Franse literatuurgeschiedenis/Franse literatuur in de 16e eeuw

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Franse literatuurgeschiedenis 122 MS 65 F59 V.jpg

  1. Middeleeuwen
  2. 16e eeuw
  3. 17e eeuw
  4. 18e eeuw
  5. 19e eeuw
  6. 20e eeuw en later
  7. Auteurs
  8. Franse Nobelprijswinnaars literatuur
  9. Bronvermelding en literatuur

De Franse literatuur in de zestiende eeuw wordt gekenmerkt door de vestiging van het Frans als een belangrijke literaire taal, met schrijvers die de voornaamste genres van moderne literatuur in Frankrijk creëren. In verhalend proza zijn dat François Rabelais en Pierre de Ronsard, in poëzie is dat vooral Joachim du Bellay, Michel de Montaigne doet dat met zijn Essais voor de filosofische literatuur en Robert Garnier en Étienne Jodelle voor het theater.

Belangrijke ontwikkelingen[bewerken]

De 16e eeuw was voor Frankrijk een tijd van fundamentele veranderingen op allerlei gebieden: religie, wetenschap, ontdekkingsreizen en politieke verschuivingen werden uitgedrukt in begrippen als renaissance, humanisme en moderne tijd. Een belangrijke ontwikkeling in deze periode was het verschijnen van gedrukte prozawerken, poëzie en andere vormen van literatuur nadat de in Duitsland uitgevonden druktechniek naar Frankrijk kwam in de jaren 1470. De belangrijkste centra met drukkerijen waren Parijs (de universiteitswijk) en Lyon.

In het begin werden voornamelijk Latijnse boeken gerukt, omdat dit nu eenmaal de taal was van kerk en universiteit. Allengs kwam echter de verkoop van boeken in de volkstaal op gang. Aanvankelijk werden devotionele teksten uitgegeven zoals heiligenlevens en getijdenboeken, maar ook praktische boeken over gezondheid en almanakken vonden hun weg naar het lezende publiek. Heel populair waren moppenboeken, komische verhalen en herwerkte ridderverhalen. Al heel snel overtrof de vraag naar nieuwe boeken de beschikbare eigentijdse manuscripten, zodat moest worden geput uit oudere bronnen zoals romances die dan als nieuwigheden werden voorgesteld ('nouvellement composé').

Invloed van humanisme[bewerken]

De principes van het humanisme oefenen in de 16e eeuw een diepgaande invloed uit op de Franse literatuur. Die gaat zich in vergelijking met de middeleeuwen meer richten op teksten uit de klassieke oudheid (Grieks, Latijn en Hebreeuws), en wordt gekenmerkt door een verlangen naar kennis en vernieuwing in vormen en thematiek.

Poëzie[bewerken]

In de poëzie gelden als belangrijkste auteurs Clément Marot, Jean de sponde, Agrippa d'Aubigné, en de dichters van de 'Pléiade', onder wie Pierre de Ronsard en Joachim du Bellay. Ronsard en de zes dichters die samen bekendstaan als La Pléiade wilden reageren tegen en rivaliseren met de Italiaanse invloed door daar een Franse poëzieopvatting tegenover te stellen.

Romans[bewerken]

De belangrijkste 16e-eeuwse romans zijn die van de humanist François Rabelais met zijn romanserie Gargantua en Pantagruel, en Marguerite de Navarre, auteur van de Heptamerone uit 1585.

Theater[bewerken]

Tragedie[bewerken]

De tragedie uit deze periode toont de ellende van de groten der aarde en de wisselvalligheden van hun fortuin. Het is een theater van dialoog waarbij het personage weinig handelt. De onderwerpen komen uit de Bijbel maar ook uit de Griekse mythen.

  • Theodore de Bèze schreef met Abraham sacrifiant de eerste Franse tragedie die geen aanpassing of vertaling was van een ouder werk.
  • Étienne Jodelle is met Cléopâtre captive de auteur van de eerste echte Franse tragedie in de oude stijl, die door haar vernieuwde dramaturgie een sterke invloed zou uitoefenen op de verdere ontwikkeling van het genre.
  • Robert Garnier is een van de meest bekende en succesrijkste vertegenwoordigers van het genre van de tragedie. Zijn stukken werden het meest gespeeld en werden vele malen herdrukt: Antigone ou la Piété, Bradamante, Cornélie, Hippolyte, La Troade, Les Juives, Marc Antoine, Porcie. De komedie wilde breken met de middeleeuwse traditie, maar slaagde er niet in een belangrijke rol te spelen naast de tragedie. Er zijn amper een twintigtal komedies bekend, die dan meestal nog nabootsingen zijn van stukken uit de oudheid of van Latijnse werken van Publius Terentius Afer. Ze inspireerde zich ook op de Commedia erudita, een bloeiende Italiaanse komedie uit de eerste helft van de zestiende eeuw, die voortkwam uit de oude komedies van Plautus en Terentius.

Komedie[bewerken]

Net als tragedie is de komedie in die tijd een spiegelbeeld van de samenleving. Zij verwijst naar actuele gebeurtenissen zoals de oorlogen van die tijd, met plaatsen die het publiek kent, zoals Parijs, waar de verhalen zich afspelen in een burgerlijk milieu. Het beroemdste stuk is L'Eugène, een humanistische komedie van Étienne Jodelle, voor de eerste keer opgevoerd voor koning Henry II in 1553, in het Hôtel de Reims. Het is de eerste 'antieke' Franstalige komedie, en een hoogtepunt in de geschiedenis van de Pléiade.

Montaignes autobiografie[bewerken]

Montaignes Essais, een autobiografisch opgevat filosofisch werk, bereidt de weg voor Jean-Jacques Rousseau's Confessions dat eveneens de mens met zijn kwaliteiten en gebreken tot onderwerp neemt.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.