Duits/Grammatica/Der Akkusativ

Uit Wikibooks

Ga naar: navigatie, zoek

De accusatief (4e naamval) wordt gebruikt als:

  • het lidwoord in het lijdend voorwerp staat
Bepaald lidwoord Onbepaald lidwoord
Dieser Mann hat den Löffel. (Deze man heeft de lepel.) Dieser Mann hat einen Löffel. (Deze man heeft een lepel.)
Diese Frau hat die Jacke. (Deze vrouw heeft de jas.) Diese Frau hat eine Jacke. (Deze vrouw heeft een jas.)
Dieses Kind hat das Buch. (Dit kind heeft het boek.) Dieses Kind hat ein Buch. (Dit kind heeft een boek.)
  • het lidwoord bij een van de voorzetsels uit onderstaande tabel staat
Voorzetsel Voorbeeld
bis Ich wartete bis zu der Vorstellung. (Ik wachtte tot de voorstelling.)
durch
entlang
für Für die Frau ein Wässerchen. (Voor de vrouw een watertje.)
gegen Das Fahrrad lehnt gegen eine Mauer. (De fiets staat tegen een muur.)
ohne Ohne ein Auto kann ich nicht leben. (Zonder een auto kan ik niet leven.)
um Er läuft um das Haus herum. (Hij loopt rond het huis heen.)
  • het lidwoord volgt op een van de volgende werkwoorden
Werkwoord Voorbeeld
fragen Sie fragt es den Mann. (Ze vraagt het aan de man.)
bitten Ich bitte die Frau das zu tun. (Ik smeek de vrouw dat te doen.)
es gibt Es gibt einen Fernseher. (Er is een televisie.)
  • uitgang bij een tijdsbepaling zonder voorzetsel

Voorbeeld: Jeden Tag esse ich einen Apfel. (Iedere dag eet ik een appel.)

  • bij een zin, met een veranderlijk voorzetsel, die een beweging uitdrukt
Voorzetsel Voorbeeld
an (ook 3e)
auf Er springt auf den Stuhl. (Hij springt op de stoel.)
hinter Sie läuft hinter das Kind. (Ze loopt achter het kind.)
in (ook 3e) Ich gehe in die Schule. (Ik ga naar school.)
neben Das Kind läuft neben dem Vater. (Het kind loopt naast de vader.)
über Er springt über einen Balken. (Hij springt over een balk.)
unter Das Wasser fließt unter der Brücke. (Het water stroomt onder de brug.)
vor
zwischen Das Buch liegt zwischen den anderen Büchern. (Dat boek ligt tussen de andere boeken.)

Als het in een zin, met een veranderlijk voorzetsel, over een toestand gaat, dan wordt de datief gebruikt!

[bewerken] Adjectief

We gaan telkens uit van het adjectief jung (jong):

M V O Mv
Geen lidwoord jungen Mann junge Frau junges Kind junge Leute
Onbepaald lidwoord einen jungen Mann eine junge Frau ein junges Kind keine jungen Leute
Bepaald lidwoord den jungen Mann die junge Frau das junge Kind die jungen Leute

[bewerken] Algemeen

Bepaald lidwoord Onbepaald lidwoord
M den einen
V die eine
O das ein
  • Gebruik zoals het bepaald lidwoord: dies- (deze), welch- (welk), jed- (ieder), ...
  • Gebruik zoals het onbepaald lidwoord: kein- (geen), mein- (mijn), sein- (zijn), ihr- (haar, hun), dein- (jouw) ...
Heckert GNU.png Deze pagina is vrijgegeven onder de GNU Free Documentation License (GFDL) en nog niet onder CC-BY-SA. Klik hier voor meer informatie.

Wilt u deze tekst gebruiken onder de Creative Commons CC-BY-SA licentie?
Klik dan hier om te kijken van welke gebruikers u nog toestemming nodig heeft.

Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.
Persoonlijke instellingen