijken of het instrument de juiste waarden meet.

De volgende stap is het justeren van het meetinstrument. Dit is het zodanig aanpassen van de instellingen van het instrument, dat deze weer zo goed mogelijk de juiste waarde aangeeft. Indien dat niet mogelijk is, kan gebruik worden gemaakt van een correctietabel. In deze correctietabel kan dan worden opgezocht wat bij een afgelezen meetwaarde de werkelijke meetwaarde is.

Volgende stap:

  • aanpassen instellingen van het instrument
  • maken van een correctietabel voor de meetresultaten als het bovenstaande niet mogelijk is.

Steekproefomvang en meetopstelling[bewerken]

Een andere belangrijke keuze die wordt vastgelegd in het meetplan is hoe omvangrijk je het onderzoek maakt. Over het algemeen geldt dat hoe meer metingen je verricht, hoe betrouwbaarder het beeld is. Bij een geotechnisch onderzoek naar de draagkracht van de bodem van een nieuwbouwwijk kan 1 sondering voldoende zijn, mits je zeker weet dat deze goed is uitgevoerd en de draagkracht in het gebied nauwelijks varieert. Als je juist een beeld wilt krijgen van de variaties, dan zul je juist meerdere metingen moeten doen. In de statistiek wordt in dit kader gesproken over de omvang van de steekproef.

Steekproef[bewerken]

Gerelateerd is er de vraag hoe je deze steekproef samenstelt. Kies je de elementen uit je onderzoek, dus de personen die je ondervraagt, de plaatsen waar je gaat meten, etc. volstrekt willekeurig? Of kies je deze op een bepaalde systematische manier, bijvoorbeeld door de eerste 50 voorbijgangers op straat aan te spreken voor een enquête of bewust voor enkele dinsdagmiddagen in september en oktober te kiezen voor een verkeerstelling, aangezien uit ervaring bekend is dat de avondspitsen op die dagen redelijk maatgevend zijn voor de rest van het jaar.

Een willekeurige en representatieve steekproef is vooral van belang om bepaalde conclusies te mogen verbinden aan het onderzoek. Zo kun je geen goede conclusies verbinden aan de gemiddelde leeftijd van Amsterdammers door op 1 plek in Amsterdam 100 mensen naar hun leeftijd te vragen. Niet omdat een steekproef van 100 te klein zou zijn, maar omdat afhankelijk van de plaats waar je staat (wijk met jonge gezinnen of juist meer ouderen, nabij een school of nabij een winkelcentrum, etc.) je geen goede afspiegeling van de 'gemiddelde Amsterdammer' zult aantreffen.

Omvang van het onderzoek[bewerken]

Een ander aspect is het aantal metingen dat je verricht. Over het algemeen geldt dat hoe meer metingen je verricht, hoe betrouwbaarder het beeld is. Bij een geotechnisch onderzoek naar de draagkracht van de bodem van een nieuwbouwwijk kan 1 sondering voldoende zijn, mits je zeker weet dat deze goed is uitgevoerd en de draagkracht in het gebied nauwelijks varieert. Als je juist een beeld wilt krijgen van de variaties, dan zul je juist meerdere metingen moeten doen. In de statistiek wordt in dit kader gesproken over de omvang van de steekproef.

Meetopstelling[bewerken]



Voetnoten:

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.