Wikijunior:Het lichaam/Skelet

Uit Wikibooks
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Reis via je botten door het lichaam

Vesalius 164frc.png

Ons lichaam is niet zomaar een soort zak met vel aan de buitenkant en bloed van binnen. Het is veel meer dan dat.

Ons lichaam kan stevig rechtop blijven zitten of staan omdat we botten in ons lijf hebben. Alle botten samen noemen we het skelet.


Ons skelet heeft 4 taken:

1. Stevigheid

Zonder de stevigheid van het skelet zou ons lichaam in elkaar zakken als een pudding.

2. Aanhechtingsplek voor spieren

Botten zijn met elkaar verbonden door gewrichten. De meeste van die gewrichten zijn beweegbaar, maar niet allemaal. Om te kunnen bewegen zijn er spieren nodig. Die hangen stevig vast aan het bot door middel van een pees.

3. Bescherming

Botten zijn het sterkste materiaal in ons lichaam. Ze dienen dan ook om de belangrijkste delen in ons lichaam te beschermen. Zo zitten de belangrijke delen in een omhulsel van bot: de hersenen zitten in de schedeldoos, het ruggenmerg loopt door de wervelkolom, het hart en de longen zitten beschermd in de ribbenkas.

4. Aanmaak van bloed

Het bloed in ons lichaam wordt gemaakt in de botten. Het bot heeft een sterke buitenkant (de cortex genoemd) en een zachtere holle binnenkant (het merg) genoemd. De rode bloedcellen worden aangemaakt in het merg van onze botten.


Soorten botten[bewerken]

Delen van het skelet[bewerken]

Bekijk eerst goed hoe het geraamte (skelet) eruitziet.
Je ziet een afbeelding van de voorkant en van de achterkant.

voorkant van het skelet achterkant van het skelet

Ons skelet bestaat uit enkele grote delen:

  • de schedel (ons hoofd)
  • de wervelkolom met de ribbenkast
  • het bekken
  • de bovenste ledematen (armen)
  • de onderste ledematen (benen)

De schedel[bewerken]

De schedel van de mens beschermt je hersenen, ondersteunt ze en geeft ze vorm.

De wervelkolom[bewerken]

de wervelkolom

Onze ruggengraat of wervelkolom is een reeks botten die op elkaar gestapeld zijn als een blokkentoren. Zo'n blok noemt een wervel. De wervelkolom bestaat uit 34 of 35 wervels. Tussen de wervels zitten beweegbare schijven die zorgen voor de beweeglijkheid van onze ruggengraat. Deze schijven noemen tussenwervelschijven.

Achteraan zit er een gat in de wervels. Hier loopt het ruggenmerg door. Het is de verzameling van zenuwen die van en naar de hersenen lopen. Het ruggenmerg zit goed beschermd in de wervel.

Nekwervels

De mens heeft 7 nekwervels. De eerste twee zijn bijzonder. Ze hebben een aparte naam. De allereerste onder de schedel heet de atlas. Dankzij deze wervel kunnen we ja-knikken. De tweede nekwervel noemt axis en zorgt dat we kunnen nee-knikken.

Weetje: alle zoogdieren hebben 7 nekwervels. Een giraf heeft er dus ook maar 7. Zijn de nekwervels zijn dan ook bijzonder groot en zijn lange nek weinig beweeglijk.

Atlas draagt de wereld

Weetje: Atlas was één van de Titanen uit de Griekse mythologie. Hij droeg de wereld op zijn schouders. De wervel "atlas" draagt het hoofd en is naar deze Griekse figuur genoemd.

Borstwervels

We hebben 12 borstwervels. Bijzonder aan deze wervels is dat hier de ribben aan vastzitten.

Lendenwervels

De 5 wervels ter hoogte van lendenen (boven de heupen) zijn steviger dan de vorige wervels. Dat is nodig omdat alle andere wervels in het hele bovenlichaam op deze wervels drukken. Het is ook het vaakst op deze plek dat mensen rugpijn krijgen.

Heiligbeen

Waar je bilnaad begint ligt een groot bot: het heiligbeen. Het is een botstuk dat bestaat uit 5 wervels die vergroeid zijn. Dit bot kan je dus niet plooien zoals de rest van je rug. Je kan je billen dus niet dubbelplooien.

Staartbeen

Waar bij een kat of hond de staart begint, zit bij de mens nog een klein botje. Ook dit botje is eigenlijk een hoopje vergroeide kleine werveltjes. Bij sommige mensen zijn het 4 wervels die zijn vergroeid, bij andere mensen zijn het 5 vergroeide werveltjes.
Als je op je achterste valt, kan je dit staartbeen breken. Dit is erg pijnlijk en kan soms verlamming van je benen veroorzaken.

Searchtool.svg

Test Zoek je eigen staartbeen. Tast met je vingers op je rug en voel de uitsteeksels van je ruggengraat. Voel steeds lager tot waar je ruggengraat stopt. Je zal merken dat je staartbeen zowat halverwege je bilnaad stopt.

De ribbenkast[bewerken]

De ribbenkast of borstkas (zonder t) is een geheel van botten die als een stevige kooi om organen als het hart en de longen heen zit. Ze beschermen de organen bij een val of een stoot. Maar ook maken ze bloedcellen. En tot slot zorgen ze ervoor dat onze longen lucht kunnen aanzuigen, zodat we kunnen ademen.

De ribbenkast hangt achteraan vast aan de 12 borstwervels en bestaat verder uit 12 paar ribben en het borstbeen.

De ribben[bewerken]

De ribben zijn dunne platte knoken die je borstkas vormen. Ze hangen aan de wervels en het borstbeen vast door middel van kraakbeen dat plooibaar is en onderling hangen ze aan elkaar vast met spieren. Dat maakt dat de ribbenkast tamelijk beweegbaar is. Dat merk je goed wanneer je heel diep inademt en vervolgens goed uitademt. Je borstkas zet uit en trekt daarna weer samen.

Het borstbeen[bewerken]

In het midden van je borstkas vooraan zit het borstbeen. Het heeft de vorm van een zwaard. 7 paar ribben hangen eraan vast. De andere ribben zitten lager vast aan een hoop kraakbeen.

Je kan voelen waar je borstbeen begint. Namelijk in het putje onderaan je hals en het loopt verder tot ongeveer halverwege je navel.

Nog uit te schrijven[bewerken]

Namen van de beenderen[bewerken]

  • De schedel.
    • Schedelbeenderen, bovenkaak, onderkaak.
  • De romp.
  • Wervelkolom: halswervels, borstwervels, lendenwervels, heiligbeen, staartbeen.
    • Borstkas: borstwervels, ribben, borstbeen.
    • Schoudergordel: schouderbladen, sleutelbeenderen.
    • Bekkengordel: heupbeenderen.
  • De ledematen (armen en benen).
    • Arm: opperarmbeen, ellepijp, spaakbeen, handwortelbeentjes, middenhandsbeentjes, vingerkootjes.
    • Been: dijbeen, knieschijf, scheenbeen, kuitbeen, voetwortelbeentjes, middenvoetsbeentjes, teenkootjes.

Functies van het skelet[bewerken]

  • Stevigheid geven aan het lichaam.
  • Tere organen in het lichaam beschermen.
  • Beweging mogelijk maken.
    • De meeste beenderen van het skelet zijn zo met elkaar verbonden dat beweging mogelijk is.
    • Aan de beenderen zitten spieren vast.
  • Vorm geven aan het lichaam.
  • welke 2 verbindingen zijn vergroeit in het skelet.

Been en kraakbeen[bewerken]

  • Been is heel stevig en een beetje buigzaam.
    • Kalk (kalkzouten) geeft been stevigheid (hardheid). Kalk lost op in zoutzuur.
    • Lijmstof zorgt voor de buigzaamheid van been. Lijmstof verbrandt in een vlam.
  • Kraakbeen is stevig en goed buigzaam.
    • Bij volwassenen komt kraakbeenweefsel alleen op speciale plaatsen voor (bijvoorbeeld in de neus, in de oorschelpen, in gewrichten, tussen de wervels).

De samenstelling verandert[bewerken]

  • Baby's: de beenderen bestaan voornamelijk uit kraakbeen.
  • Kinderen: de beenderen bestaan uit been met veel lijmstof en weinig kalk.
  • Bejaarden: de beenderen bestaan uit been met weinig lijmstof en veel kalk.

Verbindingen[bewerken]

  • Vergroeid: twee of meer beenderen zijn tot één geheel geworden.
    • Hierbij is geen beweging mogelijk.
    • Bijvoorbeeld de wervels van het heiligbeen en het staartbeen.
  • Door een naad.
    • Hierbij is geen beweging mogelijk.
    • Bijvoorbeeld de schedelbeenderen.
  • Door kraakbeen.
    • Hierbij is een beetje beweging mogelijk.
    • Bijvoorbeeld de ribben en het borstbeen en de wervels.
  • Door een gewricht.
    • Hierbij is veel beweging mogelijk.
    • Bijvoorbeeld knie, elleboog, heup, vingerkootjes.
Informatie afkomstig van http://nl.wikibooks.org Wikibooks NL.
Wikibooks NL is onderdeel van de wikimediafoundation.